Home | Publicaties | SERmagazine | 2008 | Artikelen december 2008 | MVO: fatsoenlijk en netjes ondernemen

MVO: fatsoenlijk en netjes ondernemen

Aan één A4’tje had de commissie-Burgmans genoeg bij haar advies over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Elk
bedrijf van enige omvang dient mvo-beleid te formuleren en zich jaarlijks te verantwoorden. Antony Burgmans, oud-topman van Unilever, over de noodzaak om fatsoenlijk te ondernemen.

Redmar Kooistra

“Zo maar doen”, was de reactie van staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken bij de ontvangst van het advies van de commissie-Burgmans om maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) in het bedrijfsleven te bevorderen en te verankeren. Zelden zal een adviescommissie zo op haar wenken zijn bediend. De staatssecretaris stuurde het advies meteen met een begeleidende brief door naar de Tweede Kamer. En het ligt ook bij de commissie-Frijns, die werkt aan herziening van de Code Tabaksblat, de gedragscode met richtlijnen voor goed ondernemersbestuur oftewel good governance.

Het advies van de commissie – het resultaat van een halfjaar studie – beslaat slechts één pagina, met een toelichting van drie pagina’s. Het is daarmee zowel beknopt als glashelder: elk bedrijf van een zekere omvang moet mvo-beleid formuleren en zich jaarlijks verantwoorden over de vorderingen die zijn gemaakt. Die richtlijn moet ook worden opgenomen in de inleiding (preambule) van de Code Tabaksblat.

De adviescommissie baseerde zich bij haar werkzaamheden op het advies ‘De winst van waarden’ dat de Sociaal-Economische Raad in 2000 presenteerde, maar kwam tot een eigen, eenvoudiger formulering voor mvo: “In de kern betekent mvo niets meer of minder dan ondernemen op een manier die fatsoenlijk en netjes is en als zodanig door de samenleving wordt ervaren.”

Voorloper
Als oud-bestuurder van Unilever, een concern dat een naam heeft hoog te houden als het om verantwoord ondernemen gaat, weet Antony Burgmans waarover hij spreekt. Unilever behoort op dit vlak nog altijd tot de voorlopers. Samen met TNT staat het bovenaan de wereldindex van de Dow Jones voor duurzaamheid.

Burgmans: “Unilever zit praktisch in elk land in de wereld. Overal zijn de omstandigheden anders, maar in elk land hebben de activiteiten van het bedrijf een zekere imprint, een effect op de samenleving en het milieu. Daar moet je je als bestuurder bewust van zijn en je moet kijken wat je aan negatieve effecten kunt doen. Als je die negatieve effecten in kaart brengt, zal vaak blijken dat je ze kunt beperken tegen kosten die heel reëel zijn.”

Het advies van de commissie-Burgmans is gebaseerd op een onderzoek van de bureaus Triple Value en Rinnooy Kan & Partners. In opdracht van het ministerie gingen zij na op welke manier de relatie tussen mvo en goed ondernemingsbestuur tot uitdrukking kan worden gebracht en versterkt.

Met dat onderzoek, getiteld ‘Geborgd of verborgen’, wordt beoogd de dialoog over mvo binnen ondernemingen zelf te bevorderen, omdat daar de eerste aanzetten worden bedacht, en ook een impuls te geven aan de dialoog met aandeelhouders en andere betrokken partijen. Dat heeft de commissie- Burgmans in haar advies meegenomen.

Maatwerk
Voor de grote, beursgenoteerde ondernemingen is mvo inmiddels bekend terrein. Ondernemingen die niet aan de beurs zijn genoteerd, zeer divers van aard, blijken in de praktijk vaak aansluiting te zoeken bij de code voor goed ondernemingsbestuur. Voor kleinere ondernemingen is er volgens Burgmans ‘nog wel iets te doen’:

“Dat is geen understatement. De ontwikkeling van mvo-beleid kost tijd. Bij Unilever hebben we dat ook niet in twaalf maanden voor elkaar gekregen.” mvo vereist maatwerk. “Elk bedrijf moet mvo op zijn eigen manier invullen. Dat ligt voor Philips anders dan voor Shell en Unilever.” Burgmans signaleert dat het onderwerp bij veel bedrijven sterk aan belang heeft gewonnen. “Ook aandeelhouders realiseren zich dat maatschappelijk verantwoord ondernemen erg leeft in de samenleving. Als een bedrijf op dit vlak nalatig is, levert dat het risico van reputatieschade op, waardoor een bedrijf uiteindelijk moeilijk of niet meer kan functioneren. Aandeelhouders zien dat ook. Mvo maakt van een goede onderneming een geweldige onderneming.”

Mvo heeft bovendien ook een positief effect op de eigen werknemers. Burgmans: “Werknemers zijn ook burgers, mensen die op een verantwoorde manier bezig willen zijn. Door mvo te integreren in de bedrijfsvoering krijg je dynamische en gemotiveerde werknemers, die graag een extra mijl gaan.”

Evolueren
Een bedrijf is nooit klaar met maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Je moet steeds evolueren, want de samenleving verandert ook voortdurend. Kijk naar het CO2-verhaal: dat stond vijftien jaar geleden nog niet op de agenda. Nu wordt het steeds belangrijker. Toen wij ons bij Unilever twaalf tot vijftien jaar geleden met het
Wereld Natuur Fonds zorgen maakten over de visstand, richtten we samen de Marine Stewart Council op om duurzame visvangst te bevorderen. Overheden en de visserijwereld waren daar destijds niet gelukkig mee, maar nu begint het te leven. Het sijpelt langzaam door. Unilever vond dat het zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Nu spreek ik vissers die het belang van een duurzaamheidsbeleid ook inzien, en overheden omarmen het nu ook. Dit soort zaken heeft nu eenmaal vaak tijd nodig.”

