Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | september 2010 | Johan Polder, bijzonder hoogleraar Gezondheidseconomie Tilburg

Johan Polder, bijzonder hoogleraar Gezondheidseconomie Tilburg

‘We worden met z’n allen gezonder, maar ook zieker’

Hij citeert graag Geert Mak om aan te geven dat we van ver komen als het gaat om ouderenzorg. Onze voorvaderen gooiden hun oudjes in de put om maar van de economische last af te zijn. ‘Die methoden hebben we afgezworen, maar het betaalbaar houden van langdurige zorg blijft een heikel punt’, constateert Johan Polder, bijzonder hoogleraar Gezondheidseconomie in Tilburg.

Ton Bennink

Een gesprek over de zorg – en dan specifiek over de houdbaarheid van ons zorgstelsel – kan bijna geen academische exercitie zijn. Het wordt al snel persoonlijk. Bijvoorbeeld omdat het gaat om de zorg voor eigen ouders. Daarnaast: Polder zelf is hooikoortspatiënt. Hij zou zonder goede zorg minder goed kunnen functioneren. Dat toont al meteen aan hoe belangrijk goede zorg is – ook in economisch opzicht.

Laat goede gezondheidszorg zich vertalen in harde kosten- en batencijfers?
‘Evident. Nobelprijswinnaar Robert Fogel heeft al eens aangetoond dat een derde deel van de welvaartsgroei sinds de industriële revolutie te danken is aan betere gezondheidszorg. Goede gezondheid voorkomt verzuim op werk en school, verbetert schoolprestaties en biedt mensen meer mogelijkheden. Denk eraan wat ziekten als migraine en hooikoorts met je doen en je weet genoeg.’

Maar een betere gezondheid leidt vervolgens niet tot lagere zorguitgaven.
‘Dat is inderdaad de tegenstelling. Als je niet rookt, heb je minder kans op hart- en vaatziekten, maar de kans dat je dement wordt, is weer groter. Het idee dat je door preventie heel makkelijk geld kunt besparen, is een illusie. Bovendien worden we in Nederland gezonder, maar tegelijkertijd ook steeds zieker.’

Waarom?
‘De levensverwachting neemt toe, maar de levensverwachting zonder ziekte daalt. Zo ligt de levensverwachting van vrouwen inmiddels boven de tachtig. Daar staat tegenover dat maar liefst de helft van die levensjaren jaren met ziekte zijn. Dat komt onder andere door preventie. Door preventie worden ziekten eerder opgespoord en gaan mensen ook eerder het zorgcircuit in. Screening op borstkanker en harten vaatziekten spaart levens, maar brengt ook meer ziekten aan het licht. Het opsporen kost geld en het paradoxale is dat je door verbeterde opsporing meer mensen krijgt die de ziekte overleven, maar ook meer hart- en vaatpatiënten. Dat kost natuurlijk ook weer extra geld.’

Neemt het beroep op langdurige zorg ook toe?
‘Langdurige zorg neemt een bijzondere positie in. Het betreft vooral mensen die dement zijn, een beroerte hebben gehad, een psychiatrische stoornis hebben of verstandelijk gehandicapt zijn. Je kunt wel iets doen om de behoefte aan langdurige zorg te doen afnemen, maar dat is beperkt. Bij beroertes, overgewicht en stress speelt gedrag een rol. In die gevallen leidt preventie tot een lager gebruik van zorg. Maar gezien de vergrijzing zal het beroep op de AWBZ niet afnemen. Bovendien zorgt de grotere welvaart ook voor meer technologie en de behoefte aan een hoger serviceniveau. Ook in de zorg. Kijk in verpleeghuizen. Daar worden zespersoonskamers omgevormd tot eenpersoonskamers. De vraag is natuurlijk of we dat allemaal collectief moeten financieren. Maar dat is een politieke, ideologische keuze.
De bordjes worden op dit moment vooral verhangen van publiek naar privaat gefinancierd. Die stijgende welvaart leidt tegelijkertijd ook weer tot een daling van de kosten. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft berekend dat naarmate de welvaart toeneemt, het beroep op de overheid om langdurige zorg te financieren afneemt. Dat betekent niet dat de behoefte aan langdurige zorg vermindert, maar wel dat mensen het gewoon zelf regelen. Dat ze de regie in eigen hand nemen. In die zin hebben we dus baat bij een blijvende verhoging van de welvaart. Al zul je dan wel wat moeten blijven regelen voor mensen die minder draagkrachtig zijn en wel afhankelijk zijn van de overheid.’

