Home | Publicaties | SERmagazine | 2006 | juni 2006 | Kroonlid wil aandacht voor bevolkingskrimp

Meer Maastricht dan Den Haag

In de SER wil hij aan de slag met thema’s als een leven lang leren en de komende bevolkingskrimp.  Theo Bovens, bestuurder, onderwijsman, CDA’er en bovenal Maastrichtenaar ambieert geen functie in de landelijke politiek. “Als je zes jaar in Den Haag gewerkt hebt, is het glamouraspect helemaal weg.”

Elke van Riel

“Mijn vrouw vroeg: waarom jij? Hadden ze geen ander?” Collegevoorzitter Theo Bovens van de Open Universiteit lacht met een onmiskenbaar Limburgs accent. Ze doelde op zijn recente benoeming tot kroonlid in de SER. “We dachten dat ze normaal hoogleraren economie vroegen. Ik ben historicus, maar dat was geen belemmering. Ik weet niet of dit tot het geheim van Soestdijk behoort, maar ik heb Aart Jan de Geus wel gevraagd waar ze in mijn geval precies op aangeslagen zijn. Ik begreep dat men onder meer versterking zocht op het thema een leven lang leren.” Bovens Open Universiteit Nederland heeft pas samen met Teleac, Kennisnet en Surf een plan gelanceerd om dit te bevorderen. Een tweede punt bleek zijn ervaring in de Raad voor Werk en Inkomen (RWI).

Als vicevoorzitter van de RWI, waarin hij de eerste man van de VNG-delegatie was, zag hij dat het poldermodel goed werkt. “Ik ben dan ook een believer. Wel zou ik ongeduldig worden als er over woorden en zinnen tien keer over en weer moet worden gebeld en gemaild. Dan wordt het hogere taalkunde en semantiek en daarna exegese om het weer uit te leggen. De onderliggende conflicten worden ondertussen weggeschreven, maar zijn er nog steeds.”

Bovens wordt waarschijnlijk actief in de commissies Arbeidsmarkt- en Onderwijsvraagstukken en Minimumloon. Vooral die eerste ligt voor de hand. “Tot nu toe roept het ministerie van Onderwijs: wij zijn het ministerie van de jeugd, dus een leven lang leren moeten de sociale partners zelf maar regelen.” Bovens is het daar niet mee eens. De overheid heeft volgens hem wel degelijk een verantwoordelijkheid hiervoor.

Hij was aangenaam getroffen door wat er in het concept-middellange-termijnadvies van de SER geschreven wordt over een leven lang leren en leerrekeningen.” De Open Universiteit is als enige universiteit fervent voorstander van het leerrechtenverhaal waarbij mensen op latere leeftijd bekostigd onderwijs kunnen volgen. Tegen de leerrekening, een rugzakje met geld dat je ook op latere leeftijd kunt besteden, is Bovens ook niet, al zou daar wel meteen een gigantische automatisering aan gekoppeld kunnen zijn.

De OU-voorzitter zou zoiets willen verbinden aan de levensloopregeling. “Een werkgever kan dan iemand een bonus uitkeren in de vorm van zes maanden extra leerrechten. Je kunt mensen ook als gouden handdruk een opleidingscheque meegeven, of, zoals de Belgen doen, onderwijsvouchers opnemen in de werkloosheidswet.”

Gezinsvorming

Een onderwerp waar hij binnen de SER ook mee aan de slag wil, is ontgroening en vergrijzing. Een ingewikkeld probleem, volgens hem, waarbij vele factoren een rol spelen. “Gezinsvorming vindt op steeds latere leeftijd plaats, omdat mensen eerst huisje-boompje-beestje willen regelen. Dan gaan ze pas aan kinderen denken. Je kunt dat doorbreken door iets te doen aan startershypotheken. Het is nogal gewaagd, maar je zou ook kunnen overwegen te stoppen met de publieke financiering van de masteropleiding, waardoor mensen na hun bachelor al de arbeidsmarkt betreden. Dan hoeven ze later ook niet zo lang door te werken. Artsen hebben een master nodig, maar al die juristen en economen toch eigenlijk niet.”

Zijn recente pleidooi voor deeltijd aio-schap, gehouden op internationale vrouwendag, kan ook in dit licht gezien worden. “Als je vrouwelijke aio’s de kans geeft al aan gezinsvorming te beginnen tijdens hun promotieonderzoek, zitten hun kinderen op de kleuterschool als hun carrière verdergaat en het erop aankomt te publiceren. Er treedt dan geen hiaat in de wetenschappelijke carrière op.”

Randstaddenken

Bovens is gevraagd mee te denken over de gevolgen van de bevolkingskrimp in Limburg. “In Parkstad Limburg zitten over tien jaar 30 procent minder kinderen op de lagere scholen. Daar wordt nu de vraag: waar sloop je scholen, in plaats van: waar bouw je ze?” Hij vindt het een thema dat binnen Nederland veel te weinig aandacht krijgt. “Er is onlangs wel een rapport uitgebracht door Wim Derksen [directeur Ruimtelijk Planburau, EvR], maar alle economische toekomstscenario’s gaan nog steeds uit van een groeiende bevolking, terwijl er nu al drie regio’s zijn waar de bevolking keihard daalt. Men ziet het te veel als ontvolking van het platteland, terwijl het buiten de Randstad nu ook al in de steden begint.”

Het is een voorbeeld van ‘Randstaddenken’. Bovens kent daar wel meer gevallen van. “De regio rond Eindhoven ontwikkelt zich nu bijvoorbeeld tot een kennis- en innovatiecluster. Maar als je dat steunt, heet het opeens regionaal beleid, terwijl het nationaal beleid is. Datzelfde geldt voor de agrobusiness of pakweg het congrestoerisme in Maastricht.”