Burgmans hoopt dat de aanbevelingen van zijn commissie tot de noodzakelijke verbreding en verdieping van mvo leiden. Hij vindt het, kijkend naar wat in de samenleving leeft, redelijk van bedrijven inspanningen te vragen op het mvo-vlak. De samenleving moet daar ook kennis van kunnen nemen, dus moet er ook elk jaar verslag van worden gedaan. “Dat sluit ook aan bij de praktijk van vandaag. Op aandeelhoudersvergaderingen worden die punten al aan de orde gesteld: een aandeelhouder staat op en vraagt of er wel voldoende aan het milieu wordt gedacht. Dat is een volstrekt gerechtvaardigde vraag. Uit concurrentieoverwegingen kun je als bestuur niet altijd je ziel en zaligheid op tafel leggen, maar de invloed van bedrijfsactiviteiten op het milieu, de veiligheid van de werknemers, geluidsoverlast voor de buren, daar moet je wat aan doen. Je moet dat alleen niet forceren. Elk bedrijf moet zijn eigen tempo bepalen. Het is een leerproces. En als je nu ziet wat in tien jaar is bereikt, is dat een significante vooruitgang.”

Fatsoenlijk
De commissie wil dat de richtlijn voor publicatie van het beleid en de vorderingen op het gebied van mvo ook wordt opgenomen in de Code Tabaksblat, die momenteel door de commissie-Frijns wordt herzien. “Op die manier kunnen we tot een vrijwel sluitend systeem komen. Het blijft theoretisch mogelijk dat een bedrijf zich aan de – nieuwe – Code Tabaksblat onttrekt. Maar als een bedrijf het niet nodig vindt zich aan de code te houden, moet het uitleggen waarom het dat vindt. En dat lijkt me een heel moeilijk verhaal. Want mvo betekent in de kern dat je je als bedrijf fatsoenlijk en netjes gedraagt, en dat de samenleving dat als zodanig ook ervaart.”

Burgmans verwacht dat het advies van zijn commissie niet alleen een aanmoediging is voor dat deel van het bedrijfsleven dat zich al langer op het mvo-vlak manifesteert, maar ook andere bedrijven aanzet tot initiatieven. Hij ziet daarbij grote kansen voor partnerschappen tussen bedrijven en bijvoorbeeld non-gouvernementele organisaties. “Een groot voordeel is dat je daarmee een breder draagvlak verwerft. Dat hebben we bij Unilever gemerkt toen we samenwerkten met het Wereld Natuur Fonds. De mogelijkheden van overheden zijn beperkt, maar mvo is een heel goed middel om krachten in de samenleving te bundelen waardoor oplossingen binnen handbereik komen. Het bedrijfsleven kan daar een belangrijke rol in spelen.”

Burgmans houdt daarbij vast aan de basis van vrijwilligheid. Volgens hem zijn wettelijke verplichtingen, waarvoor sommige politici opteren, uit den boze en nodeloos kostbaar. “Je moet maatregelen niet dwingend van boven opleggen, maar aan het bedrijfsleven overlaten. Als bedrijven mvo serieus nemen, komen ze zelf wel met passende maatregelen.”

Burgmans verwacht dat mvo ook in internationaal opzicht steeds belangrijker zal worden. Hij heeft wat dat betreft verwachtingen van de nieuwe Amerikaanse president Barack Obama, al zegt hij erbij dat diens speelruimte om dingen te veranderen beperkter is dan vaak wordt verondersteld. Burgmans verwacht niet dat Obama het verdrag van Kyoto zal ondertekenen, maar wel dat er gemakkelijker internationale afspraken te maken zijn. “Ik denk dat er sprake zal zijn van meer samenwerking en minder confrontatie. Het klimaat krijgt betere kansen.”



SER-initiatief voor ketenbeheer

Een van de sleutelwoorden bij maatschappelijk verantwoord ondernemen is ‘ketenverantwoordelijkheid’. Dat wordt een almaar belangrijker criterium. Ondernemers moeten zich er – zo veel mogelijk – van vergewissen dat leveranciers in de hele keten van aanlevering van grondstoffen zich houden aan regels die werknemers sparen en het milieu ontzien.

Het SER-advies ‘Duurzaam globaliseren: een wereld te winnen’, dat eerder dit jaar werd uitgebracht, wijdt een heel hoofdstuk aan het belang van ketenbeheer, en stelde een nieuw SER-initiatief inzake ketenbeheer in het vooruitzicht. Dat initiatief wordt medio deze maand aan staatssecretaris Heemskerk gepresenteerd.

Het nieuwe rapport heeft als doel consensus te bevorderen over een redelijk verwachtingspatroon rond duurzaam ketenbeheer. Het rapport bevat onder meer handreikingen aan bedrijven en brancheorganisaties om ketenverantwoordelijkheid in praktische zin handen en voeten te geven. Het biedt richtlijnen om jaarlijks te rapporteren en doet daartoe aanbevelingen aan de Raad voor de Jaarverslaggeving. Ook komt er een speciale website met informatie en standaardcontracten die door bedrijven te downloaden zijn.

In 2009 organiseert de SER een groot congres over dit onderwerp. In 2011-2012 volgt dan een evaluatie van de resultaten die dankzij zelfregulering op dit gebied zijn bereikt.