“Dit kabinet doet mij denken aan een ober met een vol dienblad in z’n handen. Ergens achterin het restaurant struikelt hij. Om niet te vallen gaat hij steeds harder lopen en uiteindelijk knalt hij met een enorme klap tegen de voordeur aan.” Dat zegt SER-lid Eric Fischer, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars en bijzonder hoogleraar bedrijfsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Hanne Obbink
Het beeld van de vallende ober schiet Fischer te binnen als hij de geschiedenis schetst van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de nieuwe WAO. “Aanvankelijk had het kabinet een voorkeur voor een private arbeidsongeschiktheidsverzekering”, steekt Fischer van wal. “Toen het daarop terugkwam, begon het te struikelen. Een private verzekering kan uitstekend, een publieke ook, maar het kabinet wilde een combinatie. Dat schuurt altijd. Bij elke nieuwe stap van kabinet werd het ingewikkelder. Uiteindelijk komen private en publieke partijen nu op dezelfde markt te zitten, maar met verschillende spelregels. Dat is vragen om ellende.”
Die ellende krijgt het kabinet inderdaad, voorspelt Fischer die tevens in het bestuur van VNO-NCW zit. Bijvoorbeeld als het gaat om de beoogde marktwerking bij de verzekering van gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Het kabinet wil dat UWV en particuliere verzekeraars die verzekering gaan uitvoeren. Maar omdat de particuliere verzekeraars uitkeringen niet uit in de toekomst te innen premies mogen betalen, zullen ze vooralsnog hogere premies moeten vragen. Om dat nadeel te compenseren en toch een gelijk speelveld te creëren, wil het kabinet de UWV-premie nu met een toeslag verhogen. En dat is nog maar één van de vele stappen die het kabinet in zijn haast eindeloze struikelpartij gezet heeft; een stap bovendien die de particuliere verzekeraars weinig of niets helpt.
“De wet die er nu ligt, is een gedrocht”, concludeert Fischer. “Dat vindt niet alleen mijn hele achterban, de verzekeraars, maar ook de vakbonden, de werkgevers en noem maar op. En dat terwijl er twee jaar geleden al een heel goed SER-advies klaarlag. Als toen iemand deze wet op tafel had gelegd, zou iedereen gezegd hebben: welke krankzinnige heeft dit bedacht!?” Volgens Fischer zou het om te beginnen verstandig zijn om de invoering van de nieuwe wet met een jaar uit te stellen, tot 2007. UWV en de Belastingdienst hebben nu al aangegeven dat ze er eerder niet klaar voor zullen zijn.
Consistent
Hoe ziet de balans eruit nu het kabinet bezig is belangrijke dossiers af te ronden op het gebied van de sociale zekerheid: de nieuwe WAO, de vernieuwde WW en de regeling rond VUT, prepensioen en levensloop? Dat was de vraag waarmee het gesprek met Eric Fischer begon. Verrassend genoeg, na zijn tirade over de WIA, valt die balans volgens Fischer niet slecht uit. “De maatregelen van het kabinet gaan uit van een zeer consistente visie”, zegt hij. “Allereerst is er een herijking van de verantwoordelijkheden van staat en burger. Daarnaast zorgt het kabinet voor prikkels om systemen scherp te houden. Of het nu om de WAO, de WW, de levensloop of de zorg gaat, overal zitten die prikkels in en overal krijgt de burger meer verantwoordelijkheid. Op die twee punten is de visie van het kabinet dus uitermate consistent. Dat is positief. Eigenlijk zou iedereen het daarover eens moeten zijn.”
Maar vraag twee is, zo gaat Fischer door, of het kabinet die visie ook op een goede manier vertaalt in maatregelen. “Dan gaat het dus over vormgeving en maatvoering. Kan het niet beter?” Als het om de nieuwe WAO gaat, is Fischers antwoord glashelder. Die had qua vormgeving inderdaad veel beter gekund. Op het gebied van de WW voelt hij zich minder deskundig. “Maar”, vraagt hij zich hardop af, “is er niet iets mis met de maatvoering als iemand die al 42 jaar werkt en op zijn zestigste werkloos wordt, straks maar drie jaar WW krijgt en daarna niets? Is dat niet te zwaar?”
Ten slotte heeft Fischer ook twijfels over de kabinetsmaatregelen op het gebied van VUT, prepensioen en levensloop. “Die maatregelen passen heel goed in de visie van het kabinet: de levensloopregeling legt verantwoordelijkheden op individueel niveau. Maar de regeling die er nu ligt, zal waarschijnlijk toch vooral gebruikt worden om eerder met pensioen te gaan. Was dat nu wel de bedoeling?”
