Kroonlid Hans Franken vertrekt naar Eerste Kamer
SER-kroonlid Hans Franken is 68 jaar en een autoriteit in het informaticarecht. Een wat ongebruikelijke leeftijd in de jonge, dynamische wereld van de ICT. Hij was dan ook de eerste jurist die zich op dit terrein begaf. Na zestien jaar SER stapt hij over naar de CDA-fractie van de Eerste Kamer.
Mariek de Valk
Hans Franken leidde de afgelopen jaren enkele belangrijke overheidscommissies op het gebied van recht en informatica. Zo was hij in 1987 voorzitter van de Commissie Computercriminaliteit. En in 2000 zat hij de Commissie Grondrechten in het Digitale Tijdperk voor. Deze commissie stelde een wijziging van de Grondwet voor waardoor ook internet, fax en e-mail onder het briefgeheim komen te vallen.
Frankens belangstelling voor informatica ontstond al tijdens het schrijven van zijn proefschrift, in 1974, over het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie. ”Ik gebruikte daarbij een voor die tijd heel geavanceerde statistische methode om empirisch onderzoek te doen. Dat is vrij ongebruikelijk voor juristen. In mijn proefschrift zitten allemaal flappen vol cijfers van regressie- en factoranalyses. Dan krijg je dat allerlei mensen gaan zeggen: ‘gòh, jij weet vast veel van computers af’. Nou ja, dat valt dan niet helemaal te ontkennen. Ik ben me er sindsdien verder voor gaan interesseren, omdat er zulke aardige juridische vragen bij te stellen zijn. Ook vraagt het veel creativiteit, omdat je nieuwe begrippen en techniekonafhankelijke formuleringen moet bedenken. Het begrip eigendom bestaat daar bijvoorbeeld niet. Als ik dit opnameapparaatje van u steel, hebt u het niet meer. Maar als ik een programma van u kopieer, hebt u het zelf nog wel, maar mist u alleen de exclusiviteit. Dat is een heel ander begrip. Daar heb ik toen met mijn commissie een rapport over opgesteld. Daar is uiteindelijk een wet uitgerold ter bestrijding van computercriminaliteit.”
Eindresultaat
Bij de SER heeft hij zich beziggehouden met arbeidsomstandighedenbeleid, ondernemings- en verzekeringsrecht en consumentenzaken. Van de Commissie Arbeidsomstandigheden was hij voorzitter vanaf het moment dat de SER, na de opheffing van de Arboraad in 1993, deze adviestaak op zich nam.
“Het is een bijzondere club. Er zitten net als bij de andere SER-commissies werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen in, maar het zijn andere mensen. De SER kende hen nog niet, maar elkaar kenden ze heel goed. De Arboraad had een andere manier van werken. Tijdens de voorbereiding van een advies voerden ze voortdurend overleg met de minister of de staatssecretaris, want ze wilden hem tussentijds confronteren met hun gedachtevorming. Daar wilde de minister van af toen de SER het werk overnam, hij wilde alleen het eindresultaat zien.”
De Commissie Arbeidsomstandigheden heeft een paar grote klussen gedaan, zoals de herziening van de Arbowet in 1998. “Die herziening was hard nodig omdat er een woud van regels was ontstaan. Die moesten we aanpakken met een gang van zaken die anders was dan bij de totstandkoming van een gewone wet het geval is. Eerst waren de beleidsregels en algemene maatregelen van bestuur aan de orde, pas daarna kwam de wet. Bovendien was de gedachtevorming over de wet nog niet goed uitgekristalliseerd bij het ministerie.”
Uitvaartverzorging Ook in het werk op consumententerrein ging veel tijd zitten. Franken was voorzitter van de Commissie voor Consumentenaangelegenheden en van de oördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg (CZ). Onder de paraplu van de CZ maken brancheorganisaties en consumenten afspraken over de algemene voorwaarden van tal van producten en diensten. Deze zogenoemde kleine lettertjes variëren van kinderopvang tot uitvaartverzorging en van meubelen en keukens tot telecommunicatie.
Franken ziet veel voordelen in zelfregulering. Het is niet zo zwaar als wetgeving en flexibeler, het is makkelijker aan te passen als dat nodig is. Bovendien is er vanzelfsprekend draagvlak voor omdat de betrokken organisaties de regels zelf hebben opgesteld. De behoefte aan zelfregulering moet wel uit de markt zelf komen, vindt Franken. “Het heeft geen zin als de overheid die oplegt omdat ze vindt dat er iets geregeld moet worden, maar dat zelf niet kan of durft te doen. En uiteraard mag zelfregulering niet leiden tot gildevorming of concurrentievervalsing.”