Maastrichtenaar Bovens overnacht wel regelmatig in Den Haag en combineert zijn afspraken daar zoveel mogelijk. Tussen 1983 en 1989 werkte hij er, bij het CDJA. “Ik was toen nog niet afgestudeerd. Dat is de reden waarom ik uiteindelijk tien jaar over mijn studie heb gedaan. Zo af en toe belde mijn scriptiebegeleider: ‘Theo, hoe staat het nou met je scriptie?’ Over een leven lang leren gesproken.”

Affiches

Op het CDA-bureau hield Bovens zich bezig met organisatie, vormingswerk, voorlichting en het oprichten van afdelingen. “Daar heb ik Jan-Peter Balkenende nog zien binnenkomen in 1985. Ik werd in 1986 gemeenteraadslid in Maastricht, hij in Amstelveen. Toen zaten we samen in de werkgroep van jonge raadsleden.” Bovens deelde in die jaren een appartement met Frits Wester, toen vrijwillig voorlichter voor het CDJA.

De partijpolitiek heeft hij niet van huis uit meegekregen. Toch werd al als zeventienjarige lid. “Ik rolde erin. In die tijd kwam Dries van Agt naar de jongerenorganisatie in Maastricht. Een paar jongens bij mij in de klas organiseerden dat en ik ben gaan helpen met affiches plakken en zo.” De eerste twee jaar was hij consumerend lid. Na een bestuurscrisis werd hij met een vriend benoemd tot vicevoorzitter en voorzitter van de Maastrichtse afdeling. “Door niet nee te zeggen is het begonnen. En dan groei je erin.” Over zijn partijkeuze heeft hij nooit getwijfeld. “Als je al jong raadslid wordt, ben je zo betrokken bij alles, dan wordt het helemaal jouw clubje, een soort familie.”

Wel was hij in 1989 het gependel tussen Den Haag en Maastricht echt beu. Met zijn vrouw had hij afgesproken: óf een baan in Maastricht, óf verhuizen naar het Westen. De vacature als adjunct-directeur aan de faculteit economie van de Universiteit Maastricht kwam dus als geroepen. Tegelijkertijd werd hij fractievoorzitter voor het CDA en in 1994 wethouder. “Het fractievoorzitterschap beviel zo goed, dat ik dacht: laat ik dat maar eens proberen. Toen werd ik meteen locoburgemeester. Dan is Maastricht wel een heel erg leuke stad hoor.”

Wethouder zijn in Maastricht is volgens Bovens heel anders dan in veel andere steden. “In het sociaal-culturele leven wordt een wethouder geacht ook in het weekend te komen opdraven, zeker die van het CDA. Het gekke is, als oud-wethouder word ik gewoon nog steeds uitgenodigd.”

Zelf speelt hij trombone in een dweilorkest. Hij is voorzitter van het Limburgs Symphonieorkest en beschermheer van enkele verenigingen. “Door mijn benoeming bij de SER heb ik weer drie of vier verenigingen kunnen laten weten dat ik ging stoppen. Mijn vader was lid van zo’n zeventien besturen, dus dat maatschappelijk actief zijn zit er bij mij wel in.”

Glamour

Zijn partij speelt in het huidige kabinet een nuttige rol, vindt Bovens, maar mag nu wel meer afstand nemen van de VVD en een eigen geluid laten horen. “Balkenende is begonnen met zijn boek Anders en beter, waarin hij zijn visie geeft op een aantal stelselherzieningen. Het is zelden gebeurd dat een politieke partij zoveel van haar gedachtegoed verwezenlijkt heeft. Nu moet het CDA opnieuw schetsen wat daarvan ook alweer precies de bedoeling was en waar we de komende jaren mee verder willen.”

Zelf voelt hij niets voor de landelijke politiek. “Als ik in Den Haag was gebleven, had ik dat niet uitgesloten. Vanuit de regio kijk je er normaal gesproken tegenop: die kaasstolp is dan toch aantrekkelijk. Maar als je daar zes jaar gewerkt hebt, is het glamouraspect helemaal weg. Ik heb nu niet de indruk dat ik iets mis.”





CDA-bestuurder en onderwijsman

Maastrichtenaar Theo Bovens (1960) studeerde geschiedenis in Nijmegen en werkte van 1983 tot 1989 voor het CDJA in Den Haag. Hij komt uit een degelijk katholiek gezin met vijf zonen. In 1986 werd hij gemeenteraadslid in Maastricht. Vanaf 1989 was hij vijf jaar adjunct-directeur van de Economische Faculteit van de Universiteit Maastricht. Van 1990-1994 was hij fractievoorzitter van het CDA in de Maastrichtse gemeenteraad. Daarna was hij negen jaar wethouder Sociale en Economische Zaken en locoburgemeester.

Die baan gaf hij op toen hij eind 2002 door een headhunter benaderd werd met de vraag om vice-voorzitter te worden van de Open Universiteit in Heerlen. Bovens: “Die keuze was heel rationeel. Liever een jaar te vroeg stoppen dan een dag te laat. Het was een mooie zijwaartse carrièresprong, maar emotioneel wilde ik eigenlijk niet weg, dus het zijn weemoedige dagen geweest.” Eind vorig jaar volgde Bovens Thijs Wöltgens op als voorzitter van de OU. Bovens, die ook voorzitter is van het CDA-Limburg, is getrouwd en heeft een dochter van dertien.
SER-bulletin juni 2006

Inhoudsopgave