Home | Publicaties | SERmagazine | 2005 | december 2005 | Wilma Wind gaat voor werk

“Wij zijn heel erg van werk”

“Werkgelegenheid staat voor ons op één. Maar dan moeten we daar ook wel wat op binnenhalen.”, zegt Wilna Wind, de nieuwe CAO-coördinator in het FNV-bestuur. “We komen natuurlijk niet elke keer voor niks.” Dat FNV te weinig voor jongeren doet, is volgens haar niet waar. Haar reactie op de nieuwe jongerenvakbond AVV is kort maar krachtig: “Ga je stukken lezen en kom eens met plannen.”

Elke van Riel

“Ik ben terug bij de club. Zo voelt het wel, ja”, zegt Wilna Wind (44) - donker stemgeluid, gedecideerd pratend, met af en toe een bevrijdende lach. “Om het nou te hebben over de rode familie, dat gaat wel weer wat ver. Ik voel me gewoon thuis bij een club waar ik veel kwijt kan van mijn persoonlijke opvattingen, politieke kleur en behoefte aan maatschappelijkheid.”

Het FNV-congres koos Wind afgelopen mei als nieuw lid van het vierkoppige federatiebestuur. Door het vertrek van Lodewijk de Waal kwam daarin een plaats vrij. Tot 2002 werkte ze twaalf jaar voor FNV-Bondgenoten.

Daar vertrok ze uit onvrede met het toenmalige bestuur. “Dat opereerde rigide, te cijfermatig en met te veel oekazes. Er was een kloof tussen bestuur en organisatie. Ik vind dat een manager zich in een discussie moet mengen vóórdat een besluit genomen wordt. Als dat eenmaal genomen is, moet je het uitvoeren. Aan mensen die zich verschuilen achter een ander, heb ik een bloedhekel.” Ze vond het erg om te vertrekken. “Want ik had veel kritiek op de vakbeweging, maar hou er toch ook heel veel van.” Achteraf vindt ze het wel goed dat ze enkele jaren op een andere plek gekeken heeft.
Over haar nieuwe baan heeft ze stevig getwijfeld. Vooral omdat ze net commercieel directeur was geworden bij onderzoeksbureau Basis en Beleid. “Ik was zeer vereerd dat ik gevraagd werd, maar dacht ook: wat haal ik me op de nek? Bovendien weet je dat de stress in zo’n baan bovenmatig hoog is. Je komt in de relatieve frontlinie. Ik vroeg me af of dat nou wel leuk was.”

Na enkele dagen wist ze: zo’n kans krijg ik geen tweede keer. Nu vindt ze het een fantastische baan. “Ik kan het eigenlijk nauwelijks een baan noemen, want ik ben met zulke boeiende dingen bezig. Het leukste vind ik de kwaliteit en het enthousiasme van de mensen met wie ik werk. Onze motivatie om met z’n vieren een aantal dingen op de kaart te zetten, is heel groot. We werken heel lekker met elkaar: dat geeft alleen maar energie.”

Partner

Haar ‘ja’ betekende wel dat haar eindscriptie voor haar studie arbeids- en organisatiepsychologie aan de Open Universiteit nu van de baan is. “Dat komt er niet meer van”, zegt ze berustend. Ze vindt het geen probleem dat de balans in deze fase van haar leven doorslaat naar werk, maar wil nog wel tijd overhouden voor haar privéleven. Haar partner werkt ook fulltime. “Dat zorgt ervoor dat je van elkaar snapt dat het werk belangrijk is. Dat betekent dat we, als we thuiskomen, vaak eerst teletekst of een lekkere cd aanzetten. Vervolgens kruipt de kat bij me op schoot. We hoeven niet meteen de dag te evalueren.”

