Home | Publicaties | SERmagazine | 2005 | mei 2005 | Suriname werkt aan een productschap rijst

Productschap moet zorgen voor betere rijst

In Nederland liggen de product- en bedrijfschappen onder vuur, maar in het buitenland wordt er soms heel anders naar gekeken. In Suriname overwegen ze zelfs er een op te richten, voor de rijstsector. SER-directeur Bestuurszaken Ben Modderman ging er heen voor informatie en advies. Maar of het nou een exacte kopie van een Nederlands productschap moet worden, is nog de vraag.

Mariek de Valk

Het gaat niet zo goed met de rijstteelt in Suriname. Na een grote periode van bloei is er de laatste tien jaar sprake van een gestage neergang. Toch werken in de rijstsector nog altijd de meeste mensen – op de overheid na.
De problemen worden niet alleen veroorzaakt door de gedaalde wereldprijzen, maar ook doordat er zo veel verschillende partijen zijn.
Alleen al vanuit de overheid zijn er niet minder dan zeven ministeries betrokken bij de rijstteelt, vertelt SER-directeur Ben Modderman. “Deze partijen werken bovendien vaak niet alleen langs maar ook tégen elkaar. Dat maakt het moeilijk tot afspraken te komen. Als er al afspraken worden gemaakt, zijn ze nooit dekkend of bindend. Ieder gaat al snel zijn eigen weg en volgt zijn eigen kortetermijnbelang. Met als gevolg dat rijstboeren gaan werken met zaden van mindere kwaliteit en dat ze in de verkeerde periode zaaien in uitgeputte grond. Dat levert inferieure rijst op die niet interessant is voor de export. Die rijst moet tegen een lage prijs in het eigen land worden verkocht. Gevolg is weinig inkomsten voor de boer, die daardoor geneigd zal zijn weer goedkoop slecht zaad te kopen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is.”
Ondertussen is volgens Modderman wel bij iedereen het besef doorgedrongen dat er iets moet gebeuren. De kwaliteit van de rijst moet beter. Maar dat kan alleen als alle betrokken partijen beter samenwerken. Bovendien moeten ze bereid zijn bindende afspraken te maken en daar ook financieel aan bij te dragen. Ook zijn de Surinamers tot de conclusie gekomen dat de overheid een stapje terug moet doen en meer aan de sector zelf moet overlaten. Dat daarbij de gedachten in de richting van een soort productschap gaan, is dan ook niet zo gek. Zeker niet als je bedenkt dat veel Surinamers die op sleutelposities zitten, in Nederland hebben gestudeerd en gewerkt, en dus de product- en bedrijfschappen kennen.
Daarom vroeg het Ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking de Nederlandse SER een deskundige naar Suriname te sturen voor informatie en advies. Eind maart ging Ben Modderman er voor enkele dagen heen om te praten met alle betrokken partijen. Ook gaf hij er een lezing.

Impasse
Zijn eerste indruk was wat ontmoedigend. Veel dingen gaan nogal traag. Modderman vertelt dat het idee voor een Productschap Rijst al sinds eind jaren negentig speelt, toen de regering-Venetiaan aantrad. Daarna duurde het nog heel lang voor de eerste stap werd gezet. Op dit moment zit men nog in de fase van een haalbaarheidsonderzoek, waarin wordt gepraat met alle partijen over hun wensen en behoeften.
“Ik heb niet de illusie dat de impasse snel zal worden doorbroken”, zegt Modderman.
“In Suriname heeft een kleine groep de touwtjes in handen en alles is georganiseerd via politieke en etnische lijnen. Het is een kleine samenleving waarin iedereen elkaar kent en waarin allerlei belangen met elkaar verstrengeld zijn. Daarnaast speelt het probleem dat er sinds 1975, toen Suriname zelfstandig werd, een enorme braindrain richting Nederland heeft plaatsgevonden.”
Volgens Modderman heeft men niet de kracht om met elkaar goede afspraken te maken over productiematerialen, meststoffen, productiewijzen en tarieven. De rijstboeren hebben geen enkel zicht op de hoogte van de exporttarieven, waardoor ze niet goed kunnen onderhandelen met opkopers en exporteurs. “Het is dus van groot belang dat de boeren zich gaan organiseren. Het zijn over het algemeen kleine bedrijven met niet of nauwelijks personeel. Meestal zijn het familieleden die meehelpen op het land. Een vakbond voor deze sector is dus nog niet aan de orde. Er zijn op het moment wel organisaties van rijstboeren, maar die hebben een heel losse structuur. Het zijn geen verenigingen met volledige bevoegdheden. Ze zijn onvoldoende democratisch en er is nauwelijks sprake van een ledenadministratie. Alles is losjes en informeel georganiseerd. Bovendien is er een ingebakken wantrouwen en weerzin tegen organisaties en hun bestuurders. Mensen komen al gauw met voorbeelden van bestuurders die er met de kas vandoor gingen. Toch is het van groot belang dat deze organisaties de boel wat meer op orde krijgen.”

Regeltjes
Een betere organisatie van de rijstboeren is volgens Modderman de eerste stap. Ze moeten sterker worden om tegenwicht te kunnen bieden aan de organisaties van exporteurs en handelaren. “Vervolgens moet je nadenken hoe je op basis van gelijkwaardigheid de andere partijen erbij kunt betrekken, zoals de banken, de handelaren en de mestimporteurs. Ik wil niet zeggen dat alles volgens onze precieze regeltjes moet worden georganiseerd. Ze moeten daar een vorm zoeken die het best past in de Surinaamse verhoudingen. Cruciaal is dat ze steun krijgt van de hele sector, dat de hele sector erin participeert, dat iedereen financieel bijdraagt en dat er bindende regels kunnen worden afgesproken. Dan kun je aan een productschap denken zoals wij in Nederland hebben, maar dat hoeft niet. In Guyana, een buurland van Suriname, hebben ze bijvoorbeeld een National Rice Board die goed functioneert.”
De komende tijd gaat het projectteam, dat de mogelijkheden voor een productschap onderzoekt, het land in om aan de hand van een concrete opzet verder te praten met de rijstboeren. Ook gaat het uitleggen wat een productschap voor hen kan betekenen. Zo wordt het wat concreter. Wellicht komen er ook radio- en tv-spotjes, want over het algemeen lezen de rijstboeren niet veel. Over de huidige discussie in Nederland over de PBO wil het projectteam liever niet al te veel horen. 
 

Dagelijks NOS-journaal op Surinaamse tv

Suriname mag dan al dertig jaar onafhankelijk zijn, de berichtgeving uit Nederland wordt er nog altijd op de voet gevolgd. Dagelijks zijn het NOS-journaal en het RTL-nieuws rechtstreeks en integraal te zien op tv. Ook kunnen de Surinamers tegelijk met de Nederlanders kijken naar Nova. Zelfs Buitenhof wordt in Suriname uitgezonden. Zo kon Ben Modderman tijdens zijn verblijf in Suriname de crisis over de gekozen burgemeester volgen.


SER-bulletin mei 2005

Inhoudsopgave