En dan zitten de verzekeraars ook nog eens met het probleem dat de levensloopregeling al op 1 januari 2006 moet ingaan. Dat betekent dat 90.000 bestaande pensioenregelingen vóór die tijd moeten worden aangepast. Nu al staat vast dat dat niet zal lukken. Het gevolg is dat de premies van veel bestaande pensioenregelingen opeens belast worden, wat werknemers en werkgevers veel geld kan kosten. Het Verbond van Verzekeraars heeft al gepleit voor een jaar uitstel. “Maar ja, ”zegt Fischer weinig hoopvol, “er zullen rond de invoering van die regeling hoe dan ook overgangsproblemen ontstaan. En het kabinet heeft die ellende liever in 2006 dan in het verkiezingsjaar 2007.”
Wereldvreemd “Ontzettend jammer”, noemt Fischer de manier waarop het kabinet zijn visie in wetgeving omzet. “Op zich heeft het kabinet heel goed doordacht wat goed zou zijn voor Nederland. Er is ook draagvlak voor wat het kabinet wil. Maar doordat het mis gaat in de vormgeving en de maatvoering wordt dat draagvlak uiteindelijk toch weer flinterdun.”
Wat doet het kabinet dan fout? Luistert het te veel naar de verschillende partijen in de polder, zodat zijn ‘consistente visie’ door compromissen vertroebeld raakt? Integendeel, zegt Fischer. “Met gepolder heeft het niets te maken. Lúísterde het kabinet maar naar belangrijke stemmen uit de samenleving. Neem weer even de WAO: de SER had een advies klaar dat in diezelfde consistente visie past. Via de vakbonden vertegenwoordigt de SER acht miljoen werknemers; voeg daar nog eens de werkgeversverenigingen bij, dan heb je ongeveer alle volwassenen in Nederland. Als het kabinet dat advies had overgenomen, had het een enorm draagvlak gehad. Maar het kabinet lijkt een beetje wereldvreemd. Het pikt signalen niet op en maakt dingen nodeloos ingewikkeld.”
Misschien spelen meningsverschillen binnen het kabinet ook wel een rol, voegt Fischer daar nog aan toe. “Opvallend is dat zowel op het terrein van de WAO als op dat van de zorg aanvankelijke plannen om te privatiseren teruggenomen zijn. Kennelijk zijn er in het kabinet mensen die uiteindelijk toch aan de knoppen willen blijven zitten.”
Toch is Fischer, als hij de balans opmaakt, nog redelijk mild in zijn oordeel. “Inderdaad, het had in de maatvoering en de vormgeving allemaal ontzettend veel beter gekund. En in de uitvoering komen er vast nog heel veel problemen boven water, zeker als het allemaal zo snel moet als het kabinet wil. Maar wat voor draken en gedrochten er ook liggen, het valt nog wel te repareren. Als de ideologie die erachter zit niet zou deugen, dan was dat veel minder eenvoudig. Maar die ideologie deugt dus wél.”
Fischer wil niet over sociale zekerheid dromen Heeft het kabinet nu een consistente visie of niet? Ja, zegt Eric Fischer in het interview op deze pagina’s. Maar in het zogeheten Balie-manifest van afgelopen najaar staat juist met zoveel woorden dat in de bonte verzameling maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd geen consistente visie op de sociale zekerheid te ontdekken valt. En stond onder dat manifest, dat ondertekend door mensen als SER-voorzitter Herman Wijffels en Henk van der Kolk (FNV Bondgenoten) ook niet Fischers naam?
“Nou”, reageert Fischer: “Daar had ik destijds inderdaad nogal de pest over in. Ik had daar mijn naam niet onder gewild.” Volgens hem was het schrijven van dat manifest van meet af aan geen geslaagde onderneming. Het initiatief kwam voort uit een nostalgisch gevoel over het socialezekerheidsstelsel van de jaren zeventig en tachtig dat nu in de uitverkoop dreigde te komen. “Geen goed uitgangspunt”, vond Fischer.
“Er staat weinig nieuws in en de timing ervan was ook nog eens volstrekt verkeerd. Het kabinet had net een serie voorstellen op tafel gelegd, dat kon geen kant uit met dat manifest. Ik zou zeggen: als je zo’n manifest uitbrengt, zorg dan voor een goede feitelijke onderbouwing en laat het bijvoorbeeld ook doorrekenen. ‘Ja, maar je mag toch wel dromen’, zullen de schrijvers van dat manifest dan misschien zeggen. Best, maar weet wel: dromen zijn bedrog.”