Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | januari 2010 | Zzp’ers willen erkenning

Zzp’ers willen erkenning

SER buigt zich over betekenis eenpitters voor arbeidsmarkt

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) zijn niet meer weg te denken uit de economie. De groei van eenmansbedrijven gaat, zelfs in crisistijd, gewoon door. Wat is hun betekenis voor de arbeidsmarkt en wat dragen zij bij aan het stelsel van sociale zekerheid?
De SER werkt momenteel aan een advies over zzp’ers. De diverse belangenorganisaties praten mee.

Loek Kusiak

Van alle ingeschreven ondernemingen bij de Kamer van Koophandel heeft de helft geen personeel. Hun aantal wordt nu geschat op 700.000, maar het worden er steeds meer. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er alleen al in 2008 zo’n 90.000 zp’ers bijgekomen. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. Daarom heeft het kabinet de SER om een advies gevraagd over de gevolgen van het groeiend aantal zelfstandigen voor de arbeidsmarkt en het stelsel van arbeidsverhoudingen (zie kader). Daar worden de organisaties van zzp’ers natuurlijk ook bij betrokken. Met 20.000 leden is het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) de grootste belangenbehartiger van zzp’ers. De leden komen binnen via branche- en beroepsorganisaties die bij PZO zijn aangesloten. Een groot deel van de leden werkt in de ICT, consultancy en communicatie, maar de Vereniging van Klusbedrijven en de Beroepsvereniging Hijskraanmachinisten zijn ook lid van PZO. ‘De titel ‘zzp’er’ heeft geen juridische status’, zegt PZOsecretaris Roel Masselink. ‘De benaming zal opdrachtgevers van zzp’ers echter een zorg zijn. Het gaat hen om de fl exibiliteit die een zzp’er te bieden heeft. De eenpitter onderscheidt zich van andere bedrijven doordat hij voornamelijk zijn eigen kennis en kunde verhuurt. Daardoor lijkt hij van de buitenkant vaak op een werknemer, maar hij draagt wel degelijk ondernemersrisico’s. Hij wil alleen geen personeel. Voor grote klussen werkt hij samen met anderen.’

Productief
‘Zelfstandigen zijn uitermate productief en declareren alleen de uren waarin ze aantoonbaar productiviteit hebben geleverd,’ stelt Linde Gonggrijp, directeur van FNV Zelfstandigen. Haar organisatie bestaat nu tien jaar en telt bijna 13.000 leden in onder meer groenonderhoud, handel, schoonmaakbranche, zorg, diensten, vervoer en industrie. ‘Maar we hebben nu ook een kamelenmelker in ons ledenbestand.’ FNV Zelfstandigen vertegenwoordigt volgens Gonggrijp veel verschillende lagen van de arbeidsmarkt. ‘Onder onze leden tellen we 1600 beroepen. Zzp’er word je omdat je een specialisme hebt aan te bieden. En omdat je zelf baas wilt zijn over je tijd zodat je je eigen balans tussen loopbaan en privéleven kunt vinden.’ ‘Dat we als zelfstandigenclub bij de FNV-familie horen, heeft het voordeel dat we ook in Den Haag gehoord worden, maar ons uithangbord blijft de eerstelijnsservice. De reden waarom zzp’ers lid worden, is onze juridische dienstverlening op het gebied van incasso, contracten en geschillen met instanties. Juist op dat vlak, in de rollen die zzp’ers moeten spelen als hoofd marketing, hoofd verkoop en hoofd administratie, zijn ze kwetsbaar. Niet in de vakinhoudelijke expertise, want daarin blinken ze juist vaak uit.’

Gevraagd naar wat er bereikt is voor zzp’ers, antwoordt Linde Gonggrijp: ‘We hebben ons samen met PZO hard gemaakt voor een uitkering voor zwangerschapsverlof voor zelfstandige onderneemsters. Er is geknokt voor de komst van de Verklaring Arbeids Relatie (VAR), waardoor de opdrachtgever duidelijkheid krijgt over eventuele risico’s voor naheffi ngen van de loonheffi ngen. En bij de invoering van de verplichte zorgverzekering is met succes lobby gevoerd voor een eigen tarief voor zelfstandigen.’

