Home | Publicaties | SERmagazine | 2007 | februari 2007 | Werkzekerheid vervangt baanzekerheid

Werkzekerheid vervangt baanzekerheid

Nederlandse werknemers moeten beter voorbereid zijn op het veranderen van baan. Het is belangrijk dat ze zodanig geschoold zijn dat ze soepel van functie kunnen wisselen zodat ze verzekerd blijven van werk. Daarvoor pleit de WRR in het eind vorige maand verschenen rapport Investeren in werkzekerheid.

“Mensen moeten gewapend worden voor een arbeidsmarkt die steeds beweeglijker wordt”, zei Jules Theeuwes, voorzitter van de commissie die het rapport voorbereidde. Volgens de hoogleraar economie zullen mensen steeds vaker van baan veranderen.
Om dat goed te kunnen, moeten ze wel over de juiste kennis en vaardigheden beschikken. “We moeten permanent investeren in inzetbaarheid.”

Dit laatste kan het beste via afspraken van onderop. Theeuwes: “Mensen moeten de regie over hun loopbaan in eigen handen nemen. Hun werkgever zal hen daarbij helpen door het geven van tijd en middelen.” Niet alleen in cao’s moeten werkgevers en werknemers hierover afspraken maken, ook op individueel niveau. Daarbij zal het dan niet alleen moeten gaan om scholing voor de huidige functie, maar ook voor mogelijke toekomstige banen.

“Decentrale oplossingen zijn altijd slimmer dan centrale”, zei WRR-voorzitter Van de Donk bij de presentatie. De overheid moet pas ingrijpen als sociale partners er niet uitkomen. Dat kan via een kaderwet. Van de Donk benadrukte dat de overheid wel een rol speelt voor groepen die minder goed zijn vertegenwoordigd via de sociale partners. Daarbij gaat het dan om mensen die buiten de arbeidsmarkt staan en – in mindere mate – zelfstandigen zonder personeel.

De nadruk die de WRR legt op werkzekerheid heeft ook gevolgen voor de ontslagpraktijk. Het geld dat nu gebruikt wordt voor afkoopregelingen kan beter gebruikt worden om werknemers voor te bereiden op een nieuwe baan. Werkgevers hoeven van de WRR niet meer langs de kantonrechter of het CWI om iemand te ontslaan, maar moeten er wel alles aan doen om overtollig personeel aan een andere baan te helpen. Ontslagen werknemers krijgen een zoektijd die afhangt van het aantal jaren dat ze bij een werkgever gewerkt hebben. Maar als een werknemer niet meewerkt, vervallen de verplichtingen van de werkgever.

Dit rapport zal ook centraal staan op een symposium dat de WRR later dit voorjaar organiseert in samenwerking met de SER en de Raad voor Werk en Inkomen. (JB)

 

Arbeidsmarkt is redelijk flexibel

Met de flexibiliteit op de Nederlandse arbeidsmarkt valt het wel mee. Dat concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het vorige maand verschenen rapport Investeren in werkzekerheid. Gemiddeld verandert jaarlijks tien procent van de beroepsbevolking van baan. Daarbij gaat het om zo’n 700.000 werknemers. In Duitsland en België ligt dit percentage lager, in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hoger. Overigens schommelt het percentage mee met de conjunctuur. Toen het eind jaren tachtig goed ging met de Nederlandse economie veranderde 15 procent van baan, bij de laagconjunctuur in 2003 was dat 7 procent.


SER-bulletin februari 2007

Inhoudsopgave