Home | Publicaties | SERmagazine | 2009 | Artikelen mei 2009 | Samen werken aan gezondheid

Samen werken aan gezondheid

Werkgevers en werknemers hebben er beiden baat bij dat mensen op het werk lekker in hun vel zitten. Een goed gezondheidsbeleid is daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid, meldt het SER-advies ‘Een kwestie van gezond verstand’ dat in april verscheen.

Christel Witteveen
 
Voorkomen is beter dan genezen. Ondernemingen besteden daarom steeds meer aandacht aan gezondheidsbeleid. Het belang van een doordacht en effectief gezondheidsbeleid is groot. Voor werkgevers, want medewerkers met weinig fysieke en psychische klachten zijn productiever, verzuimen minder en blijven langer inzetbaar. Maar ook voor de werknemers zelf. Want als ze gezond zijn, leven ze gemiddeld langer en plezieriger en kunnen ze langer volwaardig in de maatschappij en het arbeidsproces meedraaien.
Minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vroeg de SER om advies hoe bedrijven kunnen bijdragen aan nog meer gezondheidswinst. In het advies ‘Een kwestie van gezond verstand’, dat op 17 april is uitgebracht, stelt de raad de gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers daarin voorop. De deskundigheid van betrokken werknemers kan de kwaliteit van de afspraken over gezondheidsbeleid verhogen en het draagvlak voor de uitvoering daarvan verstevigen.

Breder perspectief
Behalve samenwerking tussen werkgevers en werknemers is ook samenwerking met bedrijfsartsen, zorg- en verzuimverzekeraars, arbodiensten en zorgverleners uitermate belangrijk. Door structureel overleg te voeren over de behandeling en begeleiding van een zieke werknemer en een eventuele werkaanpassing kan die werknemer weer snel aan de slag. Daarnaast kunnen de partijen een preventiepakket ontwikkelen dat bij de betreffende organisatie past.
De SER-commissie denkt dat arbeidsorganisaties nog meer gezondheidswinst kunnen boeken door een breder perspectief te ontwikkelen op gezondheidsbeleid. Goed gezondheidsbeleid bestaat uit aandacht voor gezondheidsbescherming, ziektepreventie en gezondheidsbevordering.
Integraal gezondheidsmanagement gaat dan ook over drie aspecten: employability (het vermogen om productief en belonend werk te vinden), workability (het fysieke, psychische en sociale arbeidsvermogen) en vitaliteit (energie en motivatie). Dat betekent bijvoorbeeld voldoende aandacht voor loopbaanbeleid en carrièrekansen. Werkgevers investeren in de kennis en vaardigheden van personeel door uitdagende taakpakketten, taakverbreding of omscholing te bieden. Op die manier kan personeel tot op hogere leeftijd inzetbaar blijven en vinden mensen eventueel ook in andere sectoren werk.

Kosten
De gezondheid van medewerkers kan via periodieke monitors gevolgd worden. Dit is in het bijzonder van belang bij werknemers met zware beroepen, zoals in de bouw- of zorgsector, die na verloop van jaren een extra groot risico op uitval lopen. In deze sectoren is loopbaanbeleid van groot belang. Met een periodieke gezondheidscheck kan een werkgever in de gaten houden of belasting en belastbaarheid nog in balans zijn en of de motivatie van de werknemer nog op peil is. Dreigt het werk te zwaar te worden, dan zou een loopbaantraject de overstap naar een minder zware functie binnen of zelfs buiten de eigen branche mogelijk moeten maken.
Meer aandacht voor gezondheidsbeleid brengt de nodige kosten met zich mee. Bijvoorbeeld voor instrumenten die de gezondheid van medewerkers in beeld brengen of voor loopbaantrajecten en leefstijlprogramma’s. Het is echter lastig om die kosten precies te berekenen.
Nog moeilijker is het om te meten wat gezondheidsbeleid een bedrijf oplevert. Er zijn immers veel factoren, ook van buiten het bedrijf, die de gezondheid van mensen beïnvloeden. Toch bestaat er weinig twijfel over dat gezond personeel een voorwaarde is voor een gezonde organisatie. Daarom benadrukt de SER in zijn advies dat arbeidsorganisaties niet moeten wachten met preventiebeleid tot een positief saldo van kosten en baten gegarandeerd is.
De raad vindt verdere kennisontwikkeling over de effectiviteit van verschillende maatregelen wenselijk. Daarom ondersteunt hij het meerjarige kennis-investeringsprogramma Participatie en Gezondheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ministerie presenteerde al zes verkenningen met titels als ‘Leefstijl en arbeid in balans’ en ‘Beter door de werkgever’.
De SER ziet ook belangrijke aanknopingspunten voor gezondheidsverbetering door groeiende betrokkenheid van de reguliere gezondheidszorg. Er zou een manier gevonden moeten worden om de samenwerking tussen bedrijfsartsen en huisartsen structureel te verbeteren. Voor de behandeling, het herstel en de werkhervatting van werknemers met gezondheidsklachten is die samenwerking namelijk van groot belang. Zo’n verkenning zou ook moeten gaan over de vraag of de financiering van de bedrijfsarts (deels) vergoed moet worden op grond van de Zorgverzekeringswet.

Kortom: een breder perspectief op gezondheidsbeleid, meer kennis over gezondheidsinterventies en betere samenwerking tussen zorgverleners, komen de gezondheid van werknemers ten goede. En uiteindelijk profiteert de hele samenleving daarvan. Gezond personeel kan langer doorwerken en de kosten van de vergrijzing helpen opvangen. Een goed gezondheidsbeleid helpt dus ook om het draagvlak voor de sociale zekerheid op peil te houden.