Die dag is vaak hectisch, want het zijn spannende tijden in de polder. “We hebben in het najaarsoverleg geprobeerd een aantal dingen te regelen op het terrein van de koopkracht, vooral voor de laagste inkomens, maar het antwoord van het kabinet was drie keer nee. Dan maak je wel wat los …”

De FNV zette aanvankelijk in op slechts 1,5 procent loonsverhoging als maximum, plus nog eens 1,5 procent voor afspraken over bijvoorbeeld prepensioen, levensloop en kinderopvang. Na raadpleging van de achterban besloot de vakcentrale om de looneis te verhogen tot 2 procent, het percentage waar het CNV al eerder voor gekozen had. Toch was het opmerkelijk dat de FNV zich aanvankelijk gematigder opstelde dan het CNV. “Wij zijn heel erg van werk”, verklaart Wind. “We willen dat zoveel mogelijk mensen op de arbeidsmarkt komen en blijven én het naar hun zin hebben. Uit onze ledenenquêtes en panels blijkt dat onze achterban dat ook heel belangrijk vindt. We moeten prioriteiten stellen. Werkgelegenheid staat voor ons op één. Maar dan moeten we daar ook wel wat op binnenhalen. We komen niet elke keer voor niks.”

Hoe kijken de gestaalde kaders hier tegenaan? “Die hebben relatief veel begrip voor de gematigde looneisen”, begint Wind te antwoorden om ze zichzelf vervolgens te onderbreken: “Maar… wat zijn dat eigenlijk? Als je mij vraagt: organiseer eens een rondleiding langs de gestaalde kaders, weet ik niet waar we heen moeten. Dat is zo’n beeld van: een bestuurder fluit twee keer op z’n vingers en ze sluiten de poort met kettingen. Van die oude mannen met dikke buiken, in rokerige zaaltjes. Er wordt hier al jaren niet meer gerookt. De pers komt natuurlijk vooral bij acties. Dan laten we ons van onze meest clichématige kant zien.”

Circuit

Van de SER bestaat volgens Wind overigens net zo’n clichébeeld: een stoffige club van oude en wijze mannen die stroperig overleg voeren. “Het klopt wel dat op de formele vergaderingen zaken vooral worden afgetikt. Daar zijn geen felle discussies. De interessante gesprekken vinden plaats in de commissies en het circuit eromheen.”

De versoepeling van het ontslagrecht, waar werkgevers in dit circuit de laatste tijd voor pleiten, noemt ze een raar gespreksonderwerp en een schijnprobleem. “Als je ergens een jaar werkt, ben je binnen de kortste keren ontslagen en het kost niks. Alleen als iemand lang in dienst is, is het soms duurder, maar nog steeds niet ingewikkeld. Natuurlijk zijn er bedrijven waar het niet goed gaat, maar ook dan hoort personeelsplanning erbij. Je wilt toch niet zeggen tegen iemand die vijftien jaar bij je gewerkt heeft: het gaat niet zo goed, dus je moet maar vertrekken over twee weken?”

Voor de FNV is het onderwerp onbespreekbaar. In tegenstelling tot het CNV, zo verklaarde de nieuwe voorzitter René Paas al snel na zijn aantreden. “Iedereen heeft recht op zijn eigen beginnersfoutje”, zegt Wind daarover, minzaam lachend. “We kunnen het hem niet aanrekenen. Als je voorzitter wordt van het CNV na een grootheid als Doekle Terpstra, sta je natuurlijk vreselijk in de schijnwerpers. Het is ook wel erg dankbaar opgepakt door de andere kant.”

Die andere kant moet zich wat Wind betreft nu eindelijk eens gaan inspannen om de scholingsafspraken in CAO’s na te leven. “Dat gebeurt vaak niet, omdat het heel druk is in het bedrijf of slecht gaat, of omdat werknemers zich er niet bewust van zijn. Tegelijk geven mensen aan dat ze het heel belangrijk vinden. Als je langer moet werken en de wereld om je heen steeds sneller verandert, moet je bijblijven in je vak of misschien naar een ander vak. In sectoren waar werk verdwijnt, moet je ruimte hebben voor rigoureuze omscholing. Daarbij zijn arbeidsmarktanalyses van groot belang. Mensen moeten wel een reële kans op een baan hebben na omscholing.” Wind wil ook niet blijven praten over een leven lang leren, maar daar nou eindelijk eens invulling aan geven. “Wat zijn de belemmeringen voor werkgevers en werknemers en wat kan de overheid doen om dat beter te laten lopen?”

