MKB-Nederland gaat de blik richten op ontwikkelingslanden. In april organiseerde de werkgeversorganisatie een bijeenkomst over succesvol zakendoen in ontwikkelingslanden. En als de achterban het ziet zitten zal er binnenkort ook een handelsreis komen naar een ontwikkelingsland.
Christel Witteveen
Het Nederlandse bedrijf Kipp & Zonen is marktleider op het gebied van meteorologische meetapparatuur. Het succes werd het bedrijf enigszins in de schoot geworpen toen de World Meteoroligical Organization een aantal producten van Kipp & Zonen tot wereldstandaard uitriep. “Af en toe verkopen we producten aan het KNMI in De Bilt”, zegt Patrick Akkermans van Kipp & Zonen. “Maar 97 procent van de omzet realiseren we in het buitenland, zoals in China, India en Mozambique.”
Nederlandse bedrijven kunnen een voorbeeld nemen aan Kipp & Zonen. De handelsgeest waar Nederland bekend om staat, kan in het midden- en kleinbedrijf nog flink worden bevorderd. Het mag dan zo zijn dat 80.000 MKB-bedrijven druk bezig zijn met exporteren, eenzelfde aantal doet dat niet, terwijl het wel de potentie heeft. Het ministerie van Economische Zaken heeft inmiddels een actieplan opgesteld om internationaal ondernemen te bevorderen. Daarbij is er speciale aandacht voor de rol die bedrijven kunnen spelen bij armoedebestrijding.
MKB-Nederland ondersteunt de overheid op dit terrein. Eind vorig jaar hebben voorzitter Loek Hermans en minister Agnes van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking gesproken over de rol die het MKB hierbij kan spelen. De werkgeversorganisatie wil haar leden stimuleren om de grenzen te verleggen, ook in de richting van ontwikkelingslanden. “Onze achterban is internationaal wel actief maar in tegenstelling tot het grootbedrijf nauwelijks in ontwikkelingslanden”, zegt Gitte Hoogland, beleidssecretaris Internationale Handel bij MKB-Nederland.
Ethiopië
Zakendoen in ontwikkelingslanden kan bijdragen aan armoedebestrijding omdat het voor extra bedrijvigheid zorgt. En waar multinationals zich vaak concentreren in de hoofdstad van een land, kunnen MKB’ers zorgen voor meer activiteiten in de regio.
In april organiseerde MKB-Nederland een bijeenkomst over succesvol zakendoen in ontwikkelingslanden. Cas Aarts, projectmanager van de technische handelsonderneming Devotra, was een van de managers die daar over hun ervaringen spraken. Devotra voert veel opdrachten uit voor de Wereldbank en de Verenigde Naties en is specialist in het schrijven van offertes voor openbare aanbestedingen. “Onze activiteiten bestaan voor 100 procent uit export”, zegt Aarts. “We dingen mee naar openbare aanbestedingen voor advieswerk, maar doen bijvoorbeeld ook aan onderwijs. In Ethiopië hebben we een technische school opgezet en compleet ingericht.”
Aarts kan zich voorstellen dat kleinere bedrijven moeite hebben om mee te dingen naar opdrachten in ontwikkelingslanden. “Dat soort opdrachten wordt vaak verkregen via openbare aanbestedingen. Dat zijn ingewikkelde en tijdrovende procedures waar meestal alleen multinationals zich aan wagen. Philips heeft daar een complete afdeling voor.”
Gemakzucht
Zakendoen in ontwikkelingslanden is verre van eenvoudig, zeker voor het MKB. Het meedingen naar opdrachten is complex, de markt onbekend, de financiering moeilijk. Onbekend zijn vaak ook de voorzieningen die de export kunnen bevorderen. “Er is een uitgebreid instrumentarium beschikbaar”, zegt beleidssecretaris Hoogland. “Maar MKB’ers maken daar nauwelijks gebruik van. Voor kleinere bedrijven is het alleen al een enorme klus om uit te zoeken welke regelingen er zijn. Vele beginnen er niet eens aan, vanwege de administratieve rompslomp.”
Kleinere bedrijven hebben in Nederland al moeite om hun activiteiten gefinancierd te krijgen omdat het vaak om bedragen van een geringe omvang gaat. Banken steken hun tijd liever in grote leningen, helemaal als het gaat om internationale activiteiten. “Bij investering in het buitenland willen financiers vaak pas vanaf een miljoen euro lenen”, zegt Hoogland. “Dat is veel te veel voor het MKB. De gemiddelde MKB’er wil maar een paar ton voor een proeforder.”
De overheid is druk bezig om de beschikbare voorzieningen beter af te stemmen op de vraag. Aarts merkt zelf al dat de aanvraagprocedures voor bepaalde subsidies eenvoudiger worden. Maar complexiteit zou voor ondernemers geen reden moeten zijn om weg te blijven uit ontwikkelingslanden, meent hij. “De procedures voor het aanvragen van subsidies zijn misschien wel ingewikkeld, maar een ondernemer zou het eigenlijk ook prima zonder moeten kunnen stellen. Misschien ligt het toch aan de gemakzucht van bedrijven. Ik denk dat ondernemers meer gebruik moeten maken van de Economische Voorlichtingsdienst. Die heeft perfecte informatie over de kansen die ontwikkelingslanden kunnen bieden aan exporteurs.”
Akkermans denkt wel te weten waarom Nederlandse MKB’ers ontwikkelingslanden mijden: “Wil je zaken doen in die landen, dan moet je ook de daar geldende normen volgen. We moeten onze cultuur aanpassen en niet de missionaris gaan uithangen. Nederlandse bedrijven zullen zich flexibel moeten opstellen en een stukje in de normen en waarden van die landen meegaan als ze er willen exporteren.”
MKB-Nederland wil zelf nader gaan onderzoeken waarom de rest van het midden- en kleinbedrijf zo weinig activiteiten ontplooit in ontwikkelingslanden. Is het een kwestie van onbekend maakt onbemind? Is het instrumentarium niet goed? Hoogland: “Op die vragen willen wij een antwoord. Zelf gaan we in ieder geval ook meer aandacht aan het onderwerp besteden. Wij willen de achterban informeren over de handelsmogelijkheden met ontwikkelingslanden en laten zien dat je er ook succes kunt hebben. Ondernemen in ontwikkelingslanden hoeft niet altijd voort te komen uit idealisme.”
MKB-Nederland gaat op handelsmissie MKB Nederland gaat inventariseren of er bij leden voldoende belangstelling bestaat voor een handelmissie naar een ontwikkelingsland. Minimaal vijftien bedrijven zouden zich moeten aanmelden. “De branches verschillen nogal in hun interesse voor internationaal ondernemen”, zegt Gitta Hoogland, beleidssecretaris internationale handel. “De zakelijke dienstverlening is nauwelijks internationaal actief. Maar ik denk dat er bij de aangesloten brancheorganisaties diverse bedrijven geïnteresseerd zullen zijn.” Volgens Hoogland bieden ontwikkelingslanden met name kansen aan bedrijven die lid zijn van de Metaalunie, FHI (industriële elektronica) en Modint (mode, interieur en textiel).
Over de grens (6) WAO, WW, arbeidstijden en een paar procenten loon meer of minder. Allemaal hartstikke belangrijk in Nederland, maar in het grootste deel van de wereld hebben mensen wel andere zaken aan hun hoofd. Nederlandse sociale partners zijn daar doorgaans niet blind voor. In het SER-bulletin besteden we aandacht aan wat zij doen over de grens.