Elrie Bakker, nieuwe voorzitter Hoofdbedrijfschap Ambachten
Meer jongeren interesseren voor een baan in het ambacht, om te voorkomen dat er straks een groot tekort aan vakmensen ontstaat. Dat is de missie van Elrie Bakker, sinds juli dit jaar voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA ). ‘Mensen moeten zich realiseren dat je een ontzettend goed bestaan kunt hebben als je een vak hebt geleerd.’
Dorine van Kesteren
Een tijdje geleden ontmoette Elrie Bakker een jonge ondernemer die met succes zelf schoenen maakt en verkoopt. Met enthousiasme vertelt ze over ‘zo’n knul van halverwege de twintig, die het schoenmakersvak weer helemaal hip maakt’. Ze kan zich er ernstig over opwinden dat het imago van het ambacht in de maatschappij nog steeds geldt als second best (‘als je niet kunt leren, dan ga je maar iets met je handen doen’). ‘De meeste jongeren en hun ouders zien het ambachtswezen niet als serieus loopbaanperspectief. Volkomen onterecht. Vaklieden kunnen iets wat andere mensen niet kunnen. Iets waaraan de maatschappij een schreeuwende behoefte heeft.’
Een betere ambassadeur kan het ambacht zich niet wensen. Sinds 1 juli is Bakker voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA), waarbij 36 verschillende branches aangesloten zijn. Zij vertegenwoordigen ruim 77.500 ondernemingen, met zo’n 300.000 mensen, werkzaam in allerlei verschillende beroepen: van banketbakkers tot goudsmeden en van stratenmakers tot schoonheidsspecialisten. Gemene deler is dat ze allemaal een geschoolde, handmatige manier van werken hebben. Het HBA behartigt het gemeenschappelijk belang van de betrokken branches én het algemeen belang. In het bestuur van het HBA zijn ondernemersen werknemersorganisaties vertegenwoordigd. Het HBA streeft volgens Bakker naar duurzame ambachtelijke bedrijvigheid. ‘Met andere woorden: innovatief vakmanschap dat economisch loont, ook in de toekomst. Wij stimuleren – in nauwe samenwerking met de brancheorganisaties en bonden – ondernemerschap en vakmanschap in de betrokken branches. Daarnaast willen wij de ambachten positief op de kaart zetten.’
En lukt dat ook?
‘Aan de ene kant ontplooit het HBA gezamenlijke projecten, die iedere branche zelf kan inkleuren. Dan kun je denken aan het opstellen van branchecodes – een praktijkgids met alle relevante wet- en regelgeving voor een specifieke sector –, promotie van de branche bij jongeren of voorlichting over subsidies voor trajecten voor erkenning van verworven competenties. Dit soort activiteiten wordt uit de algemene heffing betaald. Aan de andere kant zijn er projecten die de branches zelf financieren, zoals eigen promotiecampagnes. De kappers hebben bijvoorbeeld de publiekscampagne ‘Looking good, feeling better’ en de glazenwassers proberen met de campagne ‘Glazenwasser, een baan met uitzicht’ de instroom in het vak te bevorderen.’
Heeft een individuele ondernemer daar ook plezier van?
‘Vooropgesteld: wat goed is voor de bedrijfstak, is goed voor de ondernemers die daarin actief zijn. Neem de btwverlaging die het HBA samen met de brancheorganisaties een paar jaar geleden heeft bereikt voor de kappers en de schoenmakers. Dat is veel waard voor ondernemers die het grotendeels van hun arbeidsuren moeten hebben. Tegelijk zijn er ook initiatieven met een meer individueel karakter. Zo’n branchecode is bijvoorbeeld een heel handig middel om de bedrijfsvoering te verbeteren. Zeker voor kleine bedrijven, die vaak te maken hebben met allerlei wetten en regels en anders door het bos de bomen niet meer zien.’
Is het HBA anders dan de andere bedrijfschappen?
‘Bij alle andere bedrijfschappen zijn individuele ondernemers verplicht zich in te schrijven en de heffing te betalen. Het HBA kent als enige de mogelijkheid van toeen uittreding van afzonderlijke branches. Een branche die geen meerwaarde in het collectief ziet, kan uit het HBA stappen en op eigen kracht verder gaan. Ik vind dat een goede zaak. Keuzevrijheid houdt ons scherp: bieden we de juiste dienstverlening aan onze achterban?’
