Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | september 2010 | Rapport Verwey-Jonker Instituut: kleurenblindheid leidt tot ongelijke kansen

Rapport Verwey-Jonker Instituut: kleurenblindheid leidt tot ongelijke kansen

Een onnodige handicap

Kleurenblindheid leidt voor 700.000 Nederlanders tot ongelijke maatschappelijke kansen en gevaarlijke situaties. Dat is niet nodig, staat in het rapport Een onnodige handicap van het Verwey-Jonker Instituut, dat de commissie Arbeidsomstandigheden van de SER deze zomer in ontvangst nam. ‘Met een beetje aandacht zijn problemen eenvoudig op te lossen.’

Walter Baardemans

Als scholier zag ir. Meinard Noothoven van Goor rood krijt op het groene schoolbord niet. Tijdens zijn militaire dienst op vliegbasis Twente werd hij bijna geramd door een straaljager omdat hij het rode licht, op de vliegbasis het onderste licht, voor groen hield. Het roodpigment in zijn ogen functioneert niet goed. Sinds 2001 vraagt de oprichter van bureau Blind Color aandacht voor kleurenblindheid als handicap. Het bureau geeft gevraagd en ongevraagd kleuradviezen. Bijna 700.000 Nederlanders zijn kleurenblind, een op de twaalf mannen (8 procent) en een op de 250 vrouwen (0,4 procent). Dat staat in het onderzoeksrapport Een onnodige handicap dat het Verwey-Jonker Instituut maakte in opdracht van Blind Color. Het blijft een schatting, want harde cijfers ontbreken. Kleurenblindheid wordt nergens geregistreerd. ‘De handicap valt ook niet erg op’, zegt senior-onderzoeker dr. Dick Oudenampsen van het Verwey-Jonker Instituut. ‘Kleurenblinden verzinnen manieren om met hun handicap om te gaan. Daardoor bestaat de neiging om de handicap te bagatelliseren, maar kleurenblindheid belemmert mensen toch in hun maatschappelijk functioneren en leidt tot ongelijke kansen.’

Van Goor zocht zelf contact met het Verwey-Jonker Instituut. In eerdere onderzoeken naar ‘handicap en werk’ en ‘handicap en studie’ kwam kleurenblindheid volgens hem helemaal niet aan bod. ‘Daarom wilde ik kleurenblindheid via een onderzoek door een gerenommeerd instituut op de kaart te zetten. Dan wordt het onderwerp serieus genomen. Kleur is in het dagelijks leven een veelgebruikte boodschapper. Daarom is het verstandig rekening te houden met de vele mensen die niet op hun kleurwaarneming kunnen vertrouwen.’

Belemmeringen
Onderzoekers Dick Oudenampsen en Meta Flikweert onderzochten de maatschappelijke belemmeringen voor kleurenblinden: wat betekent kleurenblindheid voor mensen in het dagelijks leven, onderwijs, tijdens werk en in het verkeer? Oudenampsen: ‘Over de fysiologische aspecten is veel gepubliceerd, maar er was nog heel weinig bekend over de dingen waar kleurenblinden in de maatschappij tegenaan lopen.’ Kleurenblinden ervaren op allerlei gebieden problemen, stelden de onderzoekers vast. Lesmateriaal in het onderwijs is niet aangepast, zoals in bijvoorbeeld Japan wel is gedaan. Daar zijn alle school- en studieboeken kleurenblindheidproof. Veel websites, geografische kaarten en grafieken in kranten zijn voor kleurenblinden niet goed te lezen. Zelfs de richtlijnen voor de websites van de overheid zijn niet kleurenblindheidproof. Behalve onhandig is kleurenblindheid soms ook levensgevaarlijk. In het verkeer zien kleurenblinden het rode kruis op matrixborden niet, dat aangeeft dat een rijbaan is afgesloten. Ook rode verkeersborden tegen een groene achtergrond vallen niet op, net als de veelal rode noodknop op groene machines. Voor bepaalde beroepen, zoals piloot en treinmachinist, zijn kleurenblinden uitgesloten. In een groot aantal andere beroepen is kleurenblindheid een grote handicap, veelal omdat er in de arbeidsomstandigheden geen rekening mee is gehouden.

Kleurenblindheid is niet te genezen en er zijn ook geen individuele hulpmiddelen voor, zoals een bril. Maar volgens Oudenampsen zouden kinderen op de basisschool weer net als vroeger op kleurenblindheid getest moeten worden.

