Papierfabrikant Sappi investeerde ruim twee miljoen euro in veiligheids- en gezondheidsprojecten. Het leidde tot minder ongevallen en een daling van het ziekteverzuim. Sociale innovatie vindt directeur Edward de Vries een te zwaar woord, voor hem is aandacht voor arbeidsomstandigheden vanzelfsprekend.
Christel Witteveen
Aan de Maas, net voorbij de historische binnenhaven van Maastricht, staat een 155 jaar oude papierfabriek. Bezoekers krijgen bij aankomst een fluorescerend gele band om de arm, een boekje met veiligheidsinstructies en ze moeten binnen de blauw gemarkeerde paden blijven lopen. De veiligheidsmaatregelen zijn flink aangescherpt sinds het Zuid-Afrikaanse Sappi de fabriek in 1997 overnam.
“De nieuwe eigenaar introduceerde een Amerikaanse managementstijl. In Amerika is veiligheid, vanwege de talloze eisen tot schadevergoeding, al veel langer een belangrijk thema,” zegt Edward de Vries, directeur van Sappi. “De machines die we hier gebruiken zijn gevaarlijke monsters. Sinds de overname voeren we een zerotolerancebeleid. We hebben mensen bewust gemaakt van het belang van veiligheid.
Tegenwoordig wordt er veel veiliger gewerkt met de machines en gebeuren er nauwelijks meer ongelukken.”
Eind jaren negentig bleek uit onderzoek dat de Nederlandse papiersector, op de bouw na, de meest onveilige sector was om te werken. Ook liep er een relatief groot aantal mensen rond met een gehoorbeschadiging. Dat was voor de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Papier- en Kartonfabrikanten (VNP) reden om eens goed aandacht te schenken aan veiligheid in de sector. VNP sloot met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de vakbonden een convenant om de situatie te verbeteren.
De talloze projecten die uit het convenant voortvloeiden boekten resultaat. Kampte de sector in 1998 met 45 ongevallen per 1000 medewerkers, inmiddels zijn dat er nog maar 11. De afspraak uit het convenant om het aantal ongevallen terug te brengen tot dertig, is dus allang gehaald. Mireille Bedeschi, branchesecretaris van de VNP, is trots maar de klus is nog niet klaar. “We gaan hier zeker nog mee door. De top van de industriële bedrijven heeft slechts 5 ongevallen per 1000 medewerkers, daar kunnen wij nog van leren.”
Losliggend rooster
Transparantie en benchmarking waren de sleutelwoorden om de huidige prestatie te bereiken. Bedeschi: “Goede registratie maakte meteen duidelijk hoe de individuele bedrijven scoorden. In het begin hadden ze daar wel wat moeite mee. Maar het vertrouwen groeide en nu ervaren fabrieksmanagers het juist als heel krachtig dat ze onderling gegevens kunnen uitwisselen. Laatst was een medewerker van een fabriek gevallen over een losliggend rooster. Prompt gaat iedereen in zijn eigen fabriek kijken hoe die roosters erbij liggen.”
VNP stuurt vooral aan op gedragsverandering. Met handboeken, cd-roms en trainingen wil de branche discussies over veiligheid stimuleren. Management en productiemedewerkers moeten met elkaar in gesprek raken over wat veiligheid nou precies betekent. Ook bezoeken ze regelmatig andere bedrijven om van elkaar te leren.
Sappi is erg betrokken bij de activiteiten van de VNP. De papierfabriek organiseerde niet alleen cursussen gedragsverandering voor de medewerkers, maar voerde ook talloze kleinere aanpassingen door. Zo hangt er bij de hoofdingang een oordoppenautomaat, hangen overal waarschuwingsborden voor lopende banden of uitrijdend vrachtverkeer. En de Vries zelf zet demonstratief zijn schoen op tafel. “Ik moet natuurlijk het goede voorbeeld geven en trek altijd veiligheidsschoenen aan. Als ik me niet aan de regels houd, dan praat de volgende dag het hele bedrijf daarover. Dat geeft medewerkers een machtsmiddel in handen om zich ook aan de regels te onttrekken.”