Er is kritiek op nut en noodzaak van de schappen.
‘Die politieke discussie is er altijd al geweest. Al vanaf de jaren vijftig. Discussie is prima, zolang het oordeel van het bedrijfsleven zelf daar maar bij betrokken wordt. Als vanouds geldt dat ondernemersorganisaties voldoende representatief moeten zijn. Bovendien is bij de laatste wetswijziging in 2009 afgesproken dat elk schap iedere vier jaar bij steekproef moet onderzoeken of er voldoende draagvlak bestaat onder zijn individuele ondernemers. Dan kan de politiek wel allerlei principiële redenen hebben voor opheffing, maar uiteindelijk gaat het toch om wat de achterban wil.’
De schappen blijven dus voortbestaan.
‘Zeker als zij toegevoegde waarde hebben. Als ik naar het HBA kijk: ondanks de keuzevrijheid is er nog nooit een branche opgestapt. Dat geeft wel aan dat alle 36 branches de meerwaarde ervan inzien. Sterker, we zijn nu in gesprek met vijf nieuwe branches die zich willen aansluiten.’
Wat heeft u met ambachten?
‘Veel! Ik ben geboren en getogen in de horeca. Mijn ouders hadden een groot restaurant annex uitgaanscentrum in Groesbeek. Ik kwam dus al vroeg in aanraking met alle ambachtelijke beroepen die daarbij een rol speelden: koks, schoonmakers, hoveniers…’
U verwacht dat het belang van de ambachtseconomie toeneemt?
‘Ambachten zijn onmisbaar in onze samenleving. Niet alleen economisch – in Nederland zorgt het ambachtswezen voor meer dan 900.000 arbeidsplaatsen – maar ook om inhoudelijke redenen: er is altijd behoefte aan producten en diensten. Niet alleen in de klassieke ambachten, maar ook in moderne sectoren als wellness, ICT en communicatie. Daar komt bij dat de vraag naar producten met een eigen karakter toeneemt. Je kunt een kastje bij Ikea kopen, maar veel mensen vinden het leuker als dat kastje speciaal voor hen is gemaakt.’
Toch dreigt er een tekort aan vakmensen.
‘Het ambacht heeft te maken met een dubbele vergrijzing: een grote golf oudere vakmensen gaat met pensioen en er is geen nieuwe aanwas. Maar wat als er over een paar jaar geen loodgieters meer zijn? Daarom wil de HBA bevorderen dat meer jonge mensen voor deze beroepen kiezen.’
Hoe?
‘Ten eerste: voorkomen dat jongeren halverwege de opleiding afhaken. We moeten de aansluiting van het mbo naar de werkvloer verbeteren, met meer aandacht voor de praktijk in het onderwijs. Ik ben dus erg blij met de opkomst van de Vakcolleges voor techniek en zorg. Daarnaast promoten we de ambachten als aantrekkelijke loopbaanoptie. Het ambacht heeft helaas geen hip imago. Er heerst een wijdverbreid misverstand dat ambachten eigenlijk op gespannen voet staan met onze moderne samenleving. Maar een kenniseconomie benut alle talenten, het denkwerk én het handwerk.’
Het gaat u aan het hart.
‘Je kunt een ontzettend goed bestaan hebben als je een vak hebt geleerd. Het zal mij niet verbazen als een loodgieter over tien jaar meer verdient dan een hbo’er met een economische opleiding. En vergeet niet: het is fantastisch als je iets kunt maken.’
Wie is Elrie Bakker? Elrie Bakker werd in 1961 geboren in Groesbeek. Na haar MO -A Nederlands begon zij in 1982 als lerares Nederlands aan het Hazenkampcollege in Nijmegen. Daarna exploiteerde zij vijf jaar samen met haar man restaurant De Karseboom in Nijmegen. In 1989 ging zij aan de slag voor de Stichting Beheer Horecasecretariaten. Sinds 1994 werkt Bakker als zelfstandige: in die hoedanigheid was zij onder andere werkzaam als centrummanager van de binnenstad van Nijmegen. In 2000 werd zij regiomanager bij de Kamer van Koophandel in Arnhem. In 2006 richtte zij samen met een zakelijk partner een bureau op voor project- en organisatiemanagement. Sinds 1 juli 2010 combineert ze dat met de functie van voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten in Zoetermeer. Bakker is getrouwd en heeft vier kinderen. |