Home | Publicaties | SERmagazine | 2006 | september 2006 | Sicco Mansholt: Nederlander achter de Europese motor

De Nederlander achter de Europese motor

Het landbouwbeleid was jarenlang de motor van de Europese integratie en Sicco Mansholt was de man die ervoor zorgde dat die motor liep. Deze zomer verscheen de biografie van de Nederlander die als geen ander zijn stempel drukte op de Europese samenwerking.

Jan Buevink

De start was ronduit sober. De allereerste vergadering van de Europese Commissie vond begin 1958 plaats in een Luxemburgse hotelkamer. De Nederlander Sicco Mansholt zat daar als een van de negen commissarissen die de nieuwe Europese Economische Gemeenschap moesten opbouwen. Er was een verdragtekst, wat dossiers en grote ideeën, verder niks. Zelfs geen pennen en papier. Mansholt gaf een liftbediende twintig Frank en stuurde hem erop uit om wat te kopen.

Het pionierswerk pakte goed uit voor het groepsgevoel. Al vrij snel ontstond er een hecht team dat er echt wat van wilde maken, zo schrijft Mansholts biograaf Johan van Merriënboer in de deze zomer verschenen biografie. Niet tot ieders genoegen overigens. Met name in Nederland was er een sterke stroming die zijn heil liever zocht bij de Angelsaksische landen dan op het continent. “Mansholt blaakt van enthousiasme voor de commissie”, zo schreef de Atlantische georiënteerde staatssecretaris Van der Beugel enigszins verontrust in zijn dagboek. “Hij zal ons zeker nog grote moeilijkheden berokkenen.”

Voordat Mansholt aan dat deel van zijn loopbaan begon dat hem wereldfaam op zou leveren, had hij er al een hele carrière in Nederland opzitten. Meteen na de Tweede Wereldoorlog werd hij minister van Landbouw en Voedselvoorziening. Dat zou hij zes kabinetten lang blijven. Het was een belangrijke post, zeker in het begin. Allerlei producten waren nog op de bon en op Mansholts kamer hing een grote kaart met daarop de positie van bevoorradingsschepen die op weg waren naar Nederland.

Toen Mansholt na dik tien jaar was uitgekeken op het ministerie en over wilde stappen naar Buitenlandse zaken, voelde premier Drees daar niks voor. Hij vond zijn partijgenoot veel te eigengereid. Ook de KVP-top was mordicus tegen. Een topbaan bij de FAO liep hij vervolgens net mis. Ook het voorzitterschap van de nieuwe Europese commissie zat er niet in, het vice-voorzitterschap wel.

Mansholt kreeg de portefeuille landbouw. Langzaam maar zeker lukte het hem om een gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid van de grond te krijgen. Al in 1960 gingen de regeringsleiders in principe akkoord met het vervangen van de nationale beschermingsregels door een stelsel van heffingen. Op termijn zouden die plaats moeten maken voor een gemeenschappelijke prijs. Eind jaren zestig lukte Mansholt dat, maar met veel pijn en moeite.

Mansholt en zijn medecommissarissen begrepen heel goed dat het nieuwe landbouwbeleid ook nieuwe eisen stelde aan de Europese samenwerking. De democratische controle door het Europees Parlement stelde nog niet zoveel voor. Maar plannen om de macht van het parlement en de commissie te vergroten, zorgden voor enorme bonje met de nationale regeringen. De noodzakelijke aanpassingen van zijn beleid, die Mansholt al vrij snel onderkende, kreeg hij daardoor niet meer van de grond. Van een flinke verlaging van de prijzen en een drastische sanering van de landbouwsector kwam weinig terecht met als gevolg de welbekende melkplassen en boterbergen.

Toch kan het effect van Mansholt op de Europese integratie moeilijk worden overschat, concludeert Van Merriënboer. Het gemeenschappelijke landbouwbeleid was de eerste grote gezamenlijke onderneming van de zes oorspronkelijke EEG-landen. Daarbij ging het Mansholt misschien nog niet eens zozeer om de landbouw zelf als wel om het voorgoed uitbannen van de mogelijkheid van een Europese burgeroorlog. Het landbouwbeleid dat daarvoor nodig was, was weliswaar duur, maar niet veel duurder dan dat van de Verenigde Staten. Zwitsers, Noren Japanners waren per hoofd van de bevolking zelfs nog meer kwijt aan de bescherming van hun boeren.

Mansholt. Een biografie. Johan van Merriënboer, uitgeverij Boom, € 29,50


SER-bulletin september 2006

Inhoudsopgave