Brokken Eenmaal in de fabriek is het belang van veiligheid in één klap duidelijk. Grote vellen vochtig papier glijden met een vaart van 630 meter per minuut langs gloeiende infraroodlampen. Om er nog meer water uit te halen, trekt een enorme machine het papier door een rij dikke persen. Uiteindelijk komt het papier op rollen met een omvang van wel drie keer een volwassen eik. Een kleine onachtzaamheid kan hier snel tot brokken leiden. Dit jaar nog raakte een medewerker met zijn hand bekneld tussen twee draaiende onderdelen. De Vries: “Daar spreken we in eerste instantie zijn leidinggevende op aan. We vragen of hij de medewerker deze onveilige handeling vaker heeft zien doen. En zo ja, of hij hem daarop gewezen heeft. Blijkt de leidinggevende alles te hebben gedaan om zo’n ongeluk te voorkomen, dan gaan we in gesprek met het slachtoffer.”
Bij Sappi maken managers maandelijks een veiligheidsronde waarbij ze in gesprek gaan met de productiemedewerkers. Dan blijkt wat er kan verbeteren. De Vries: “Een medewerker mag bij ons nooit het gevoel hebben dat hij niet veilig kan werken omdat hij snel moet produceren. Veiligheid is bij ons even belangrijk als het halen van de productiedoelstellingen.”
De VNP won vorig jaar de innovatietrofee van werkgeversvereniging AWVN voor haar vooruitstrevende initiatieven op het gebied van arbobeleid. Uit onderzoek van AWVN blijkt dat bedrijven sociaalinnovatieve veranderingen nogal langzaam door weten te voeren. Een probleem vormt de focus van het middenkader. Bedeschi beaamt die conclusie: “Managers zijn altijd druk bezig met de waan van de dag. We moeten er steeds in blijven investeren om mensen scherp te houden op dit onderwerp.”
Ook bij Sappi was het niet altijd even eenvoudig om managers ervan te overtuigen dat veiligheid belangrijker was dan het halen van de productiedoelstellingen. Het kostte zeven jaar om het aantal ongevallen drastisch te reduceren. Overigens past De Vries ervoor op om niet al te neurotisch met het veiligheidsbeleid om te gaan. “Dan ontstaat er alleen maar weerstand.”
Inmiddels is de focus bij de Maastrichtse papierfabriek verschoven van veiligheid naar gezondheid. De Vries: “Veiligheid krijgt nog steeds aandacht, maar we hebben ook ambitieuze doelen om het ziekteverzuim te verminderen. Toen ik hier zeven jaar geleden kwam werken, lag het ziekteverzuim nog rond 9 procent. Nu is dat gedaald tot 4,9 procent. En dat percentage moet nog verder omlaag.”
Alle aandacht voor veiligheid en gezondheid is belangrijk voor het imago van Sappi op de arbeidsmarkt en voor de kwaliteit van het productieproces. De Vries: “Uiteindelijk willen we met tevreden medewerkers een kwalitatief goed product leveren, tegen redelijke kosten.”
Leren sociaal innoveren (2) Wil de Nederlandse economie zich ontwikkelen tot een kenniseconomie, dan moeten bedrijven zich onderscheiden door het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige producten en diensten. Dat zal niet alleen moeten gebeuren door nieuwe technologische vindingen. Ook de menselijke kant van het productieproces zal een vernieuwing moeten ondergaan waarbij tegelijkertijd wordt gewerkt aan betere bedrijfsresultaten en een grotere tevredenheid van werknemers. Dat is sociale innovatie. De komende maanden belicht het SER-bulletin telkens een andere organisatie die bezig is om die sociale innovatie in de praktijk te brengen.