“Klanten vonden me schattig”

De 25-jarige Martijn Kooijman uit het Noord-Hollandse Castricum heeft onlangs 15 procent van de aandelen verworven in het auto-bedrijf en tankstation van zijn vader. Binnen viereneenhalf jaar zal hij volledig eigenaar zijn van het familiebedrijf dat in 1956 is opgericht door zijn opa. Martijn verkoopt behalve de auto’s uit het Europese Ford Programma ook de grotere Amerikaanse Fords, scootmobielen en rollators.

Frank de Jong

Het kantoortje van de familie Kooijman is lekker druk ingericht. Verspreid over het bureau liggen autobladen, aan de muur hangen getuigschriften en talloze foto’s en herinneringen van vader. In een grote map houdt Martijn bij hoeveel auto’s er dit jaar zijn verkocht. Het is het enige stukje administratie dat nog niet is gedigitaliseerd. Op jaarbasis verhandelt autobedrijf Kooijman 450 gebruikte auto’s en 220 nieuwe. Daarnaast zijn er opbrengsten uit de werkplaats, de schadeafdeling en het tankstation. In totaal staan 30 medewerkers op de loonlijst.

Autobedrijf Kooijman is een van de weinige Nederlandse dealers die in de Verenigde Staten geproduceerde Fords leveren. Zo behoren onder meer de terreinwagens Maverick, Edge en Explorer tot het assortiment. Een voorbeeldposter van een nieuwe reclamecampagne staat opgesteld in het kantoor: een auto geflankeerd door een mooie vrouw. Het oogt glamourachtig. De spreuk luidt: ‘sexy auto’s voor haar en hem’. Omdat Castricum op dertig kilometer van Amsterdam ligt, is de associatie met de PC Hooft-tractor snel gemaakt. Martijn licht toe: “Het is echt voor mensen die wat anders willen.”

Toch koestert hij ook een heel ander imago. “Wij zijn één van de laatste echte familiebedrijven. Mensen voelen zich prettig als ze hier binnenkomen omdat wij onze klanten nog kennen. De mensen weten dat op waarde schatten en we adverteren er ook mee. Op veel van onze reclame-uitingen staan de gezichten van onze medewerkers.”

Marges
Martijn is al op jonge leeftijd in het vak gerold. “Na de schoolbel ging ik direct naar huis om mee te helpen in het bedrijf. Dat was leuker dan het volgen van onderwijs. In het begin deed ik kleine klusjes zoals koffiezetten. Toen was ik al niet op mijn mondje gevallen, zodat ik snel begon met verkopen. Op mijn twaalfde verkocht ik mijn eerste auto. De klanten vonden me schattig. Ik was nog jong en onbezonnen.”

Hij heeft eigenlijk nooit overwogen om een ander beroep te kiezen of te gaan ondernemen in een andere branche. Ook niet om zich af te zetten tegen zijn vader. “De autobranche is een bedrijfstak die bij mij past. Ik houd van levendigheid. Het is moeilijke en uitdagende handel. De marges op nieuwe auto’s zijn miniem en zelfs op gebruikte auto’s worden de marges steeds kleiner.”

De regering is niet zijn beste vriend. “Sinds Prinsjesdag is de handel hier zo goed als stilgevallen. De slurptax op onzuinige auto’s is voor ons catastrofaal, omdat we veel grote Amerikanen verkopen. En door de gigantische accijnzen en de plannen voor kilometerheffing wordt autorijden steeds duurder. Het onduidelijke beleid schrikt veel particuliere klanten af. Ook wordt de APK opgerekt. Auto’s hoeven voortaan minder te worden gekeurd. Dat kost ons omzet. En het vergroot de onveiligheid op de weg. Bij de meeste APK-keuringen komt wel iets tevoorschijn dat niet in orde is, al gaat het slechts om een kapot lampje.”

Rollators
Om ook de oudere klanten van het eerste uur mobiel te houden, heeft de familie Kooijman scootmobielen en rollators in het assortiment. De veranderde wetgeving met het persoonsgebonden budget zou hiervoor ruimte moeten bieden. Maar de gemeenten schieten volgens Martijn ernstig tekort. “Hulpbehoevende ouderen mogen via het persoonsgebonden budget zelf hun zorg inkopen. Diverse gemeenten proberen deze mensen echter te manipuleren door ze naar bedrijven te sturen waarmee ze ‘afspraken’ hebben gemaakt. Dit mag niet! En het is een slechte zaak dat deze mensen het dorp uit worden gestuurd naar een bedrijf dat is aangewezen door de gemeente.”

In zijn vrije tijd is Martijn lid van allerlei netwerken, onder meer de Junior Kamer en Innovam Business Club, waardoor hij veel contact heeft met andere ondernemers. Op dit moment volgt hij de opleiding vestigingsmanagement bij Innovam in Nieuwegein. Hij is pas geleden naar China geweest met branchegenoten en hij is lid van de ledenraad van de Rabobank. Hij erkent volmondig dat zijn bedrijf voor hem echt op één staat. Sinds tweeënhalf jaar woont hij niet meer bij zijn ouders, maar in een appartement. Hierdoor kan hij meer zijn eigen ding doen, omdat er nu tijdens het eten niet ook nog over de zaak wordt gepraat.

De Castricummer ziet slechts kleine verschillen in aanpak tussen oudere en jongere ondernemers. “Jongeren zijn vooruitstrevender op bepaalde vlakken. Ze zijn beter geschoold, hun theoretische kennis is beter. Ze moeten dan ook nog langer. Oudere ondernemers zingen hun tijd uit. Aan de andere kant hebben oudere ondernemers veel ervaring en weten ze nog wat ‘gunnen’ is. Het kan namelijk veel opleveren als je niet altijd met jezelf bezig bent. Deze traditie ontbreekt bij de jongere garde nogal eens. Als je hun een keer iets gunt, krijg je er niets voor terug.”


Jong en ondernemend (5)
Jongeren moeten gestimuleerd worden om een eigen bedrijf te starten. Dat adviseren SER en Stichting van de Arbeid in meerdere adviezen. In de serie ‘Jong en ondernemend’ wil het SER-bulletin jeugdige ondernemers aan het woord laten. Dit is de laatste aflevering.