Home | Publicaties | SERmagazine | 2006 | november 2006 | De meerwaarde van een ondernemingsraad

Bestuurders moeten belang ondernemingsraad inzien

Jarenlang stonden werknemers centraal als het ging om het verbeteren van de medezeggenschap in ondernemingen. Als ze dat wilden, konden leden van ondernemingsraden bijna wekelijks op cursus om kennis te vergroten en vaardigheden te verbeteren. Dat er voor goede medezeggenschap ook nog een andere partij nodig is, krijgt pas de laatste tijd wat meer aandacht. Daarvoor is ORakel opgericht. “Ondernemers moeten de meerwaarde van een or gaan inzien.”

Simon Knopper

In kwantitatief opzicht gaat het goed met de ondernemingsraden in Nederland. Had in 2002 nog 71 procent van alle bedrijven met meer dan 50 werknemers een or, in 2005 was dat percentage gestegen naar 76. Vooral kleine ondernemingen doen het steeds beter. Relatief gezien scoren ze nog steeds minder dan de grotere, toch zijn ze hard bezig om hun achterstand in te lopen. Van de mogelijkheid om vrijstelling aan te vragen van de plicht om een or in te stellen, wordt nauwelijks gebruik gemaakt.

Positieve geluiden dus, maar nog niet positief genoeg, want wie kan rekenen weet dat bijna een kwart van de ondernemingen nog geen or heeft. Bovendien blijkt uit recent onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken dat bij ondernemers de animo om een or in te stellen nogal eens ontbreekt. Velen vinden dat medezeggenschap meer kost dan oplevert. Om dit veranderen is begin dit jaar het ambassadeursnetwerk ORakel in het leven geroepen.

ORakel bestaat uit tien ambassadeurs die ondernemers bewust willen maken van de meerwaarde die een or kan hebben. De ambassadeurs zijn zelf bestuurders met ervaring met medezeggenschap. Tijdens bijeenkomsten door het hele land proberen ze hun kennis met andere ondernemers te delen.

“De nadruk bij medezeggenschap lag tot voor kort altijd op de leden van de or”, zegt Jan Heijink, projectleider van ORakel. “Zij hebben uitgebreide mogelijkheden voor scholing en er is een schat aan literatuur waarmee ze zich kunnen voorbereiden op hun taak in de or. Deze focus op het or-lid is vreemd omdat de werkgever in het overleg net zo’n belangrijke rol speelt. Ook bij het ministerie van Sociale Zaken is het besef gekomen dat bestuurders van essentieel belang zijn om het overleg te laten slagen. ORakel vloeit hieruit voort.”

Nu ORakel ruim een half jaar onderweg is, blijkt het een zwaar karwei om werkgevers attent te maken op de mogelijke meerwaarde van een OR. “Bestuurders laten zich moeilijk in het openbaar aanspreken op hun verantwoordelijkheid als het gaat om medezeggenschap”, zegt Heijink. “Ze onderschatten de meerwaarde van een or, zien het als een vanzelfsprekendheid, terwijl medezeggenschap juist nooit vanzelfsprekend is. Bovendien zien veel bestuurders de omgang met hun or als een interne aangelegenheid waarvoor ze geen buitenstaanders nodig hebben. Ondernemers moeten bewust een or willen omdat ze de meerwaarde ervan inzien, niet omdat het een verplicht nummertje is.”

Dat laatste is nog lang niet het geval. Ondernemers lijken weinig belangstelling te hebben om meer te leren over een goede omgang met de or. “Afgelopen jaar zijn slechts zes van de tien cursussen voor bestuurders doorgegaan”, zegt Ludo Fassaert van De Baak, het managementcentrum van VNO-NCW. “Voor de cursussen voor P&O’ers ligt het percentage nog lager; vier van de acht cursussen hebben doorgang gevonden.”

Wat dit betreft heeft ook ORakel inmiddels de nodige ervaring opgedaan. “Het is in mijn optiek te vaak voorgekomen dat bijeenkomsten waarbij onze ambassadeurs met bestuurders zouden gaan praten, zijn afgelast vanwege onvoldoende belangstelling”, zegt projectleider Heijink.

Macht

Grote vraag blijft waarom sommige werkgevers zo huiverig zijn voor het goed organiseren van de medezeggenschap. “Er is een scala aan oorzaken”, denkt Heijink. “Sommige bestuurders vinden dat ze hebben gefaald wanneer ze de or nodig hebben. Ook maken velen zich er met een jantje-van-leiden vanaf. Ze zorgen voor scholing van or-leden, voor een vergaderruimte en dan hebben ze aan hun verplichting voldaan. Zij zien de or als een verplicht nummer, waarvoor ze zich niet bovenmatig hoeven in te spannen. ORakel laakt deze houding. Ons motto is: span je in voor de or, want goed overleg binnen een bedrijf kan veel opleveren.”

Volgens programmamanager Fassaert van De Baak voelen veel bestuurders zich geremd door de ondernemingsraad.
“Ze voelen zich door een or van hun macht ontdaan. Maar dat is absoluut niet het geval. Ons advies is om goed duidelijk te maken dat je als directeur de beslissingen neemt, maar dat je wel graag iedereen wilt horen en de or bij beslissingen wilt betrekken.”

ORakel heeft van SZW subsidie gekregen voor een jaar.
Er is nog geen toezegging voor een verlenging. Dus is het mogelijk dat het project over een paar maanden alweer eindigt. “Een jaar is absoluut te kort”, vindt Heijink. “We zijn tot nu toe amper toegekomen aan de kwaliteitsverbetering van de medezeggenschap, terwijl we ons juist daarop wilden richten. Het gaat om een mentaliteitsverandering. Dat is niet gemakkelijk. We hebben nog een hoop werk te verzetten.”





Veranderende medezeggenschap

Op 13 december organiseert de SER een middagsymposium over de toekomst van de medezeggenschap in het licht van de veranderende arbeidsverhoudingen. Het symposium is mede ter gelegenheid van het afscheid van Niko van Niekerk als algemeen secretaris van de SER. Meer informatie: 070 - 3 499 642





De stille motor

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt zich al langer bezig met het verbeteren van de medezeggenschap in ondernemingen. ORakel past in die traditie. Op 13 maart werd het door minister De Geus officieel geïnstalleerd. ORakel (de naam is een samenvoeging van ondernemingsraad, ambassadeur, kwaliteit en effectief leren) wordt ondersteund door het Nijmeegse onderzoeksinstituut ITS, werkgeversorganisatie AWVN en scholingsinstituut FNV Formaat.
ORakel bestaat uit een netwerk van tien ambassadeurs die in hun eigen onderneming goede ervaringen hebben in de omgang met hun or. Voorzitter is Jan Middeldorp, directeur human resources bij Postkantoren BV. Hij is ervan overtuigd dat goede medezeggenschap een positief effect heeft op de ontwikkeling van een bedrijf. “Werknemers weten wat speelt op de werkvloer. Daar moet je als werkgevers je voordeel mee doen.”

Zie ook: www.orakelnet.nl
SER-bulletin november 2006

Inhoudsopgave

Externe Link