Het beroepsonderwijs is van wezenlijk belang voor de Nederlandse economie. Daarom heeft het kabinet vorig jaar tien miljoen euro uitgetrokken om vernieuwing in het beroepsonderwijs te stimuleren. Zo kon er in Zwolle een vernieuwde middelbare beroepsopleiding elektrotechniek worden opgezet. Geen overbodige luxe, want de opleiding was “vervreemd van het bedrijfsleven”.
Hanne Obbink
Wat in heel Nederland geldt, geldt ook in Zwolle: er dreigt een tekort aan technici in het algemeen en ook aan elektrotechnici. Want weliswaar daalt het aantal elektrotechnische banen in de regio Zwolle licht, het aantal mensen dat een opleiding in die sector volgt, daalt nog sneller. Zeker als de economie aantrekt en het aantal banen weer gaat groeien, zullen de tekorten aanzienlijk zijn.
In Zwolle komt daar nog een probleem bij: er gaapt een akelige kloof tussen het onderwijs en de beroepspraktijk. Dat zegt Bernard de Boer, clusterdirecteur metalektro & instalektro aan het Zwolse Deltion College. “Het onderwijs is vervreemd van het bedrijfsleven”, verklaart die. “Wat een afgestudeerde moet kennen en kunnen, is gebaseerd op de leermiddelen van de voormalige VEV, het orgaan waarin de branche overlegt over het elektro-onderwijs. Maar de inhoud daarvan staat in schril contrast met de werkelijkheid. Een voorbeeld? In de opleiding tot sterkstroominstallateur zit een heel stuk transformatoren. Maar daar heb je in de praktijk absoluut niet mee te maken.”
Daarmee zijn de mankementen van het Zwolse elektro-onderwijs nog niet geheel geschetst, want behalve met de inhoud is er ook het een en ander mis met de methodiek. Grof gezegd is het uitgangspunt steeds de theorie, pas daarna komt de toepassing in de praktijk aan de orde. En dat werkt niet goed, al was het alleen maar omdat leerlingen op deze manier moeilijk zijn te motiveren.
Zolderkamer Het project ‘Duaal Themagericht Onderwijs elektro’ moet deze mankementen verhelpen. De praktijkcomponent van de opleiding zal aanzienlijk vergroot worden. Al vanaf het eerste leerjaar zal de beroepspraktijkvorming een plaats krijgen. Uiteindelijk moeten de leerlingen vijftig procent van de hele opleiding doorbrengen in een bedrijf – tegen twintig procent nu. “Leren in de praktijk is effectiever dan simulaties op school. Het is goed voor de motivatie en deelnemers krijgen zo ook een veel beter beeld van het beroep waarvoor ze opgeleid worden”, zegt De Boer. Dan moet die beroepspraktijkvorming echter wel beter aangepakt worden dan nu, voegt hij er meteen aan toe. “Nu is het vaak niet meer dan bezigheidstherapie, omdat het ontbreekt aan een goede afstemming tussen school en bedrijf.”
Behalve duaal moet het Zwolse elektrotechnisch onderwijs ook ‘themagericht’ worden. Niet langer zal de theorie het uitgangspunt zijn. “In plaats daarvan worden onderwerpen in een situatie geplaatst die voor leerlingen herkenbaar zijn”, legt De Boer uit. “Dat gaan we doen met behulp van thema’s. Zo’n thema kan bijvoorbeeld ‘de zolderkamer’ zijn. Daarbij komt een aantal zaken aan de orde: leidingen leggen, schakelaars, verlichting, aansluitwaarden op de meterkast en noem maar op. Al die zaken moeten daadwerkelijk uitgevoerd worden, en daarbij komt vanzelf de bijbehorende theorie aan bod.”
Met de billen bloot Eind vorig jaar kreeg het Deltion College te horen dat de aangevraagde subsidie van het Innovatiearrangement er inderdaad kwam, en intussen is het project een eind op streek. Een eerste lichting leerlingen heeft inmiddels ervaring opgedaan met het vernieuwde onderwijs. Tot ieders tevredenheid, niet in de laatste plaats omdat de uitval onder de jongste lichting leerlingen tot nu toe fors minder is.
Een lastige hindernis die nog genomen moet worden, is de beschikbaarheid van bedrijven die leerlingen willen opnemen voor de beroepspraktijkvorming. Vooral voor eerstejaars, die nog niet veel vaardigheden hebben ontwikkeld, zijn die bedrijven niet eenvoudig te vinden. “Dat kost inderdaad moeite, ook al omdat het elektrotechnisch bedrijfsleven er niet rooskleurig voorstaat”, zegt De Boer. “Maar uiteindelijk zal het wel lukken. In deze regio zitten ongeveer 290 elektrotechnische bedrijven; als 20 tot 25 procent daarvan meewerkt, is het probleem opgelost.”
“Onderwijs en bedrijfsleven moeten vanuit een andere optiek naar elkaar kijken”, vindt De Boer. “Als het bedrijfsleven nu geen plaats biedt aan leerlingen, zit het straks met grote tekorten aan personeel. Aan de andere kant kan ook het onderwijs zich niet autonoom opstellen; voor goed onderwijs hebben wij het bedrijfsleven nodig. Het onderwijs moet echt met de billen bloot, we moeten bereid zijn het bedrijfsleven bij ons in de keuken te laten kijken.”
Dat vereist ook binnen het onderwijs het nodige zendingswerk, erkent De Boer. “Natuurlijk is er weerstand onder docenten. De boodschap is tenslotte: we doen het niet goed. Dat is nooit leuk om te horen. Er is een bijeenkomst geweest met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, en dat heeft veel docenten de schellen van de ogen doen vallen. Want daar werd ongezouten kritiek geleverd. Natuurlijk, het gaat er niet om elkaar de zwarte Piet toe te spelen. Maar we moeten wel bereid zijn de hand in eigen boezem te steken.”
Tot elkaar veroordeeld Al met al gaat er in de vernieuwing van het Zwolse elektrotechnisch beroepsonderwijs ongeveer anderhalf miljoen euro zitten. Veertig procent daarvan wordt gedekt met de subsidie uit het Innovatiearrangement, de rest komt van een hele waslijst aan deelnemende partijen – meestal in natura, in de vorm van personele inzet.
Tot de deelnemers behoren behalve het Deltion College in Zwolle een serie onderwijsinstellingen. Dat heeft te maken met het streven de mbo-opleiding elektro deel te laten uitmaken van een ‘doorlopende leerlijn’ van vmbo tot en met hbo. Vooral het contact met de vier vmbo-scholen in de regio is al intensief. “Daar komt een groot deel van onze leerlingen vandaan, dus die moeten weten wat we van hen verwachten”, zegt De Boer.
Daarnaast is een aantal elektrotechnische bedrijven nauw betrokken bij het project. Die bemoeien zich onder meer met de inhoudelijke invulling van de thema’s. Dat is van wezenlijk belang, zegt De Boer. “Onderwijs en bedrijfsleven zijn tot elkaar veroordeeld, om het wat onvriendelijk te zeggen. Alleen gezamenlijk kunnen we het tij keren.”
Innovatief beroepsonderwijs Het beroepsonderwijs is van wezenlijk belang voor de Nederlandse economie. Daarom trok het kabinet vorig jaar tien miljoen euro uit om samen met werkgevers, werknemers en het werkveld vernieuwing in deze sector te stimuleren. SER-bulletin kijkt wat er met dat geld is gebeurd. Vorige maand: de eerste vis-hbo van Europa.