Veel maatschappelijke problemen in Nederland zullen vanuit een andere optiek bekeken moeten worden. Daarvoor pleitte Herman Wijffels aan het slot van het symposium dat de SER hem aanbood ter gelegenheid van zijn afscheid. In de gezondheidszorg, binnen werkrelaties en binnen de sociale zekerheid kan veel verbeteren als er voor een andere benadering gekozen wordt. “In feite is het op alle terreinen nuttig om die omkeringshypothese toe te passen”, zei Wijffels. “Al zal die niet overal evenveel opleveren.”
Jan Buevink
“De arts is nog steeds de zon in het zonnestelsel van de gezondheidszorg”, zei Wijffels. In de zorgsector ligt de nadruk nog veel te veel op de curatieve kant, terwijl het veel meer om preventie zou moeten gaan. “Dat valt buiten de algemene gezondheidszorg. Voor de vraag hoe je een organisme gezond houdt, is nauwelijks aandacht.” Vooral voor dat laatste zou wat hem betreft veel meer aandacht moeten komen van huisartsen en anderen in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Ook binnen de sociale zekerheid heeft lange tijd veel te weinig nadruk gelegen op het voorkomen. Voor een flink deel is dat nog steeds zo. Wijffels: “Als mensen vastlopen, zorgen we voor een uitkering, maar die uitkering zorgt er ook voor dat we mensen afschrijven.” Het zou veel beter zijn als we meer uitgegaan van de mogelijkheden die mensen wél hebben. Dat ze mogelijkheden krijgen om hun levensloop beter aan te laten sluiten op hun persoonlijke behoeften, dat ze zich tijdig bij kunnen scholen.
Een totaal andere inrichting van arbeidsorganisaties is volgens Wijffels ook hard nodig. Nu wordt daar nog veel te weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheden van medewerkers. “In de gemiddelde arbeidsorganisatie wordt de potentie van mensen maar voor de helft benut, soms zelfs maar voor vijf procent.” Volgens Wijffels komt dat doordat veel organisaties nog steeds zijn ingericht volgens de ordeningsprincipes uit het industriële tijdperk, waarbij van bovenaf bepaald werd wat iemand moest doen. “Moderne organisaties zijn steeds meer horizontaal georganiseerd, minder hiërarchisch, meer organisch met ad-hocgroepen rondom concrete vraagstukken.”
Dat de noodzakelijke omkeringen niet plaatsvinden, heeft volgens Wijffels alles te maken met machtsverhoudingen. Volgens hem is er een stilzwijgende coalitie van mensen die graag dingen voor anderen regelen en mensen die het wel gemakkelijk vinden dat er voor hen gezorgd wordt. “Dit land blijft in de houdgreep van die coalitie. Er moet energie gecreëerd worden om die coalitie aan te pakken.”
Wijffels verzorgde zelf de afsluiting van wat de Herman Wijffels Transition Day genoemd werd. Op de dag voordat hij officieel afscheid nam van de raad, had de SER een symposium georganiseerd over Wijffels’ gedachtenwereld. De vertrekkende voorzitter had zelf drie denkers uitgekozen die hem geïnspireerd hadden: de Hongaarse filosoof Ervin Laszlo, de Nederlandse managementtrainer Peter Merry en de Amerikaan Don Beck, die nauw betrokken was bij het democratiseringsproces in Zuid-Afrika. Het symposium in hetBomencentrum in Baarn, waarvoor honderd mensen uit de verschillende netwerken van Wijffels waren uitgenodigd, stond in het teken van duurzaamheid en sociale verandering.
Abrupt De wereld staat aan de vooravond van grote veranderingen, waarschuwde Ervin Laszlo.
En die veranderingen kunnen heel snel en abrupt optreden. Grote systeemveranderingen hebben zich al veel vaker voorgedaan in de geschiedenis, zo benadrukte de systeemtheoreticus. De schaal waarop ze betrekking hadden is daarbij steeds groter geworden. De verandering die nu op komst is, zal er eentje zijn op wereldschaal.
De grote kracht achter die verandering is volgens Laszlo het weinig duurzame gedrag van de mensheid. De mens is bezig om de natuur op te maken en die natuur is eindig. Niet alleen de minerale energiebronnen raken uitgeput, ook de hoeveelheid voedsel per hoofd van de bevolking neemt af, net als de hoeveel frisse lucht en andere belangrijke zaken. Dat proces is niet nieuw, zo benadrukte Laszlo. Het is in zekere zin al tienduizend jaar geleden begonnen bij de introductie van de landbouw. Voor die tijd paste de mens zich aan zijn omgeving aan, maar op dat moment draaide hij de rollen om.
De mensheid staat nu op een tweespong, zo maakte Laszlo met ingewikkelde tekeningen duidelijk. Bij de weg omhoog zouden de huidige belangentegenstellingen aangepakt kunnen worden via een dialoog. Die moet dan uiteindelijk leiden tot institutionele veranderingen op wereldniveau die een vreedzame samenwerking mogelijk maken en echte duurzaamheid.
Bij de weg omlaag wordt geko-zen voor confrontatie die tot polarisatie leidt, terreur, oorlog en uiteindelijk chaos.
Volgens Laszlo is die laatste weg al ingeslagen. Die ontwikkeling kan nog worden omgebogen, maar dat moet dan wel snel gebeuren. Rond 2012 moeten we de overgang gemaakt hebben, zo waarschuwde de Hongaar. Hij ziet wel mogelijkheden. Mensen gaan steeds meer waarde hechten aan het milieu. In de jaren zeventig was het nog maar een kleine voorhoede die meer wilde betalen voor duurzaam geproduceerd voedsel. Inmiddels is die groep flink gegroeid. Veel verwacht hij ook van de generatie van creatieve mensen die steeds groter wordt.
