Home | Publicaties | SERmagazine | 2009 | Artikelen mei 2009 | Nanodeeltjes: voorzichtigheid geboden

Nanodeeltjes: voorzichtigheid geboden

Werknemers moeten zo min mogelijk in aanraking komen met minuscuul kleine stofjes. Juist omdat de risico’s van de zogeheten nanodeeltjes nog onbekend zijn, is voorzichtigheid geboden, meldt een recent verschenen SER-advies. Werkgevers, werknemers en overheid gaan daar samen voor zorgen.

Mariek de Valk
 

Nanodeeltjes zijn kleine deeltjes, die niet met het blote oog waarneembaar zijn. Een nanometer is 0,000001 millimeter, een miljardste meter. Door hun formaat hebben nanodeeltjes bijzondere eigenschappen die nieuwe kansen bieden, bijvoorbeeld voor een heel gerichte toediening van medicijnen. Maar nanodeeltjes kunnen ook nieuwe risico’s opleveren.
Zolang die risico’s nog onbekend zijn, moeten nanodeeltjes behandeld worden als gevaarlijke stoffen. Dat betekent dat werknemers niet of zo min mogelijk met nanodeeltjes in aanraking moeten komen, staat in een advies van de Commissie Arbeidsomstandigheden van de SER. Commissievoorzitter Robin Linschoten overhandigde het advies eind maart aan secretaris-generaal Johan de Leeuw van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Minister Donner had in september 2008 advies gevraagd over het veilig omgaan met nanodeeltjes.

Preventief
Momenteel werken in Nederland zeker vierhonderd mensen met nanodeeltjes. Dat aantal neemt naar verwachting snel toe. Bijna alle bedrijven en kennisinstellingen die met nanodeeltjes werken, nemen nu al maatregelen om het contact met nanodeeltjes te beperken, zoals ventilatie en persoonlijke beschermingsmiddelen. Of dergelijke maatregelen afdoende helpen, is nog niet bekend.
Werkgevers moeten daarom het voorzorgbeginsel toepassen: ze moeten voorkomen dat werknemers met nanodeeltjes in aanraking kunnen komen. In gevallen waarin dit niet te vermijden is, moet de werkgever ervoor zorgen dat de blootstelling aan nanodeeltjes qua duur en omvang zo beperkt mogelijk is. Bovendien moet de gezondheid van de betrokken werknemers goed in de gaten gehouden worden, aldus het SER-advies. Het voorzorgbeginsel moet worden opgenomen in de wettelijk voorgeschreven risico-inventarisaties en -evaluaties en in de plannen van aanpak van bedrijven. Het is belangrijk dat die in de loop van de tijd worden geactualiseerd.

Gezamenlijke aanpak
Sociale partners nemen samen met de overheid initiatieven voor de opbouw en uitwisseling van relevante kennis over nanodeeltjes. Ook gaan zij voorlichting geven om het risicobewustzijn van werknemers en werkgevers te vergroten. Hiervoor wordt een algemene handreiking ontwikkeld. Branches en bedrijven kunnen deze handreiking naar behoefte verder specifiek invullen, bijvoorbeeld op brancheniveau in de vorm van een arbocatalogus. De commissie vraagt de minister de Nederlandse sociale partners hierbij te ondersteunen, en ook te onderzoeken in hoeverre de invoering van een aantal maatregelen zinvol is, zoals een meldingsplicht in de keten, de aanpassing van de Veiligheids Informatiebladen en een blootstellingsregistratie. 
 

Internationale kennisuitwisseling

Landen en organisaties wisselen onderling kennis uit over het werken met nanodeeltjes. Zo vond in het Europees Parlement in Brussel begin april een bijeenkomst plaats waarin wetenschappelijke instituten, non-gouvernementele organisaties en vakbonden uit de EU-lidstaten elkaar informeerden over standpunten en de stand van zaken op het gebied van nanodeeltjes.
Ook tijdens het jaarlijkse ‘Institutetreffen’, een internationale bijeenkomst van organisaties die zich bezighouden met het vaststellen van grenswaarden, wordt dit jaar gesproken over nanodeeltjes. De bijeenkomst is in het Zwitserse Luzern op 4 en 5 mei.