Keuzemoment voor leerlingen blijft twistpunt
Leerlingen moeten langer bij elkaar blijven in het voortgezet onderwijs voordat ze in verschillende niveaus uiteengaan. Dat vindt Aart Jan de Geus, plaatsvervangend secretaris-generaal van de OESO. Zijn pleidooi vond niet zonder meer gehoor op het eerste jubileumsymposium van de SER.
Elizabeth Palandeng
Late selectie verkleint sociaal-economische verschillen en verbetert schoolprestaties, aldus De Geus, spreker tijdens het eerste SER-jubileumsymposium, op 10 februari in Den Haag. Andere voorwaarden voor succes zijn volgens De Geus een goed onderwijsklimaat, een meer persoonlijke aanpak in het onderwijs en een breed totaalaanbod gecombineerd met geïndividualiseerde programma’s. Fons van Wieringen (voorzitter Onderwijsraad) zette vraagtekens bij de conclusies van De Geus. Nederland heeft juist het probleem dat de betere studenten maar matig presteren. Latere selectie zal wel de gelijke kansen bevorderen, maar de prestaties van de betere leerlingen niet verbeteren, denkt Van Wieringen. Bovendien kunnen leerlingen binnen het Nederlandse systeem de nadelen van vroegselectie compenseren.
Ze hebben bijvoorbeeld de mogelijkheid om diploma’s te ‘stapelen’.
Pools succes Polen is een van de Europese landen waar de keuzeleeftijd in het onderwijs is verhoogd. Dat besluit maakte deel uit van een ingrijpende stelselherziening in 1998. Sindsdien haalt het land veel betere resultaten in het PISA-onderzoek, het belangrijkste internationale onderzoek naar onderwijsresultaten. Jerzy Wisniewski, de Poolse minister van Onderwijs, lichtte deze resultaten tijdens het symposium toe. Hij concludeerde dat het uitstel van de keuze voor het vervolgonderwijs een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de stijging van de PISA-score. Daarbij zijn de resultaten van de laagpresteerders gestegen en die van de top niet gedaald. Referent Lex Herweijer (SCP) toonde zich kritisch over het betoog van Wisniewski. De verbeterde Poolse prestaties kunnen volgens hem meerdere oorzaken hebben. Voor Nederland zou Herweijer niet kiezen voor een stelselwijziging waarbij de keuzeleeftijd wordt verhoogd, maar voor bredere brugklassen en voor het ‘stapelen’ in het voortgezet onderwijs.
Voorzichtig Ook sociale partners namen ten aanzien van latere selectie een voorzichtige positie in. Volgens Chiel Renique van VNO-NCW vinden werkgevers aandacht voor de ontplooiing van ieders talenten aantrekkelijk, maar waarschuwen ze voor te snelle conclusies over het effect van latere selectie. Volgens Renique kan er wel meer gedaan worden om de nadelen van vroegselectie te bestrijden. Hij denkt daarbij onder meer aan voorschoolse educatie, vakscholen en betere mogelijkheden om te stapelen. Aan het eind van het symposium stelde SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan dat Nederland met zijn huidige onderwijsstelsel zowel aan de bovenkant als aan de onderkant kansen mist. Hij pleit voor een ambitieuze hervormingsagenda die binnen het huidige stelsel te realiseren moet zijn. Rinnooy Kan herinnerde de aanwezigen aan de kennisinvesteringsagenda van de Nederlandse regering en pleitte voor meer investeringen in kennis, met het oog op een blijvende welvaart.