AVV

De FNV wil verder begrip kweken voor het feit dat werk weg geautomatiseerd wordt naar Polen en Tsjechië. “Dat is een inhaalslag voor mensen die het slechter hebben dan wij. Wel moet het op een eerlijke manier gebeuren. Werkgevers die opeens het kantoor verplaatsen en dan administratief ergens anders zitten, dat is niet de bedoeling.” Wind ergert zich ook dood aan mensen met een prima inkomen die trots vertellen dat ze hun verbouwing laten doen door een busje Polen. “Dan moet je je kapot schamen. Dat moeten we echt aan de kaak stellen.”

Die mentaliteit van ‘ieder voor zich’ ziet ze ook bij het Alternatief voor Vakbond (AVV). Daar is ze niet van onder de indruk. Streng: “Ik weet niet wat ze willen. Het enige wat ik hoor, is dat iedereen meebetaalt aan die ouderen. Mijn reactie is: ga je stukken lezen en kom eens met plannen. Ik ben nooit zo dol op clubs die zeggen wat ze níét willen. Ik wil niet katten, maar het is dus niet waar dat de FNV niks doet voor jongeren.”

De FNV heeft sinds kort een jongerennetwerk en nam het initiatief voor een werktop, eind november. Daar werd ingezet op stageplaatsen. “We hebben hier een Turkse jongen die zeventig brieven heeft gestuurd voor een stageplek. Meestal hoort hij niets. Het is overduidelijk dat je met een niet-Nederlandse achternaam minder kans hebt op een plek. Heel gênant. We willen daarom dat er een wettelijk recht komt op een stageplaats.” De FNV gaat zich ook meer richten op leer-werktrajecten. “Alle inzet moet gericht zijn op het aan het werk helpen van mensen. Ook verdringing is een probleem. In sommige sectoren wordt een twintigjarige ingeruild voor een achttienjarige.”

Wind erkent dat de FNV relatief veel leden heeft van boven de 35 jaar: 950.000, terwijl er tot 35 ongeveer 250.000 zijn. “Je ziet dat mensen pas in een bepaalde fase van hun leven meer bezig zijn met politiek, vakbond en maatschappelijke organisaties. Ik denk dat er ook weinig betalende achttienjarigen zijn bij Natuur en Milieu en Amnesty International.”

Wijn

Het gaat volgens Wind om de vraag: stel je prijs op collectieve regelingen? “Wij vinden dat daar wel een stukje solidariteit in mag zitten. En volgens ons loopt dit qua kosten niet de spuigaten uit. Veel mensen zonder kinderen betalen mee aan de kinderopvang. Zelf heb ik ook geen kinderen – dat is er nooit van gekomen – so what? Ik ben ook nooit ziek. Goddank, denk ik dan alleen maar. We willen toch geen wereld van ieder voor zich? Als je samen uit eten gaat, deel je toch ook gewoon de rekening. Dan ga je niet zeuren over wie maar een half glas wijn had.” 
 

Van verkoopster tot commercieel directeur

Wilna Wind (1961) ging op haar zestiende werken, eerst als verkoopster, toen bij de Universiteit Utrecht waar ze opklom naar steeds zwaardere ondersteunende functies. Op haar 25e begon ze met een hbo-opleiding Arbeidsverhoudingen/Personeelswerk. In 1990 werd ze bestuurder bij de Industriebond FNV (het latere Bondgenoten). Van 1997 tot 2002 werkte ze daar als bedrijfsgroepmanager procesindustrie. Voor haar aantreden als commercieel directeur bij Basis en Beleid (februari 2005), werkte ze bij bureau Berenschot. In het FNV-bestuur heeft ze in haar portefeuille onder andere arbeidsvoorwaardenbeleid, werkzekerheid, levensloop en flex en zekerheid. Wind woont samen en heeft geen kinderen.


SER-bulletin december 2005

Inhoudsopgave