Wat kunnen we nu doen om de AWBZ-uitgaven te verlagen?
‘Bijvoorbeeld een scheiding maken tussen wonen en zorg, waarbij het wonen in een zorginstelling niet langer vanuit de AWBZ wordt vergoed. De huur voor de kamer of het appartement wordt dan gewoon bij mensen in rekening gebracht. Al zie ik daar technisch nogal wat hobbels.’

Zoals?
‘De verpleeghuizen en verzorgingshuizen worden met geleend geld gebouwd. Die hypotheken dienen wel betaald te worden. Dat kan qua financiering lastiger worden als het wonen op een andere manier, door de bewoners zelf, gefinancierd wordt. Daar moet nog wel een oplossing voor worden gevonden.’

Komt er ooit een eind aan die almaar stijgende zorgkosten?
‘De wal keert het schip wel een keer. Simpelweg omdat we te weinig personeel voor de zorg hebben. Maar voorlopig blijven de kosten stijgen. Wat we wel kunnen doen, is snijden in zaken als activiteitenbegeleiding en ondersteunende begeleiding. Een psychiater die ondersteunend meegaat naar de bioscoop is echt een stap te ver. Een SER-rapport uit 1999 voorspelt dat in 2040 13 procent van ons nationaal inkomen aan de zorg opgaat. Nou, we zitten er nu al op. Sinds 1970 kennen we een jaarlijkse volumegroei van 4 à 5 procent. 1 procent van die groei komt voor rekening van de vergrijzing, 2 procent door de medische vooruitgang en 1 procent door de wet van Baumol, die zegt dat de productiviteit in de medische sector nooit in hetzelfde tempo stijgt als andere sectoren. Die stijging betekent dat je ook een soortgelijke economische groei dient te hebben. Anders legt de zorg steeds meer beslag op het nationaal inkomen.’

Het probleem is dus niet zozeer de vergrijzing, maar zit vooral in de wet van Baumol en de medische vooruitgang?
‘Zou je kunnen zeggen. Probleem is wel dat nieuwere technologie vooral neerslaat bij de ouderen, de grote zorggebruikers. En die vooruitgang zorgt er weer voor dat we nog meer ouderen krijgen. Sinds de invoering van de AOW is de levensverwachting met zes, zeven jaar toegenomen. De helft van die stijging is te danken aan de medische technologie. De Grondwet schrijft voor dat de overheid maatregelen neemt ter bevordering van de volksgezondheid. Nou, die zijn er geweest en hoe. Succesvol beleid dus.’ 

Is er een uitweg?
‘We moeten de vergrijzing niet langer als een probleem, maar als een succes zien. We zien opaatjes nu nog te veel als leuke kabouters voor de kleinkinderen. Maar er komt een hele nieuwe generatie van ouderen aan: de babyboomers. Wat wordt hun rol? Die gaan niet het verzorgingshuis in. Sterker: ik zie de ouderen van de toekomst veel meer in staat om mee te doen in het arbeidsproces – en dat zal ook moeten. Vooral in de zorg. We hebben nu 1 miljoen mensen in de zorg werken. Dat moeten er 1,5 miljoen worden. Als de partners in de SER er nu eens voor zorgen dat we gezonder en flexibeler kunnen doorwerken, dan kan de oudere generatie daarin een belangrijke rol spelen.
Zorgkosten zetten de welvaart onder druk, wordt vaak gezegd. Maar draai het eens om. Sinds 1985 is de arbeidsparticipatie van vrouwen erg gestegen en is ook de AWBZ flink gegroeid. Juist doordat we de AWBZ hebben, konden laagopgeleide vrouwen in de zorg aan de slag en konden hoogopgeleide vrouwen in andere functies aan het werk. De uitbreiding van de AWBZ heeft dus welvaartsgroei gebracht. Dat zijn maatschappelijke baten. En als je het zo bekijkt, zetten zorgkosten de welvaart niet onder druk, maar worden we rijker, juist omdat we gezonder worden met z’n allen.’

Wie is Johan Polder?
Prof.dr. Johan Polder (44) studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde in 2001 op een studie naar de kosten voor ziekten in Nederland. Hij werkt bij het RIVM als projectleider bij het Centrum Volksgezondheid Toekomst Verkenningen. Als hoogleraar Economische aspecten van gezondheid en zorg begeleidt hij voornamelijk aio’s aan de Universiteit van Tilburg. Hij is een van de autoriteiten in de nog jonge wetenschap gezondheidseconomie. 

SERmagazine september 2010

Inhoudsopgave

SER-Jubileumsymposia
De SER bestaat 60 jaar. In dit jubileumjaar organiseert de SER vijf symposia over belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Op 6 oktober gaat het over het thema ‘Gezondheidszorg: vergrijzing en financiering van langdurige zorg’. Het symposium vindt plaats in het SER -gebouw in Den Haag