Home | Publicaties | SERmagazine | 2005 | februari 2005 | Opgewekte sfeer in Antilliaanse SER

Grote problemen maar een opgewekte sfeer

Antilliaanse SER wil snijden in de gezondheidszorg 
 
Elk aanbod schept zijn eigen vraag. Dat geldt zeker als het gaat om de gezondheidszorg op de Nederlandse Antillen. Voor de Antilliaanse SER werkt Thijs de Ruyter van Steveninck op dit moment aan een advies over de zorg. De Nederlandse beleidsmedewerker in tijdelijke dienst zit sinds vorig jaar zomer in Willemstad. Daar maakte hij kennis met het ‘kleine-eilandensyndroom’, een overschot aan apotheken en ongelooflijk aardige mensen met wie het lastig is om afspraken te maken.

Thijs de Ruyter van Steveninck

Met de medische kwaliteit van de Antilliaanse zorg is niets mis, met de organisatie ervan wel. Dit probleem speelt al zo’n dertig jaar. Mijn voorgangers bij de lokale SER schreven er al drieënhalf jaar geleden een advies over waarmee weinig is gedaan. Nu moet er snel een herstructurering van de sector komen. Anders gaan er op gegeven moment doden vallen, zo waarschuwde de Groningse hoogleraar sociale geneeskunde Post in een inventarisatie.
De zorg op de Antillen is gewoon te goedkoop, maar dat zal bij de huidige armoede moeilijk uit te leggen zijn aan de bevolking. Bij een eerste voorbereidende vergadering bleek het al heel moeilijk om het aan de leden van de SER duidelijk te maken. Natuurlijk is het ook paradoxaal dat je van iets goeds ook te veel kunt hebben. Maar al die huisartsen en apotheken moeten wel ergens van betaald worden. Dat realiseren patiënten zich niet altijd.
Op korte termijn zal het aanbod van zorg beter gepland moeten worden. Zo moet die invoering van een eigen bijdrage voor medicijnen er eindelijk maar eens van komen. Op de langere termijn moet er ook een toelatingsbeleid komen voor de vestiging van huisartsen op de verschillende eilanden. Ook zijn er aanzienlijk minder apotheken nodig.

Almere
De overconsumptie in de gezondheidszorg is zeker niet het enige probleem waar de Antillen mee kampen. De economische situatie is ronduit zorgelijk. De groei is te laag, de schulden te hoog en het land zucht onder armoede en (drugs)criminaliteit.
Ten dele hebben deze problemen te maken met het ‘kleine-eilandsyndroom’ waar weinig aan te doen is: geringe binnenlandse markten ( de totale bevolking is slechts een fractie groter dan die van een stad als Almere) en hoge transportkosten. Voor een ander deel zijn de problemen te wijten aan tekortschietend bestuur.
De werkloosheid ligt op bijna vijftien procent. Het probleem is dat de lonen te hoog zijn, met name aan de onderkant. De Antillen behoren tot de rijkste landen in de Caraïben. Hierdoor werken er veel immigranten uit de lagelonenlanden in de regio: Colombia, Venezuela, Haïti, de Dominicaanse Republiek. Uiteraard heeft dat consequenties voor de verhoudingen tussen de sociale partners. Waar de werkgevers natuurlijk hameren op loonsverlaging, is dit moeilijk acceptabel voor de werknemers gezien het armoedeprobleem.
Daarbij komt nog dat de Antillen een hoogst kunstmatig land vormen. De vijf eilanden verschillen niet alleen sterk in omvang (Curacao telt meer inwoners en vierkante kilometers dan de andere vier samen) maar liggen ook nog eens fysiek ver uit elkaar. De afstand van Curaçao naar Sint Maarten is vergelijkbaar met die van Amsterdam naar Wenen.
Dat alles levert ook veel praktische problemen op voor de Antilliaanse SER. De grote afstanden tussen de eilanden bleken erg lastig toen onlangs de nationale luchtvaartmaatschappij DCA bijna failliet was en al haar vluchten had opgeschort. Het quorum van de vergadering kon vaak niet worden gehaald.

Chollers
De vergaderingen van de SER vinden plaats in Willemstad, in de wijk Pietermaai, hoewel soms wordt uitgeweken naar het World Trade Center bij Otrabanda. Pietermaai is een wijk waar veel chollers (junkies) wonen. Het uithangbord van de SER hebben ze al gestolen, net als mijn eerste fiets. Eén van mijn collega’s mist zijn toetsenbord.
Ook de natuur is ons niet altijd welgezind. Vorig jaar heeft het, wellicht als gevolg van El Niño uitzonderlijk veel geregend. Hierdoor veranderde onze straat op gezette tijden in een snelvlietend riviertje, zonder doorwaadbare plaatsen. De regen zorgde ook voor een flinke lekkage aan het dak en ongemak bij het werk, omdat de emmers die het vocht opvingen soms in allerijl verplaatst moesten worden.
Komen werken op de Antillen was voor mij een ware cultuurschok. Met veel Antillianen is het heel moeilijk goede afspraken te maken. Tot overmaat van ramp is vrijwel iedereen hier wel ontzettend aardig, waardoor ik soms wel eens terugverlang naar een ouderwetse Nederlandse klootzak, die je lekker de waarheid kunt zeggen. 
 

Achttien raadsleden vergaderen in drie talen

De Sociaal-Economische Raad op de Nederlandse Antillen vormt één organisatie met de Raad voor Onderwijs en Arbeidsmarktvraagstukken (ROA). Er werken momenteel acht medewerkers, de helft heeft een academische opleiding.
Curaçao, Bonaire en de drie Bovenwindse Eilanden (St. Maarten, St. Eustatius en Saba) leveren ieder evenveel vertegenwoordigers: twee van zowel de werkgevers, de werknemers en de onafhankelijken. Ras lijkt nauwelijks een rol te spelen. Doordat er veel gemengde huwelijken werden gesloten, zijn maar weinig Antillianen volledig wit of volledig zwart. Afro-Antillianen (in de kleurschakeringen van heel licht tot heel donker) zitten naast Chinezen, en joodse naast blanke Antillianen.
De sfeer tijdens de bijeenkomsten is altijd opgeruimd en er wordt veel gelachen. Tijdens een serieuze discussie verwees iemand plotseling zonder blikken of blozen naar het declaratiegedrag van de staatssecretaris van Economische Zaken die zijn door de landsregering verstrekte creditcard nogal losjes hanteerde. Omdat hij als politicus 24 per dag voor het land werkzaam was, vond hij het niet onredelijk dat hij zijn kostuums op overheidskosten kon aanschaffen.
Toch wordt er meestal serieus vergaderd. De raadsleden zijn zich goed bewust van de ernst van de economische problematiek. De voertaal is in principe Nederlands, maar als de gemoederen hoog oplopen, gaan de leden soms over op het Papiaments (Curaçao en Bonaire) of het Engels (de Bovenwinders) omdat ze zich daarin nu eenmaal beter kunnen uitdrukken.

SER-bulletin februari 2005

Inhoudsopgave