Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | oktober 2010 | Werkgeverslobby in Brussel

Werkgeverslobby in Brussel

‘Je moet nooit uitsluitend tégen zijn'

Tachtig procent van de regels voor het bedrijfsleven komt uit Brussel. Dus moeten bedrijven die invloed willen uitoefenen op wet- en regelgeving, zich in de wandelgangen van de Europese Unie begeven. Joke van den Bandt is hoofd van het Brussels bureau van VNO -NCW/MKB -Nederland. ‘Het is onze taak er vroeg bij te zijn.’

Loek Kusiak

Brussel is toch verder weg dan Den Haag. Veel van de Brusselse regels vallen ondernemers nog steeds rauw op hun dak, weet Joke van den Bandt. Ze is econoom, al twintig jaar in dienst bij ondernemingsorganisatie VNO -NCW en sinds 2009 hoofd van het Brusselse bureau van de Nederlandse werkgevers. ‘We zijn een relatief klein land met een stevige Europese thuismarkt. Het is onze taak er vroeg bij te zijn om regels efficiënter te krijgen of een ambtenaar ervan te overtuigen dat bepaalde regels onnodig zijn.’
‘Momenteel voeren we een lobby bij het Europees Parlement tegen de invoering van de etiketteringsrichtlijn. De richtlijn verplicht ondernemers op hun producten de gebruikte grondstoffen en het land van herkomst te vermelden. Dat is voorwaarde om het product in de EU-lidstaten op de markt te mogen brengen. Maar als je iets assembleert met grondstoffen uit verschillende landen, wat betekent dan made in? Dat is schijninformatie. Ook de consumentenorganisaties denken er zo over. Deze richtlijn zal voor veel rompslomp met certificaten en douanecontrole zorgen.’
Werkgeversorganisatie VNO-NCW detacheerde al in 1991 een ‘permanent gedelegeerde’ in Brussel. Sinds januari van dit jaar zit VNO-NCW samen met MKB-Nederland onder één dak in de statige Archimedesstraat. Dichter bij het Europese beleidsvuur kan bijna niet. Het bureau is gehuisvest op de vierde etage, pal tegenover het immense Berlaymontgebouw, het hoofdkwartier van de Europese Commissie. Joke van den Bandt: ‘Met vier belangenbehartigers zijn wij de schakel tussen de Brusselse politiek en ons hoofdkantoor in Den Haag. We zijn actief op onderwerpen die voor het Nederlands bedrijfsleven van specifiek belang zijn. Daarnaast nemen we deel aan de lobby van BusinessEurope, de Europese federatie van werkgevers, en UEAPME, de Europese koepel van het midden- en kleinbedrijf.’

Meedenken
Wat kenmerkt een goede lobbyist? ‘Een ervaren belangenbehartiger’, zegt Joke van den Bandt, ‘is nieuwsgierig, heeft een groot netwerk en bewandelt verschillende wegen tegelijk: de Europese Commissie, de Raad van Ministers, overkoepelende Europese organisaties en het Europees parlement. Dat laatste gebeurt steeds meer; met alle 25 Nederlandse Europarlementariërs hebben wij contacten. Daarnaast moet je in dit werk niet uitsluitend ergens op tégen zijn. Je moet méédenken, op tijd aanschuiven om jouw boodschap neer te leggen bij de ambtenaren die op de vakdossiers zitten.’ Volgens Van den Bandt is het een ‘clichébeeld’ dat lobbyisten de meeste tijd functioneel lunchen of recepties aflopen. ‘Integendeel. Ik zit veel achter m’n bureau om stukken te bestuderen. Veel informatie-uitwisseling en aanzetten tot beleidsvoorbereiding vinden plaats in discussiepanels, vergaderingen of andere formele bijeenkomsten waar wij vertegenwoordigd zijn.’
Europese ambtenaren vragen bij de voorbereiding van een nieuwe richtlijn in een openbare raadpleging ook geregeld hoe de brancheorganisaties erover denken. ‘Afhankelijk van het onderwerp ga ik met werkgeversorganisaties uit andere lidstaten na hoe we een dossier begeleiden of beïnvloeden. Met de Duitse werkgevers en de collega’s uit de Scandinavische landen werken wij bijvoorbeeld vaak goed samen op het gebied van onder meer handelspolitiek, innovatie, milieu, consumentenbeleid en mededinging.’
De gemeenschappelijke Europese markt voor goederen en diensten mag dan sinds 1992 formeel een feit zijn, in de praktijk van alledag ervaren ondernemers nog altijd belemmeringen. ‘Het ene land stelt nog altijd andere voorschriften dan het andere, bijvoorbeeld voor de registratie van afvalstoffen. En het duurt erg lang voordat landen EU-richtlijnen in wetgeving omzetten. De Dienstenrichtlijn, die vrije vestiging en een vrij verkeer van diensten tussen lidstaten regelt, had 1 januari 2010 EU-breed ingevoerd moeten zijn. Helaas is dit nog slechts in elf van de 27 lidstaten het geval. Of neem de energienetwerken. Formeel bestaan daarin geen landsgrenzen meer. Toch slagen Nederlandse bedrijven er nog steeds niet in om in Frankrijk goedkoop energie in te kopen.’ Tegelijkertijd waken VNO -NCW/MKB ervoor dat EU-richtlijnen in de Nederlandse wetgeving een ‘nationale kop’ krijgen. ‘Het kan niet zo zijn dat onze overheid er een schepje bovenop doet. Regels moeten wel binnen de EU-kaders blijven.’

Successen
Ligt de voltooiing van Europa politiek gezien gevoelig, de Brusselse werkgeverslobby kan wel de nodige succesjes bijschrijven. Bijvoorbeeld het voorstel van de Europese Commissie om mkb-bedrijven vrij te stellen van Europese regels voor financiële jaarverslagen. ‘Daar hebben wij samen met de Europese werkgeversfederatie uit oogpunt van administratieve lastenverlichting sterk voor gepleit. We zijn ook blij met het besluit om het Europees ecolabel niet verplicht op te leggen. Door ecodesign te bevorderen, kun je ook energiezuinige producten op de markt brengen. Een andere discussie tussen ons, de Commissie en het Parlement gaat over de Blue Card, ofwel het soepel verstrekken van een werkvergunning aan hoogopgeleide kennismigranten. Op de regeling die er nu ligt, kunnen landen nog te veel uitzonderingen maken.’ Bij een ‘geslaagde’ lobby moet in het voorstel van de Europese Commissie de lobby niet meer te herleiden zijn. ‘Het belangrijkst is dat een EU-commissaris zelf met goede wetgeving kan scoren. Dat ik ergens mijn amendementje kan terugvinden, doet er niet toe.’

In Europa
Steeds meer sociaal-economisch beleid is Europees beleid. Dat voert de Nederlandse vakbonden en werkgeversorganisaties geregeld naar Brussel. Wat doen ze daar precies?
SER magazine op bezoek in Europa. Deel 1: VNO -NCW/MKB -Nederland

SERmagazine oktober 2010

Inhoudsopgave