Home | Publicaties | SERmagazine | 2005 | februari 2005 | Geen man voor hokjes

Hans Kamps heeft nergens een wij-gevoel

Nieuw kroonlid is ondernemer, bestuurder en publicist
 
Een vriend belandde na zijn afstuderen op het ministerie van Landbouw waar hij al na een paar jaar consequent over ‘wij van Landbouw’ sprak. Hans Kamps kijkt er een beetje vies bij als hij het vertelt. Hij wil er niet denigrerend over doen, zo verzekert hij met nadruk, maar het fascineerde hem wel. Misschien vooral omdat hij dat zelf nooit over zijn lippen zou krijgen. “Dat wij-gevoel ken ik niet. Ik probeer gewoon overal zo goed mogelijk mijn werk te doen.”

Jan Buevink

Als mensen Hans Kamps vragen wat hij nu eigenlijk is, hangt het antwoord van de situatie af. Op maandag is hij vooral voorzitter van de branchevereniging van de uitzendbureaus (ABU). Donderdagochtend zit hij bij de redactievergadering van het zondagse discussieprogramma Buitenhof. Donderdagmiddag schuift hij aan bij de overige twee bestuurders van Actal om de administratieve lastendruk in Nederland terug te dringen. Tussendoor schrijft hij columns voor het Financieele Dagblad, adviseert hij het presidium van de Tweede Kamer (over onderzoek) en de Raad van bestuur van de Onderlinge Pharmaceutische Groothandel (OPG Groep). Samen met oud-voorzitter Hans de Boer van MKB-Nederland zit hij in het bedrijf Governance Support dat adviseert over de bestuursstructuur van ondernemingen. Daarnaast zit hij regelmatig congressen voor.
Een normaal mens zou er misschien horendol van worden, Kamps niet. “Ik werk zo’n veertig uur per week. Misschien iets meer, maar niet veel. Ik vind het leuk om veel verschillende activiteiten te hebben. Ik vind ook al snel iets leuk.” De andere kant daarvan is dat hij ook weer redelijk snel op iets uitgekeken is. “Als ik vier jaar met hetzelfde bezig ben, krijg ik het gevoel: ik heb het hier wel gezien.”
Er loopt wel een rode draad door al zijn werkzaamheden. Alles wat hij doet, zit op het snijvlak van economie en politiek. Last van zijn verschillende petten heeft hij nog niet gehad. “Je moet mij vooral als persoon bekijken, en die persoon is overal dezelfde.”

Buitenhof
Misschien dat hij zijn redactionele en publicitaire werk eigenlijk nog wel het leukste vindt. Al drie jaar heeft hij een wekelijkse column in het FD. “Je kunt kijken wat er in de samenleving gebeurt en daarna mag je er ook nog eens wat van vinden. Dat is toch prachtig.” Zijn opdrachtgever is ook wel van zijn stukjes gecharmeerd en samen denken ze erover om de frequentie op te voeren.
Zijn lidmaatschap van de Buitenhofredactie is pas anderhalf jaar oud. Kamps denkt mee over de inhoud van het programma, maar de nadere uitwerking moet hij aan anderen overlaten. Die bedenken de vragen. “Alles wat ik aandraag, heeft met sociale economie te maken. Vanwege mijn kennis op dat terrein hebben ze me binnengehaald. Binnen zo’n redactie zie je dan ook wel je beperkingen. Als andere redacteuren het dan opeens over een belangrijke schrijver of historicus hebben, zit ik met mijn oren te klapperen. Dan weet ik het niet. Ik lees nu de kranten een stuk breder dan ik gewend was.”
Het lijkt ook belangrijk dat hij zijn creativiteit in zijn werk kwijt kan. Smakelijk vertelt hij over een Teleac-cursus van enkele jaren terug waarin hij de werking van de economie moest uitleggen. Kamps voelde er weinig voor om dat te doen vanachter een bureautje of een lessenaar en dus nam hij een camerateam mee naar een bunker of een vuurtoren. Maar het allerleukste was een aflevering waar de problematiek van groeiende bedrijven centraal stond. Op een smal bospaadje liet hij leden van een harmonie achter zich aan lopen. Eerst vier, toen acht en uiteindelijk tachtig. Toen Kamps plotseling afsloeg, wisten ze hem niet meer te volgen. Al doorspelend duikelden ze over elkaar heen. Als hij het vertelt, kan hij er nog steeds om lachen. “Dat was echt vreselijk leuk om te doen.”

