ECN Petten ziet kansen voor Nederland
Energie wordt een steeds belangrijker concurrentiefactor. Om concurrerend te blijven, moet Europa met vaart overschakelen op duurzame ofwel hernieuwbare energie. Het kabinet is van plan de SER advies te vragen over de vraag hoe Nederland zijn energievoorziening duurzamer kan maken en wat dat betekent voor het bedrijfsleven. Hoe ver is Nederland? De visie van Energiecentrum Nederland.
André Vermeulen
Van alle energie die in Nederland wordt gebruikt, is slechts 4 procent afkomstig van duurzame bronnen zoals windmolens en waterkracht. Hiermee is Nederland hekkensluiter in Europa, want het gemiddelde in de 27 lidstaten van de EU bedraagt het dubbele: 8 procent.
In 2020 wil Nederland van 4 procent naar 14 procent zijn gegroeid. Maar gaan we dat halen?
Ir. Remko Ybema, unitmanager beleidsstudies bij Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten, vindt dat ‘een pittige opdracht’. ‘Windenergie en biomassa (energieopwekking uit organisch biologisch afval, red.) bieden de meeste kansen. Maar op basis van het huidige kabinetsbeleid verwachten wij dat Nederland de doelstelling van 14 procent niet haalt.’ ECN verwacht dat Nederland niet verder komt dan 10 procent. Vanwege de aanwezigheid van grote Nederlandse gasvoorraden heeft Nederland zich tot nu toe niet met vol vermogen op andere energiebronnen gestort.
Volgens Ybema zijn landen als Duitsland, Denemarken en Zweden van meet af aan consistenter geweest in verduurzaming van hun energievoorziening. De oosterburen hebben de grootste industriestaat van Europa.
De Duitse regering voert al lange tijd een gunstig beleid voor de maakindustrie in de sector wind- en zonne-energie. De Zweden ontberen eigen fossiele brandstoffen, maar beschikken wel over een groot potentieel aan waterkracht en biomassa. Stockholm haalt naar verwachting in 2020 zelfs de helft van de totale energiebehoefte uit duurzame bronnen.
Begin van dit jaar spraken de Europese regeringsleiders af om de individuele energiesystemen onderling meer op elkaar af te stemmen om beter samen te kunnen werken. Voor Nederland betekent dit dat de gas-infrastructuur nog meer wordt gekoppeld aan Duitsland en Noorwegen.
Windmolens
Nederland Waterland is te plat om een substantieel deel van de energieopwekking uit het water te halen, maar met de opwekking van elektriciteit uit windmolens gaat het best redelijk, meent Ybema. Aanvankelijk leek de maximumcapaciteit op 1500 megawatt te liggen,
nu stroomt er al 2.000 megawatt uit de witte wieken. Het gaat naar ruim 4.000 megawatt op land en enkele
duizenden megawatt extra uit windmolens in de Noordzee. Maar het kan nog beter, stelt de ECN-onderzoeksmanager. De procedures rond vergunningverlening duren te lang en kosten daardoor veel geld. De bureaucratie houdt veel ontwikkelingen tegen. Verder valt er nog wel wat te verbeteren aan het samenspel tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. ‘Research en development, innovatie, productie en vermarkting, dat zou een goed op elkaar inspelend systeem moeten zijn, maar dat is het niet. Wij hebben in Nederland geen eigen industriepolitiek meer, waardoor we de boot hebben gemist. Ik zie hier bijvoorbeeld nog geen nieuw windturbinebedrijf ontstaan.’Naast de omstandigheid dat Nederland een ‘gasland’ is, is dit de verklaring voor de lage duurzaamheidsgraad van de nationale energievoorziening. Begin november sprak minister-president Rutte zich in Duitsland uit voor de bouw van meer kerncentrales in Nederland.
De bestaande centrale in Zeeland (500 megawatt) levert 1 procent van de elektriciteit in Nederland. Als er politieke en maatschappelijke ruimte komt voor bijvoorbeeld drie grote kerncentrales à la Finland (1600 megawatt), dan kan het aandeel groeien tot 25 procent van de elektriciteitsproductie. Ybema: ‘Uiteraard moeten daar wel eerst investeerders voor worden gevonden.’
Uitstoot
De druk om van fossiele energie over te schakelen op duurzame bronnen lijkt momenteel nog niet heel groot. Er rouleren verschillende gegevens, Ybema gebruikt de cijfers die British Petroleum jaarlijks publiceert. Die houden in dat er nog olie is tot 2057, gas tot 2069 en kolen tot het jaar 2119. Deze gegevens hebben alleen betrekking op de (conventioneel te winnen) voorraden die bekend zijn. In werkelijkheid hebben fossiele brandstoffen een langere adem. Dankzij nieuwe techno-logieën wordt er telkens meer van gevonden.Grotere zorgen maakt hij zich over de uitstoot van ver-brandingsgassen. ‘Op dit punt ben ik bepaald niet optimistisch gestemd.’ In China en India groeit het energie-verbruik uit kolen enorm. ‘Dat is echt heel zorgwekkend. Als er niet binnen enkele jaren forse besluiten worden genomen om de CO2-uitstoot terug te brengen, zou het mij niet verbazen als de gemiddelde temperatuur 5 tot 6 graden gaat stijgen, met alle gevolgen van dien.’Het Nederlandse bedrijfsleven kan zich volgens hem internationaal op diverse terreinen onderscheiden. Bijvoorbeeld met een verhoogde inzet op biomassa, windenergie vanaf zee en de productie van machines voor zonnecellen. Ook ziet hij kansen in de ‘afvang’ en opslag van CO2 uit het Rijnmondgebied in lege gasvelden onder de Noordzee.
Energie-advies 2006 Het is niet de eerste keer dat het kabinet de SER om een energie-advies vraagt. Vijf jaar geleden bracht de SER ook al advies uit over verduurzaming van de energievoorziening. Daarin pleitte de raad voor een ‘energietransitiebeleid’ langs drie lijnen: energiebesparing van 2 procent per jaar, toepassing van technologie voor een schoner verbruik van fossiele brandstoffen en een grotere aanwending van hernieuwbare energiebronnen. Ook adviseerde de SER om nauwer samen te werken met België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk om de Noordwest-Europese energiemarkt beter te laten functioneren. De nieuwe adviesaanvraag zal een vervolg op het eerdere advies worden. |