Lang niet altijd gaan de onderhandelingen over de algemene voorwaarden van een leien dakje. Een hele moeilijke was het overleg over de voorwaarden voor garagehouders, de BOVAG. Die besprekingen hebben zelfs gedurende tien jaar stilgelegen maar uiteindelijk zijn die consumentenvoorwaarden er wel gekomen. Op dit moment verlopen de gesprekken over de leveringsvoorwaarden van energie nogal moeizaam. Franken heeft toegezegd de besprekingen hierover te blijven leiden, ook na zijn vertrek bij de SER.
Ook op het gebied van het internetverkeer heeft Franken geprobeerd tot afspraken te komen. Dat is tot nu toe niet gelukt, maar dat wil niet zeggen dat het er nooit van zal komen. “De sector is nu nog heel wild, want er zijn nog weinig organisaties. Dat maakt de onderhandelingen niet eenvoudig. Toch kun je juist op internet veel met zelfregulering bereiken. Zo is er bijvoorbeeld al geruime tijd een Meldpunt Kinderporno dat goed werkt.”
Sfeer
Bemiddelen is zijn specialiteit. Binnen en buiten de SER doet hij aan arbitrage en mediation. “Het is mijn vaste overtuiging dat het beter is te proberen samen uit een conflict te komen dan onmiddellijk naar de rechter te stappen. Dat kan veel ellende voorkomen. Bijvoorbeeld in het geval van een mislukt automatiseringsproces bij een organisatie. Ontbinding van het contract door de rechter kan een enorm kapitaalverlies betekenen, waar geen van de partijen iets mee opschiet. Beter is het de mensen weer met elkaar aan de praat te krijgen zodat ze uiteindelijk weer samen aan de slag kunnen. Dat gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot. Als voorzitter probeer ik de sfeer goed te houden. Ik laat ieder zijn zegje doen en doe suggesties. En als iemand niet zo makkelijk formuleert, help ik.”
Franken vindt het jammer dat er zoveel toezichthouders zijn gekomen om het gedrag van ondernemingen te controleren. “Tot begin jaren negentig werd men nog verondersteld zich redelijk aan de regels te houden, zich algemeen maatschappelijk verantwoord te gedragen. Er was sociale controle en als een bedrijf desondanks in de fout ging, kon men naar de rechter stappen. Nu is dat anders. We hebben nu specifieke waakhonden. Dat heeft ook te maken met de wind die uit Brussel waait. De Autoriteit Financiële Markten is een grote club geworden en de Nederlandse Mededingingsautoriteit wordt een steeds zwaarder orgaan dat hoge boetes oplegt. We hebben de Opta, waarvan de positie ten opzichte van de NMa niet helemaal duidelijk is en dan krijgen we nu ook nog een consumententoezichthouder.
Er ontstaat zo een heel toezichthouderscircuit dat de transparantie niet ten goede komt. Het is in de huidige Europese constellatie wel nodig, maar ik vind het jammer dat we niet meer kunnen volstaan met afspraken. Toezichthouders zijn een soort deelrechters. Daardoor dreigt het gevaar van versnippering. Sommige sectoren krijgen immers meer aandacht dan andere. Ik vind dat we terughoudend moeten zijn met het instellen van toezichthouders.”
En nu gaat hij dus naar de Eerste Kamer. Franken heeft geen hoogdravende ambities. “Ik wil vooral bijdragen aan de kwaliteit van wetgeving. Die moet goed handhaafbaar zijn en helder. En je moet er wat mee kunnen doen.” Daarnaast blijft hij hoogleraar informaticarecht in Leiden.
Onlangs had hij zijn vijfentwintigste promovendus. Ook blijft hij actief als mediator en arbiter.
Hans Franken 2004 - heden lid Eerste Kamer (CDA)
1988 - 2004 plaatsvervangend kroonlid van de SER
1987 - heden hoogleraar recht en informatica Universiteit Leiden
1983 - 1987 lid Raad van State
1977 - 1983 hoogleraar Inleiding tot de Rechtswetenschap Leiden
1974 - 1977 hoogleraar Inleiding tot de Rechtswetenschap, Erasmus Universiteit
1969 - 1974 rechter arrondissementsbank Rotterdam