Linschoten
Zijn SER-lidmaatschap heeft Kamps in zekere zin ook aan een van zijn vele functies te danken. Hij wist van de vacature, maar had zich nog niet gerealiseerd dat die wel eens iets voor hem zou kunnen zijn. Dat besef kwam pas toen kroonlid Robin Linschoten, die samen met hem in het Actal-bestuur zit, hem daarop wees. “Hij zei: ‘Waarom doe jij dat eigenlijk niet?’ Daar ben ik toen over na gaan denken. Vervolgens kwam het ter sprake in een gesprek dat ik had met Tweede Kamerlid Jet Bussemaker (PvdA, red.). Die ging ermee naar Wouter Bos.”
Gezien zijn achtergrond had hij misschien ook in een van de andere twee geledingen van de raad terecht kunnen komen. Als ABU-voorzitter, de functie die alweer het langste op zijn CV prijkt (zes jaar), zat hij in het algemeen bestuur van VNO-NCW. Gelijktijdig was hij ook actief voor de vakbeweging. Hij dacht mee in de denktank die FNV Bondgenoten adviseerde over de ernstige problemen waar de bond in verzeild was geraakt. “Het lijkt misschien vreemd dat je als werkgever de ‘vijand’ gaat adviseren. Dat is wel typisch Nederlands, denk ik, maar het heeft heel duidelijk ook weer te maken met mijn persoon.”
Toch zou hij geweigerd hebben als een van beide organisaties hem gevraagd zou hebben namens hen in de SER te stappen. “Als belangenbehartiger had ik dit nooit gedaan. Natuurlijk ben ik als ABU-voorzitter ook behartiger van bepaalde belangen. Dat is wel degelijk een lobbyfunctie. Maar ik zeg altijd: ik kan alleen voor iets lobbyen als ik er zelf sterk in geloof. Als dat niet zo is, moet je mij niet hebben. Eigenlijk voel ik me toch het prettigst als ik iets onafhankelijks doe.”

Herfst
Kamps benoeming was net voor de vakbondsacties van vorig jaar herfst. Zijn eerste vergadering ging al meteen niet door. De commissie waar hij voor uitgenodigd was, brak de besprekingen af omdat de werknemers niet meer met de werkgevers wilden praten. Zij stortten zich op het mobiliseren van hun achterban voor de grote oktoberdemonstratie.
“Ik dacht: dat poldermodel redt zich wel”, zegt Kamps terugblikkend. “Voor mij was het misschien wel beter om op dat moment binnen te komen. Het bood een goede introductie. In het kroonledenoverleg hebben we heel fundamenteel gesproken over wat wij konden betekenen in die situatie. Het was interessant om de rol van de kroonleden te bekijken. Die is op zo’n moment natuurlijk heel anders dan wanneer werkgevers en werknemers het wel met elkaar eens zijn. Dat zeg je niet zo snel dat je iets helemaal niks vindt. Dan wil je de liefde niet verstoren.”
De vergaderingen gaan een stuk effectiever dan hij verwacht had. “Ik was bang dat eerst de werkgevers een referaat van anderhalf uur zouden houden, gevolgd door een verhaal van dezelfde lengte van de werknemers en dat het secretariaat daaruit een onmogelijk verhaal zou moeten maken. Nu heb ik inderdaad al heel wat referaten aangehoord, maar het was allemaal lang niet zo erg als ik verwacht had. Daarnaast is de informatievoorziening ongelooflijk goed. Het SER-secretariaat is extreem sterk. Als kroonleden word je echt vertroeteld. Je hoeft maar te bellen en je krijgt alles wat je wilt.” 
 

Duizendpoot is ook actief in China

Johannes Albertus Kamps (1952) is een echte duizendpoot. Via de mavo, de havo en de heao belandde hij op de Vrije Universiteit waar hij in 1978 cum laude afstudeerde in de algemene economie. Met studievriend Hans de Boer (oud-voorzitter MKB-Nederland) startte hij het Bureau voor Economische Argumentatie, dat ze later verkochten aan KPMG. Inmiddels zijn ze nauw betrokken bij een aantal andere ondernemingen.
Met zijn echtgenote Mariël Kroon (medewerker van NRC Handelsblad, maar van oorsprong verloskundige) heeft Kamps uitgeverij Thoeris opgericht, vernoemd naar de Egyptische beschermgodin van barende en zogende moeders. Inmiddels zijn er vijf boeken verschenen, waaronder Kamps gebundelde FD-columns (de Wow-factor). Later dit jaar brengt hij samen met bedrijfsarts Paul de Wit ‘Je bent niet lekker; een zakboek voor chefs’ uit. Zijn vrouw werkt aan een voorbehoedsgids voor beginners en gevorderden.
Kamps uitgeverij mag dan nog vrij klein zijn, ze is al wel actief in China. Op de Frankfurter Buchmesse kwam Kamps in contact met een Chinese drukkerij. Inmiddels heeft hij een kleine achtduizend boeken in China laten drukken. Dat scheelde twee euro per boekje en dan zijn de transportkosten ook nog meegerekend. 
 

“De stilte rond Actal is prima”

Dat de aandacht voor het Adviescollege toetsing administratieve lasten in de media minder is dan voorheen, betekent niet dat het slecht gaat met het terugdringen van de lastendruk. “Die stilte is een prima teken”, verzekert Hans Kamps die samen met Robin Linschoten en Brigitte van der Burg in het college zit. De doelstelling om de administratieve lasten die de overheid veroorzaakt bij bedrijven in 2007 met een kwart terug te dringen, wordt volgens hem wel gehaald. Op dit moment is er (ten opzichte van 1994) al voor 18 procent gereduceerd. Dat daar minder over naar buiten komt dan een jaar of twee geleden, komt doordat de betrokkenen de Actal-procedure geaccepteerd hebben. Departementen houden er rekening mee bij het maken van de wetsvoorstellen. En mocht Actal nog eens een voorstel met een negatief advies terugsturen naar de ministerraad, dan wordt het probleem daar opgelost. “Zalm is coördinerend minister en die treedt keihard op.” Van de mogelijkheid die Actal heeft om een negatief advies mee te sturen naar de Tweede Kamer is nog geen gebruik gemaakt, zegt Kamps. “De departementen kiezen altijd eieren voor hun geld.”


SER-bulletin februari 2005

Inhoudsopgave