Home | Publicaties | SERmagazine | 2004 | september 2004 | Shoppen bij zorgopleidingen

Shoppen bij zorgopleidingen

Vernieuwend beroepsonderwijs (3)
 

“Patiënten in verpleegtehuizen kregen tot voor kort eerst te maken met iemand die hen wekte, daarna kwam iemand die hen waste, daarna iemand die zorgde voor de juiste voeding. Dat ging zo de hele dag door. Dat was natuurlijk niet patiëntvriendelijk. Daarom zijn die schotten tussen de verschillende soorten verplegend en verzorgend personeel aan het verdwijnen. Dat moet natuurlijk ook gevolgen hebben voor de opleiding. Leerlingen moeten naast hun basisopleiding kunnen shoppen uit andere opleidingen.”

Hanne Obbink

Aan het woord is Tineke Sijp van het Horizon College in Hoorn. Voor dit regionale opleidingscentrum voor de kop van Noord Holland (18.000 cursisten per jaar) leidt zij het project ‘flexibele zorgkolom’. De zorgopleidingen van haar ROC hebben vanouds goede banden met de instellingen waar hun leerlingen terechtkomen. Daarom drongen de geluiden over de veranderingen op de werkvloer vrij snel door.
Maar dat was niet de enige reden voor het starten van het project om de zorgopleidingen in Hoorn en Alkmaar te vernieuwen. De banden met de vijf vmbo-instellingen in de regio waarvan het Horizon College een groot deel van zijn leerlingen betrekt, waren niet optimaal. “De aansluiting is niet goed genoeg, er zijn geen doorlopende leerlijnen”, zegt Sijp. “In de praktijk komt het erop neer dat we alleen afspraken hebben met de decanen van de afzonderlijke vmbo-scholen. Eerdere pogingen om daar meer eenheid in aan te brengen, bleken niet eenvoudig. Vmbo-scholen hebben een zekere autonomie over hun eindniveau. Daarnaast had het Horizon College zelf ook te maken met veel personele wisselingen. Dat bevorderde het maken van afspraken ook al niet.”

Gedrag
De belangrijkste oplossing die in het vernieuwingsproject wordt aangedragen, is het vergroten van de praktijkcomponent in de opleiding. Nu bestaat er nog een groot verschil tussen de zogeheten beroepsbegeleidende leerweg met één dag school en vier dagen werk, en de beroepsopleidende leerweg (BOL), waarbij leerlingen pas stage gaan lopen als ze een tijd in de schoolbanken hebben gezeten. Dat onderscheid moet vervagen, zegt Sijp. Ook BOL-leerlingen moeten straks twee à drie dagen per week op de werkvloer doorbrengen.
Dat sluit aan bij het concept van het ‘natuurlijk leren’, dat via het project moet worden ingevoerd. “Dat concept houdt in dat leerlingen leren in een natuurlijke omgeving, veelal in de beroepspraktijk. De vragen die ze daar tegenkomen, worden verwerkt op school en niet andersom”, legt Sijp uit. “Dat is voor leerlingen ook veel motiverender. Onze leerlingen leren vooral door te doen en te zien. Van daaruit kunnen ze grotere verbanden herkennen. Uit tevredenheidsenquêtes blijkt steevast dat ze hun stages heel leuk vinden. Van andere ROC’s weten we dat leerlingen zo ook sneller inzetbaar zijn in de praktijk.”
Leerlingen hoeven straks niet eerst allerlei vakken te volgen om kennis op te doen, vervolgt Sijp. In plaats daarvan komen er individuele leer- en ontwikkelingslijnen die gericht zijn op bepaald gedrag. Aan de start van hun opleiding zullen leerlingen ‘beginnersgedrag’ vertonen, uiteindelijk moeten ze ‘expertgedrag’ ontwikkelen. “Neem de vaardigheid om samen te werken. Beginnersgedrag is dat leerlingen dat doen vanuit persoonlijke gevoelens, expertgedrag vertonen ze pas als ze dat kunnen vanuit het belang van de organisatie”, legt Sijp uit. “Het gaat dus niet om kennis, maar om gedrag, om methodisch gedrag. Daar zit onder dat ze veel weten, maar het gaat om wat ze doen.”

Karretje
Een andere belangrijke vernieuwing is dat het zorgonderwijs van het Horizon College digitaal ondersteund zal worden. Leerlingen hebben in de toekomst minder lesboeken meer nodig. Ze zullen hun leerstof ook via internet kunnen vinden. Ook hun opdrachten vinden ze daar. Als ze ermee klaar zijn, krijgen ze via internet feedback van hun begeleiders.
“Onze doelgroep leert graag samen, en de meeste leerlingen zullen nog wel in het gewone weekritme hun opleiding volgen”, zegt Sijp. “Maar het wordt ook mogelijk de opleiding sneller of minder snel te volgen, te onderbreken of om later te beginnen. Zo’n dertig tot veertig procent van onze leerlingen zijn herintredende vrouwen. Die vragen naar flexibel en efficiënt onderwijs waar ze in hun eigen tijd en op hun eigen plek mee bezig kunnen zijn.”
Met dat accent op elektronisch leren hoopt de opleiding haar leerlingen bovendien iets extra’s mee te geven. Want ook in de beroepspraktijk van de zorg rukt de computer op. Sijp: “Er is een grote slag gaande. In ziekenhuizen worden patiëntendossiers al lang niet overal meer met een karretje rondgebracht.” 
 

Innovatief beroepsonderwijs

De eerste vis-hbo van Europa en een praktische opleiding electrotechniek in Zwolle. Sinds enkele maanden besteedt het SER-bulletin aandacht aan de vernieuwing van het beroepsonderwijs. Vorig jaar trokken kabinet, sociale partners en het werkveld daar tien miljoen voor uit. Wij kijken wat er met dat geld gebeurt. 
 

Digitaal kantoor moet tempo erin houden

Zo’n 375.000 euro kreeg het Horizon College van overheid, werkveld en sociale partners voor het project ‘flexibele zorgkolom’. Het college was al langer bezig met innovatie, vertelt projectleider Tineke Sijp, maar dankzij dit geld kon het eindelijk alle partijen laten meewerken die het nodig heeft voor de vernieuwde zorgopleiding. En dat zijn er nogal wat. Allereerst betrok het college de Hogeschool Rotterdam bij het project, omdat die al veel expertise heeft opgebouwd met vraaggerichte zorgopleidingen. Ook van de kennis van vijf ROC’s elders in het land wordt dankbaar gebruik gemaakt.
Daarnaast zijn er nauwe contacten met de vijf vmbo-scholen in de regio. Samen met het Horizon College moeten zij het in elk geval eens zien te worden over het ‘beginnersgedrag’ dat van startende mbo-leerlingen verwacht mag worden. Met de zorginstellingen wordt vooral overlegd over het ‘expertgedrag’ dat leerlingen aan het eind van hun opleiding moeten beheersen. En dan is er nog de Hogeschool Inholland in Alkmaar, die ook deel moet gaan uitmaken van de doorlopende leerlijn in het beroepsonderwijs.
“Het grote aantal partijen is een deel van de kracht van dit project”, zegt Sijp. “Maar tegelijk houdt dat ook een risico in. Het wordt minder eenvoudig om het tempo erin te houden.” Om dat risico te ondervangen wordt nu een ‘digitaal kantoor’ ontwikkeld, zodat informatie in elk geval snel verspreid en afgehandeld kan worden.
SER-bulletin september 2004

Inhoudsopgave