SER helpt bij koopcontracten

De Overleggroep Garantiewoningen bij de SER is het eens geworden over koopcontracten en algemene voorwaarden voor nieuwbouwwoningen. Het gaat om tweezijdige contracten en voorwaarden op basis waarvan vanaf januari 2010 nieuwbouwwoningen worden verkocht. Als onderdeel daarvan zijn afspraken gemaakt over laagdrempelige geschillenbeslechting voor consumenten. Ook is er overeenstemming over een minimumkader voor consumentengaranties. Deze beschermen de consument tegen de gevolgen van een faillissement en het niet-nakomen van een arbitrale uitspraak.
De overleggroep, onder voorzitterschap van prof. Matton van den Berg, hoogleraar bouwrecht aan de Universiteit Tilburg, bestaat uit producenten- en consumentenorganisaties. Deelnemers zijn Bouwend Nederland, NEPROM (projectontwikkelaars), NVB (bouwondernemers), Vereniging Eigen Huis en Consumentenbond.
De overleggroep functioneert in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg van de SER.


Jaarverslagen schappen beter

De jaarverslagen 2008 van de product- en bedrijfschappen zijn ten opzichte van 2007 verbeterd. De rapportage over de onderwerpen uit de Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen is echter nog onvoldoende. Dat constateert de Toezichtkamer van de SER. De Toezichtkamer scant jaarlijks de jaarverslagen en tweejaarlijks de financiële relaties van product- en bedrijfschappen. Bij de scan van jaarverslagen beoordeelt de Toezichtkamer in welke mate vooraf geselecteerde onderwerpen in de jaarverslagen worden toegelicht.
Het gaat er hierbij om of de schappen voldoende transparant zijn. De Toezichtkamer zegt niet of de schappen daadwerkelijk invulling geven aan deze onderwerpen. Conform afspraak zouden de schappen met ingang van het verslagjaar 2008 over de onderwerpen uit de Code Goed Bestuur rapporteren. De Toezichtkamer heeft er bij de product- en bedrijfschappen op aangedrongen om in de volgende jaarverslagen volledig te berichten over de onderwerpen uit de Code Goed Bestuur.


Advies over leren, werk en ondernemen

De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen waarin zij het kabinet verzoekt de SER advies te vragen over de aansluiting tussen leren, werken en ondernemerschap. De Kamer stelt dat met name jongeren het slachtoffer lijken te worden van de financiële en economische crisis. Het gevolg is dat aankomende ondernemers en de veelbelovende mkb’ers van de toekomst aan de kant komen te staan, zo waarschuwen woordvoerders van verschillende fracties in de Eerste Kamer.
Volgens de indieners van de motie – aangevoerd door senator De Boer van de ChristenUnie – is een combinatie van ‘leren, werken en strategisch ondernemerschap’ op de lange termijn effectiever dan tijdelijke maatregelen om de economische crisis te bestrijden. De SER is het aangewezen orgaan om de regering te adviseren over een optimale aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en kenniseconomie.


Drie vragen over het Toezichtplan

Eind 2009 is het eerste Toezicht-plan van de SER verschenen. Daniëlle Haenen is secretaris van de SER-Toezichtkamer.

Waarom een Toezichtplan?
‘Om de transparantie en de voorspelbaarheid van SER-toezichtactiviteiten te vergroten. De Toezichtkamer stelt jaarlijks vóór 1 oktober een Toezichtplan op.’

Wat staat er in?
‘Het Toezichtplan geeft inzicht in de uitoefening van het SER-toezicht op de product- en bedrijfschappen. Daarbij wordt concreet aangegeven wat naast de reguliere toezichtactiviteiten de speerpunten van het SER-toezicht in het komende jaar zullen zijn.’

Voor wie levert het plan wat op?
‘Het Toezichtplan wordt openbaar gemaakt. Daardoor krijgt het ook een preventieve werking. Gedragsbeïnvloeding ten aanzien van de naleving van wet- en regelgeving én bevordering van het doelmatig handelen door de schappen zijn leidend. Het plan is dus van belang voor de schappen, voor bedrijven die met een schap te maken hebben, voor de SER en voor de betrokken ministers.’


Samenstelling RWI blijft gelijk

De Bestuurskamer van de SER heeft advies uitgebracht over de representativiteit van organisaties van werkgevers en werknemers voor de samenstelling van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). De SER stelt een voortzetting van de huidige zetelverdeling aan werkgevers- en werknemerszijde voor.
Het advies is uitgebracht op verzoek van staatsecretaris Klijnsma van SZW. De SER is conform wettelijk voorschrift gevraagd te adviseren over de representativiteit van organisaties van werkgevers en werknemers in de marktsector die voor benoemingsrecht bij de RWI in aanmerking komen. Over de vertegenwoordiging van organisaties in de overheidssector heeft de SER geen advies uitgebracht. De nieuwe vierjarige zittingstermijn van de RWI begint in januari 2010. Er zijn in de RWI vier zetels voor de werkgevers (twee zetels voor VNO-NCW, één zetel voor MKB-Nederland en één zetel voor LTO Nederland) en vier voor de werknemers (twee zetels voor FNV, één zetel voor CNV en één zetel voor Vakcentrale MHP).