‘De jeugdgezondheidszorg heeft de test in 2002 afgeschaft. Nu weet je niet meer welke kinderen kleurenblind zijn. Dat kan leiden tot ongelijke kansen en onnodige achterstand.’ Van Goor noemt het afschaffen van de test ‘een typisch medische benadering’. ‘Artsen kunnen er niets mee, dus is de test niet nodig. Maar kleurenblindheid is een sociaal probleem. Kinderen schamen zich als ze steeds verkeerde kleurpotloden pakken. Kleurenblindheid ondermijnt hun zelfvertrouwen.’

Dubbele codering
Het rapport ‘Een onnodige handicap’ bevat een hele reeks aanbevelingen om de nadelen en gevaren van kleurenblindheid te verminderen. De onderzoekers adviseren onder andere een inventarisatie te maken van gevaarlijke situaties in het verkeer. Alleen bij stoplichten is rood als signaal voor gevaar inmiddels dubbel gecodeerd: het rood staat altijd boven, het groen staat altijd onder, waardoor niet alleen de kleur maar ook de plaats de betekenis aangeeft. Oudenampsen: ‘Als rood in het verkeer wordt gebruikt zonder dubbelcodering ontstaan gevaarlijke situaties. Ook voor medeweggebruikers.’ Het onderwijs zou lesmaterialen en testen moeten gebruiken die rekening houden met kleurenblinden, vinden de onderzoekers. Ook adviseren zij eenduidige afspraken voor beroepskeuringen. Oudenampsen: ‘Nu komen kleurenblinden bij het ene bedrijf wel en bij een ander bedrijf niet voor een zelfde functie in aanmerking.’
Oplossingen kunnen in veel gevallen heel eenvoudig zijn, zeggen de onderzoekers. Als rode verkeersborden aan de buitenrand een witte bies krijgen, zijn ze tegen een groene achtergrond wel zichtbaar. Bij spoorwegovergangen kregen alle rode waarschuwingsseinen LED-lichten. Die zijn helderder en knipperen bovendien sneller. Oranje-rode LED’s zouden ook een oplossing zijn voor het matrixkruis boven afgesloten rijbanen. Oudenampsen: ‘Ons advies is niet om heel Nederland aan te passen. Maar in de ontwerpfase van producten kunnen veel problemen worden voorkomen en dan vallen de kosten waarschijnlijk mee.’

Beetje aandacht
Alles aanpassen is onhaalbaar, begrijpt ook Van Goor. ‘Het enige dat nodig is, is dat mensen die met functionele kleuren werken om een boodschap over te brengen, zich realiseren dat kleurenblinden niet alle kleuren zien en betere keuzes kunnen maken als daar rekening mee wordt gehouden. Als je kleuren goed plaatst – rood altijd boven – is het grootste deel van de handicap geëlimineerd. Met een beetje aandacht zijn problemen eenvoudig op te lossen. Dat hoeft nauwelijks iets te kosten.’

De onderzoekers bepleiten bij ontwerpers het gebruik van de gestandaardiseerde code NPR 7022 van het Nederlands Normalisatie-Instituut. Deze richtlijn geeft sinds 2006 aanwijzingen voor verantwoord gebruik van kleur als boodschapper van informatie. Door optimale kleurselectie en/of dubbelcoderen volgens de norm zijn kleurcoderingen voor iedereen begrijpelijk te maken. Van Goor: ‘Met twaalf gecodeerde kleuren kun je zelfs een boswandeling kleurenblindheidproof uitzetten.’ De norm wordt volgens Van Goor nog te weinig gebruikt.
Volgens onderzoeker Oudenampsen draagt het rapport bij aan meer begrip voor kleurenblindheid als handicap. ‘We hebben geprobeerd om een probleem te duiden. Het is aan andere instanties om te kijken welke ingrepen nodig zijn tegen welke kosten. Dat lijkt mij gezien internationale verdragen en de Wet Gelijke Behandeling iets waar je niet onderuit kunt.’ Van Goor merkt resultaat van zijn jarenlange pleidooi voor meer aandacht voor kleurenblindheid. ‘De Cito-toets wordt nu voor alle kinderen kleurenblindheidproof. Dat is bovendien goedkoper dan twee verschillende versies.’ De Commissie Arbeidsomstandigheden van de SER heeft toegezegd kleurenblindheid waar nodig te betrekken in haar adviezen aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

SERmagazine september 2010

Inhoudsopgave

Verwey-jonker
Het rapport ‘Een onnodige handicap’ is te downloaden op www.verwey-jonker.nl