Solidariteit
Bij de Vereniging Zelfstandigen Zonder Personeel (VZZP) – ontstaan in de bouw, maar inmiddels ook actief in dienstverlenende beroepen en goed voor 1500 leden – zegt directeur Nico Schouten zich nog te kunnen herinneren dat de zzp’er ‘verfoeid werd door de gevestigde orde’. ‘Tien jaar geleden riep het kabinet dat meer mensen ondernemer moesten worden. Maar in het Haagse overlegcircuit werd voor ons nog geen stoel vrijgehouden. Zelfstandigen zouden de solidariteit tussen werkenden
uithollen. Maar dat is onzin. De zzp’er betaalt gewoon mee aan collectieve voorzieningen voor iedereen, maar heeft minder sociale vangnetten dan de werknemer. Dus geen WW, geen WAO, meestal geen inkomen bij ziekte, geen toegang ook tot opleidings- en onderwijsfondsen, alleen toegang tot de bijstand. De taak van ons soort organisaties is om de wet- en regelgeving zzp-proof te krijgen. Die VAR vind ik trouwens een overbodige administratieve belasting. Waarom ieder jaar een boterbriefje halen om ondernemer te mogen zijn?’ Door toedoen van de belangenverenigingen voor zzp’ers is in 2007 voor het eerst een Kamerbrief verschenen over de knelpunten waarmee zelfstandigen te maken hebben. En knelpunten zijn er nog genoeg, ondanks de voordelen die het bestaan als zelfstandige heeft. Niet zonder reden wordt de zzp’er ook wel eens ‘Zelfstandige Zonder Pensioen’ genoemd.

Opstartfase
‘In de opstartfase,’ zegt Roel Masselink, ‘gaat het om brood op de plank. Sparen voor de oudedag komt later wel, als de orderportefeuille is gevuld. Een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid wordt nog te weinig afgesloten. Te duur, wordt veelal gedacht, terwijl er tegenwoordig ontzettend veel betaalbare opties zijn. Fiscaalvriendelijk geld opzij zetten – een levensloopregeling – voor tijden dat je niet wilt werken, is voor zzp’ers niet mogelijk. Alsof zij geen levensloop hebben. Ook in de discussie over verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar heeft geen enkele politicus het tot voor kort over de zzp’ers gehad. Terwijl de AOW toch een volksverzekering is.’ Nico Schouten van de VZZP vindt dat er een ‘sociaal arrangement’ moet komen met een aantal spelregels of voorwaarden voor een stelsel waarin ook zzp’ers zich herkennen. ‘Je kunt hen niet in de marge van de sociale wetgeving laten rondzwemmen.’ In onze kenniseconomie zijn zzp’ers niet meer weg te denken, benadrukt Linde Gonggrijp. ‘De overheid zet altijd in op groei en koppelt dat aan het werven van extra personeel. Maar er is geen enkele economische wet die zegt dat groei in personeel toegevoegde waarde heeft. Kennis heeft dat wel. En daarin ligt juist de kracht van de zzp’ers.’

Bijbuigen
Volgens haar zijn veel wetten gebaseerd op de traditionele arbeidsovereenkomst. ‘Als minister Donner zich in zijn adviesaanvraag aan de SER afvraagt of het huidige stelsel van arbeidsverhoudingen, sociale zekerheid en fiscaliteit nog wel is toegesneden op zzp’ers, is het antwoord ‘nee’. Er is een grondige herbezinning op of misschien wel nieuwbouw van het sociale stelsel nodig.
Noch het stelsel dat sociale partners hebben ontwikkeld, noch het instrumentarium van de overheid past bij de grote diversiteit aan arbeidsrelaties op de arbeidsmarkt. In die zin vinden wij het vanzelfsprekend dat we zijn uitgenodigd om bij het SER-advies een rol te spelen. Maar ook binnen de vakcentrale moeten wij de blik van andere bonden bijbuigen naar belangenbehartiging voor die mensen die buiten het cao-gebied vallen.’ ‘Minister Donner geeft in de SER-adviesaanvraag het dilemma goed aan,’ reageert Roel Masselink van PZO. ’Donner is verheugd over de groei van het aantal zelfstandigen en stelt vast dat bij ondernemerschap risico’s horen. Anderzijds voorziet hij mogelijk een probleem voor het huidige sociale stelsel. Ons standpunt is: eerst kijken voor welke doelgroep je iets wilt regelen. In veel gevallen zul je voor alle werkenden eenzelfde basisregeling nodig hebben, die je als zzp’er kunt opplussen of die voor werknemers via de cao worden opgeplust. Noem het een stelsel sociale zekerheid 2.0.’



Bijdrage aan economie en innovatie
Minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft de SER gevraagd om advies uit te brengen over de gevolgen van de groeiende groep zelfstandigen zonder personeel (‘eenpitters’ in de volksmond) voor de structuur van de arbeidsmarkt. Gevraagd is ook om de belangenorganisaties van zzp’ers bij het advies te betrekken. De SER moet in zijn advies onder meer ingaan op de bijdrage van zzp’ers aan de economie en innovatie Nederland, de trends die zich komende jaren op de arbeidsmarkt aftekenen en de wenselijkheid van een andere vormgeving van het stelsel van sociale zekerheid en arbeidsverhoudingen waarin de belangen van zzp’ers tot hun recht komen.
 
SERmagazine januari 2010

Inhoudsopgave

Alles over het thema