Home | Publicaties | SERmagazine | 2008 | Artikelen januari 2008 | Volwaardige arbeidsparticipatie

Ton Wilhagen wil een Akkoord van Kanaleneiland

Mensen met tijdelijke arbeidscontracten en zelfstandigen moeten meer zekerheden krijgen. Dat vindt de Tilburgse hoogleraar Ton Wilthagen, warm voorstander en hartgrondig pleitbezorger van het flexicurity-concept. De commissie die door het kabinet in het leven geroepen is om een crisis over het ontslagrecht af te wenden, zou met voorstellen daarvoor moeten komen. “We moeten een nieuwe deal sluiten, een Akkoord van Kanaleneiland.”

Redmar Kooistra
 
In Nederland werken ongeveer 1,4 miljoen mensen met tijdelijke arbeidscontracten of als zelfstandige zonder personeel (zzp). Hun aantal nam de afgelopen jaren gestaag toe, al blijft hun aandeel als percentage van de beroepsbevolking ongeveer gelijk (een kwart). Velen van hen kozen vrijwillig voor dit type werk, anderen zagen zich hiertoe genoodzaakt na ontslag of door een gebrek aan perspectief op de arbeidsmarkt. Hun positie is vaak kwetsbaar, zeker in vergelijking met degenen met wel een vast dienstverband.

Volgens Ton Wilthagen wordt er in Nederland krampachtig omgegaan met de positie van mensen die als zelfstandigen door het leven gaan. Wilthagen is hoogleraar sociaal recht en institutioneel-juridische aspecten van de arbeidsmarkt in nationaal en internationaal perspectief. Als lid van de expertgroep Flexicurity treedt hij tevens op als adviseur van de Europese Commissie, die eerder al zijn definitie van het concept van flexibiliteit en zekerheid overnam.

Het debat over de juridische status van zelfstandigen en de vraag of zij niet ook aanspraak moeten kunnen maken op arrangementen van de sociale zekerheid duurt al jaren. Aan de ene kant is er het streven om te bevorderen dat mensen als zelfstandigen aan de slag komen, aan de andere kant is er het onvermogen hun positie afdoende te regelen. “We moeten het werken als zzp’er eindelijk eens gaan zien als een volwaardige vorm van arbeidsparticipatie en niet als een soort second best optie’, vindt Wilthagen.

We moeten volgens hem kijken naar de context van de globaliserende economie waarin ook het arbeidsrecht zich verder moet ontwikkelen. Die internationalisering leidt tot schokken; de economie kenmerkt zich door een groeiende onderlinge afhankelijkheid. “Door een uitbraak van vogelgriep, of de kredietcrisis waarvan we nu getuige zijn, doen zich grote mondiale aanpassingen voor. Dat vergt innovatie. Die levert het ondernemerschap, vooral het kleine ondernemerschap. Daar komen de toepassingen vandaan.”


Risico’s

De herwaardering voor het ondernemerschap die Wilthagen bepleit, houdt naar zijn zeggen beslist geen keuze in voor de manier waarop dat in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten wordt gewaardeerd. In dat Angelsaksische model ontbreken juist zekerheden. “We moeten een soort derde weg vinden en nieuwe zekerheden ontwikkelen. Nederland is op dit gebied bepaald geen gidsland. Het denken over zekerheden en risico’s is te traditioneel en erg behoudend. We moeten leren denken in termen van wederkerigheid, met risicomanagement tussen overheid, instanties en mensen die een bedrijf beginnen. Mensen worden pas flexibel als ze bepaalde zekerheden hebben. Anders laten ze zich leiden door angst.”

De mogelijkheden voor mensen met een sociale uitkering die voor zichzelf willen beginnen, zijn iets verruimd. Die waren tot voor kort bar en boos, zegt Wilthagen, zeker voor een land dat de arbeidsparticipatie wil bevorderen. Zo duurde het veel te lang voordat een zwangerschapsregeling voor zelfstandigen tot stand kwam. De regeling voor arbeidsongeschiktheid, die enkele jaren geleden werd beëindigd (WAZ), was in zijn ogen zelfs op een fiasco uitgelopen. Wilthagen vindt de verbeteringen nog steeds ontoereikend. Zo laat de overheid de regeling van de arbeidsongeschiktheid over aan de markt, maar voor veel zelfstandigen is zo’n verzekering te kostbaar. “Voor zzp’ers ontbreekt een aantal essentiële dingen.”

Wilthagen verwijst in dit verband naar de dissertatie van Monique Aerts, die eerder dit jaar promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. In haar proefschrift zegt ze het volgende: “De wetgever zegt het zelfstandig ondernemerschap te willen bevorderen, maar neemt onderwijl allerlei beslissingen op het gebied van sociale zekerheid waardoor het zelfstandig ondernemerschap voor bepaalde groepen mensen steeds onaantrekkelijker wordt”. Aerts spreekt van rafelranden in het arbeidsrecht. “De kans dat een zelfstandige een inkomen onder armoedegrens heeft, is vier keer zo groot als bij een werknemer.”

Denemarken

De Tilburgse hoogleraar hoopt dat er een tweede deal komt naar analogie van het historische Akkoord van Wassenaar, waarbij werkgevers en werknemers precies een kwart eeuw geleden tot overeenstemming kwamen over herverdeling van arbeid en rendementsherstel voor het bedrijfsleven. Daarbij zou dan de uitruil van flexibiliteit en zekerheid tot stand moeten komen. “Wat mij betreft, wordt dat het Akkoord van Kanaleneiland, waarbij we de positie van minderheden in de schijnwerpers zetten, mensen die opereren in de marge van de arbeidsmarkt. Een Wet flexibiliteit en zekerheid is niet het einde van het verhaal, maar wel een nieuwe deal.”

Het is van het grootste belang dat mensen een relatie met de arbeidsmarkt behouden, vindt Wilthagen. “We moeten niet de baan van mensen beschermen, maar de mensen zelf. Ik noem dat protected mobility. Daar zijn we nog lang niet mee klaar. Kijk naar Denemarken, waar mensen niet bang zijn hun baan te verliezen. Daar is veel minder langdurige werkloosheid, waardoor ook dat stigma van werkloosheid niet bestaat. We moeten niet werkloosheid verzekeren, maar werkzekerheid. We hoeven dat Deense model niet over te nemen, maar wel dezelfde resultaten nastreven. Dan is er ook minder beladenheid en heerst niet de angstcultuur.”

Wilthagen verwacht dat de groei van het aantal mensen dat geen traditioneel dienstverband heeft, blijft toenemen. Het zou daarom veel beter zijn dat overheid en sociale partners deze vormen van arbeid verwelkomen en niet behandelen als een soort sluiproute. De commissie die in het leven is geroepen na de mislukte pogingen van de coalitiepartijen om het ontslagrecht te versoepelen, kan zich op dit terrein verdienstelijk maken. Internationaal heeft het flexicurity-model van Wilthagen volop belangstelling gewekt Mogelijk is de voedingsbodem er in Nederland ook rijp voor. De ideeën en ingrediënten liggen in elk geval voor het oprapen.
 
SER-bulletin januari 2008
Alles over het thema