Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | mei 2010 | Jongeren over de arbeidsmarkt van de toekomst

Jongeren over de arbeidsmarkt van de toekomst

‘Zekerheid is relatief’

Wie zijn de werknemers van de toekomst? Hoe denken ze over bijvoorbeeld opleiding, status, salaris en de combinatie werk-privé? De SER -commissie die broedt op een advies over deze thematiek, luisterde kortgeleden naar verhalen en wensen van een dertigtal jonge ondernemers, werknemers en werkzoekenden. ‘Als ik kinderen krijg, wil ik gewoon om vier uur op het schoolplein staan.’

Felix de Fijter

Het pand van de SER in Den Haag lijkt zo goed als verlaten om 19.00 uur. In de grote hal klinkt alleen het koffielepeltje van de receptioniste. Maar achter de klapdeuren is het geroezemoes hoorbaar. Ondernemers, werknemers en werkzoekenden praten elk in een eigen zaal met een lid van de commissie Toekomstige Arbeidsmarktpositie Jongeren.
In de Handelszaal vraagt SER -kroonlid Hans Kamps zo’n tien jonge ondernemers naar hun ervaringen in de schoolbanken. ‘Zelf was ik een stapelaar: vanuit het lager onderwijs ben ik opgeklommen en een eigen zaak begonnen. Hoe was dat bij jullie?’
De jonge ondernemers, bijna allemaal mannen, zien er ook uit als ondernemers. Meestal in pak en keurig bedast, maar niet allemaal. Jongerenwerker Ludo bijvoorbeeld. Wit shirt, zilveren oorbel en een tatoeage op z’n arm. ‘Goede begeleiding tijdens je opleiding is belangrijk. Als je de weg weet te vinden, kan je opleiding je echt wel helpen op weg naar het ondernemersbestaan.’ Dat is ook de ervaring van Abdennour. ‘Ik kom zelf niet uit een welgesteld milieu dat de weg voor mij baant naar het zakenleven. Maar als je iets wilt, kan het.
Je moet hulp durven vragen bij de opleiding.’ Kamps vraagt zich af of je op school echt klaargestoomd moet worden voor de arbeidsmarkt, want wie weet nu in de schoolbanken al hoe zijn toekomst zal zijn? ‘Veel van ons zaten voor hun ondernemerschap, denk ik, eerst een paar jaar in vaste dienst?’ Voor Orfeo, medeoprichter van One2green, een bedrijf in klimaatneutraal ondernemen, ging het vanzelf. ‘Van mijn ouders moest ik doen wat ik leuk vond. Want als je dat doet, dan komen de euro’s vanzelf wel, was hun redenering.’ Volgens Ludo speelt de prefrontale hersenkwab een grote rol. ‘Je kiest voor je 25ste op emotie, niet op ratio. Je moet gewoon iets proberen en zien waar het schip strandt.’

Volgens de ondernemers in de zaal is vrijheid de belangrijkste drijfveer voor ondernemerschap. Kamps: ‘Maar waar zit ‘m dat dan in? Dat bedrijf zit toch altijd in je hoofd. Is die vrijheid geen ingebeelde vrijheid?’ Melkveehouder Jurgen beleeft het gevoel van vrijheid wél, vertelt hij. ‘Ik kan mijn koeien in het weekend niet uitzetten. Ik heb niet veel vrije tijd, maar toch veel vrijheid. Niemand vertelt me wat ik moet doen.’

Status
Een paar deuren verder zijn jonge werknemers in gesprek over geld en status. Gaat het om de centen of om uitdaging en plezier in het werk? Stella, in mantelpak, is voormalig werknemer van het inmiddels failliete bankbedrijf DSB. Ze vindt een goed salaris heel belangrijk, net als status. ‘Maar hoe zit het dan met DSB en hun woekerpolissen? Haal je daar status uit?’, vraagt een overbuurman zich kritisch af. ‘Ik zet het gewoon op m’n cv hoor’, zegt Stella. ‘Ik was niet bij die polissen betrokken en Dirk Scheringa is een heel aardige man.’ ‘Toch vinden jongeren geld steeds minder belangrijk’, weet Anouk. ‘Tegenwoordig vinden ze 2100 euro bruto genoeg voor hun eerste baan. Een paar jaar geleden lag dat honderden euro’s hoger. Jongeren willen vooral kunnen doorgroeien.’ ‘En zekerheid?’, vraagt voorzitter Peter Ester, kroonlid van de SER . ‘Zekerheid is hartstikke relatief’, zegt Gerjan, manager bij uitzendbedrijf Ubron. ‘Als ik zie hoe grote bazen soms willekeurig werknemers op straat zetten, mensen die 20 of 25 jaar hebben gepresteerd, dan vraag ik me af hoe groot die veronderstelde zekerheid van een vaste baan nu eigenlijk is.’ Als het gesprek op kinderen en werk komt, mengt Charita van FNV Jong zich in het gesprek. ‘Ik krijg een kind in september en dan wil ik wel blijven werken. Het liefst vier dagen.’ Stella wil überhaupt geen kinderen, ‘maar het is wel belangrijk dat rekening wordt gehouden met werkende moeders. Bij DSB hadden we een crèche in het pand. Dat vind ik in een goed idee.’ Guus, werkzaam bij vakcentrale MHP, zou er geen gebruik van maken. ‘Ik wil gewoon om vier uur op het schoolplein staan als ik kinderen krijg. Voor mij is het belangrijk dat een kind wat van mij meekrijgt. Als ik vader zou zijn, zou ik niet meer dan 32 uur willen werken.’

Nuttig
De jonge werkzoekenden aan de overkant van de gang houden zich nog niet echt bezig met de combinatie kinderen en werk. De gemiddelde leeftijd ligt een paar jaar lager dan in de twee andere zalen. Huibrecht Bos van Jong Management is met de werkzoekenden in gesprek over spaargeld, ambities en mantelzorg. Waar gaat het de werkzoekers om? Veel geld? Of is een baan in tijden van crisis al gauw goed? Karin zou zeker gaan werken. ‘Ik word gek thuis. Ik doe liever iets nuttigs, zodat ik een doel heb in m’n leven.’

Maar Nynke ziet schaduwzijden: ‘Een baan onder je niveau staat niet mooi op je cv.’ Sofie maalt er niet zo om. ‘Ik zou echt niet willen leven van gemeenschapsgeld. Dan maar ’n baan onder mijn niveau. Beter dan niets.’ Ulrike vraagt zich af of ze wel eisen kan stellen in tijden van crisis. ‘Er zijn maar weinig banen. Met wensenlijstjes kom je vandaag de dag, denk ik, niet zo ver.’ Na een uur bomen, sluiten de voorzitters de avond alweer af. Huibrecht Bos heeft genoten. De avond heeft misschien een wat eenzijdig beeld opgeleverd doordat vrijwel alle aanwezige jongeren hoger opgeleid waren, zegt hij. ‘Maar in een meer gevarieerde groep verloopt een gesprek al gauw moeizaam. Het valt me op hoe open en eerlijk deze mensen, die elkaar niet of nauwelijks kennen, durven te praten over soms heel persoonlijke dingen. Deze avond geeft ons zeker meer inzicht in de komende arbeidsgeneratie.’
SERmagazine mei 2010

Inhoudsopgave

© Michael Danker
© Michael Danker