Volgens Laszlo is er voor de weg omhoog wel een ander denkkader nodig. Nu is dat nog erg egocentrisch en dat moet veranderen. De wereld moet centraal komen te staan.
“Mensen moeten inzien dat wat ze elkaar aan doen, ze ook zichzelf aandoen.” Die ontwikkeling is volgens hem al gaande en gaat redelijk snel. Tot de jaren negentig hadden ethici eigenlijk alleen nog maar nagedacht over de rechten van mensen. Pas toen kwamen er discussie over dierenrechten en de rechten van het ecosysteem. Laszlo: “Dat was nieuw. De natuur werd niet langer gezien als alleen een bron.”
Spiraal Culturen ontwikkelen zich, zei ook de Texaan Don Beck. In de ontwikkeling van de mensheid ziet hij acht verschillende stadia die elkaar opvolgen door min of meer over elkaar heen te glijden waardoor ze gelijktijdig aanwezig kunnen zijn in een bepaalde samenleving. De oudste begon zo’n honderdduizend jaar geleden en is volledig gebaseerd op primaire instincten. De nieuwste ontstond zo’n dertig jaar terug en is gebaseerd op het holistische idee van een wereld waarin alle mensen deel uitmaken van een geheel.
Beck presenteert zijn model als een soort spiraal. Samenlevingen hangen daar als het ware in. Terwijl een bepaald deel al het zesde stadium is aanbeland, zit volgens Beck een ander deel van diezelfde samenleving nog in het tweede. Volgens Beck is Nederland het land waarin relatief de meeste mensen in het achtste stadium zitten, waardoor de potentie voor verandering vrij groot is.
“Als een oude cultuur doodgaat, wordt een nieuwe gecreëerd door de mensen die niet bang zijn”, zei Peter Merry. Volgens de auteur van het boek Evolutionair leiderschap dat later dit jaar uitkomt, zitten we nu op zo’n overgangsmoment. “We weten dat het oude systeem niet werkt, maar we weten nog niet hoe het nieuwe eruitziet.”
Die overgang stelt volgens Merry speciale eisen aan de mensen die leiding geven. “Als leider moet je de patronen zien in de verwarring en de eenvoud achter de complexiteit.” Omdat er veel onzekerheid is, moeten managers veel experimenteren. Ze moeten een balans weten te vinden tussen optreden en de dingen maar laten gebeuren. Leiders hebben volgens Merry aanpassingsvermogen nodig, het vermogen om feedback te accepteren en tegelijkertijd voldoende eigenheid om hun eigen integriteit te behouden.
Stroom In die benadering leek Wijffels zich prima te kunnen vinden, zo bleek bij zijn terugblik aan het eind van de dag. “De essentie van het leven is midden in de stroom van het leven te staan en daar dan je eigen pad te volgen. Voor een goed functionerende samenleving is het nodig dat mensen die zich in een verschillende fase van hun ontwikkeling bevinden, hun eigen plek kunnen vinden.”
Dat laatste wordt volgens Wijffels vaak verhinderd door allerlei systemen. “We gaan niet uit van onze eigen potentie, maar doen vooral wat het systeem van ons verwacht.” Daar komt nog bij dat veel systemen inmiddels duidelijk verouderd zijn omdat ze helemaal zijn toegespitst op de industriële samenleving die we voor een groot deel inmiddels achter ons gelaten hebben. “Die verhouding moet anders. De hele maatschappij moet op zijn kop.”
Emancipatie Wijffels legde uit dat hij de ontwikkeling van de samenleving ziet als een groot emancipatieproces. In de eerste helft van de vorige eeuw ging het om de emancipatie van groepen, in de tweede helft om de emancipatie van het individu. De centrale vraag waar het nu om gaat is hoe de vrijheid die de emancipatie heeft opgeleverd omgezet kan worden in betrokkenheid. Individuen moeten zich volgens Wijffels verantwoordelijk gaan voelen voor het geheel. “Daarbij gaat het om het initiatief van mensen zelf, dat kunnen leiders niet opleggen.”
Van een sterke man of vrouw, die dat proces op gang zou moeten brengen, wilde hij niets weten. “Ik heb een groot wantrouwen naar dat verlangen naar grote papa’s en mama’s. Dat is nostalgie, heimwee naar vroegere verhoudingen, angst. Mensen verlangen naar iemand die zegt hoe het allemaal moet.” Een dergelijke verticale benadering past volgens Wijffels niet bij deze tijd. Hij zoekt het meer in horizontale verhoudingen. De taak van de leiders daarbij is veel bescheidener. “Zij moet articuleren wat andere mensen nog niet kunnen articuleren maar wat ze onderhuids eigenlijk al lang weten. Iedereen moet leider over zijn eigen leven zijn. Maar daarbij helpt het natuurlijk wel als er anderen zijn die dat voorleven.”
Klaar om te wenden
De Herman Wijffels Transition Day was een besloten bijeenkomst voor honderd mensen uit de verschillende netwerken waarin Wijffels actief is. Er waren topmensen uit het bedrijfsleven, de politiek, de ambtenarij, de overlegeconomie en het overige middenveld. De aanwezigen luisterden niet alleen naar drie denkers die Wijffels inspireerden, maar gingen ook zelf in kleine groepen nadenken over hoe ze veranderingen in gang zouden kunnen zetten. Na afloop zei Wijffels dat hij hoopte dat er tijdens de dag verbindingen waren ontstaan tussen de verschillende werelden waarin hij actief is.
Het programma van de Transition Day werd twee dagen later min of meer herhaald in een bijeenkomst in partycentrum De Fabrique in Maarssen. Ruim achthonderd mensen waren afgekomen op het programma dat gepresenteerd werd onder het motto Klaar om te wenden.