Home | Publicaties | SERmagazine | 2004 | februari 2004 | Sociale-zekerheidsschool

Eerste hogeschool voor sociale zekerheid

De organisatie van de sociale zekerheid verandert sneller dan veel uitvoerders kunnen bijbenen. Die constatering bracht Thom Wildeboer op het idee een hbo-opleiding voor werknemers in de sociale zekerheid op te zetten. Hij richtte er zelfs een nieuwe, particuliere hogeschool voor op. In september moet die officieel van start gaan.

Hanne Obbink

“De sociale zekerheid is sterk in beweging. De publieke sector op dit terrein kalft af, er wordt meer overgelaten aan private partijen. Inkomens- en zorgverzekeraars en pensioenfondsen gaan een grotere rol spelen. Het gevolg daarvan is dat er gesleuteld wordt aan posities in het publieke domein: mensen moeten andere functies gaan vervullen dan ze gewend waren. En wat blijkt dan? De meeste medewerkers van de publieke organisaties op het gebied van de sociale zekerheid zijn heel specifiek opgeleid, met een heel beperkte scope. Er is dus behoefte aan professionals die breder ingezet kunnen worden.”

Aan het woord is Thom Wildeboer. Hij is geen vreemde in de wereld van de sociale zekerheid. Ooit werkte hij voor de bedrijfsvereniging voor het bakkersbedrijf, die hij hielp onderbrengen in het GAK. Toen in 1994 die klus erop zat, begon hij voor zichzelf. Hij zette de Helpdesk Sociale Verzekeringen op, een adviesbureau dat van lieverlee ook steeds meer in het opleidingscircuit terechtkwam. Toen de organisatie van de sociale zekerheid eind jaren negentig opnieuw op de schop genomen werd, kreeg hij het idee dat er behoefte ontstond aan een hbo-opleiding op dit terrein. De veelal op mbo-niveau opgeleide werknemers in de sociale zekerheid konden de eisen die de vernieuwingen aan hen stelden maar nauwelijks aan.

Bachelor

In april gaat een eerste pilot-groepje met zo’n acht studenten van start. Als alles goed gaat, start in september het eerste volledige studiejaar van Progresz, Hogeschool voor Sociale Zekerheid, zoals Wildeboer zijn geesteskind gedoopt heeft. Vooralsnog biedt de nieuwe hogeschool slechts één opleiding: die tot sociale-zekerheidsprofessional.
Met het bachelordiploma van die opleiding op zak moeten werknemers in de sociale zekerheid uit de voeten kunnen als bijvoorbeeld claimbeoordelaar, consulent of adviseur werk en inkomen binnen het UWV, CWI’s en gemeenten, maar ook bij ondermeer zorg- en inkomensverzekeraars. Snel na de start van deze bacheloropleiding zal ook een masteropleiding van start gaan die voorbereidt op hogere management- en staffuncties.
Voor het zover is, moet er trouwens nog wel het een en ander gebeuren. Progresz wordt een particuliere hogeschool, zonder bekostiging van de overheid.

Maar ze wil straks wel wettelijk erkende diploma’s afgeven. Daarom had Wildeboer zich in eerste instantie gemeld bij het Nederlandse Accreditatie Orgaan (NAO) dat sinds vorig jaar namens de overheid nieuwe opleidingen keurt. Een NAO-goedkeuring zou Progresz meteen een soort kwaliteitsstempel opleveren. Van het ministerie van Onderwijs moest Progresz zich echter eerst onderwerpen aan de oude procedure, met een veel minder uitgebreide kwaliteitskeuring.
Wildeboer heeft daarom zelf maar een groep deskundigen bij elkaar gebracht die de kwaliteit moet beoordelen. Eerder al had hij zich verzekerd van de steun van een raad van advies met een aantal grote namen als Flip Buurmeijer, ooit voorzitter van het voormalige LISV, en de SER-kroonleden Robin Linschoten en Kees Goudswaard.

Onafhankelijk

Progresz richt zich nadrukkelijk niet alleen op het publieke deel van de sector. Daarom houdt de nieuwe hogeschool ook bewust enige afstand van organisaties als CWI en UWV. “Onze onafhankelijkheid is voor ons essentieel”, zegt Wildeboer. “We kunnen onze opleiding wel naar de wensen van het CWI inrichten, maar dan worden we vanzelf minder interessant voor bijvoorbeeld een inkomensverzekeraar als De Amersfoortse.”

Concurrentie ziet hij eigenlijk niet. Het UWV en het ministerie van Sociale Zaken hebben wel opleidingen, maar die bieden slechts fragmenten van wat Progresz wil en zijn voor intern gebruik. Ook voor de bestaande opleidingen aan hogescholen is hij niet bang. “Opleidingen als management, economie & recht en personeel & arbeid zijn voor niet meer dan twintig procent relevant voor professionals in de sociale zekerheid. Ik kan me voorstellen dat de hogescholen op Progresz reageren door bestaande opleidingen aan te passen of uit te breiden. Dat kan wel concurrentie opleveren.”
Vooralsnog heeft Wildeboer er alle vertrouwen in. Hij heeft in de jaren van voorbereiding met een hele stoet mensen uit de sector gesproken en denkt op grond daarvan een adequaat beeld van de behoefte te hebben. “Er werken 70.000 à 80.000 mensen in de sector”, zegt hij. “Over een jaar of vijf, als we een zekere naamsbekendheid hebben, moeten we toch zo’n zeshonderd studenten kunnen aantrekken.” 
 

Veel zelfstudie voor de SZ-professionals

De opleiding tot SZ-professional die Hogeschool Progresz gaat bieden, heeft een duale opzet. Dat wil zeggen dat leren en werken gecombineerd worden. De opleiding is dan ook met name bedoeld voor mensen die al een baan in de sociale zekerheid hebben. Die zullen in de praktijk tien à twaalf uur per week moeten reserveren voor hun studie. Daarnaast kost het hun uiteraard geld: 2250 euro per studiejaar. Progresz laat het in principe aan haar studenten zelf over om dat geld vergoed te krijgen van de werkgever.
Van haar studenten vraagt Progresz veel zelfstudie. Ieder blok begint weliswaar met een studietweedaagse, maar vervolgens moeten de studenten het tien weken lang vooral zelf doen. Ze moeten praktijkopdrachten uitvoeren op hun werk en het nodige studiemateriaal lezen. Ondersteuning krijgen zij gedurende die tien weken vooral via internet en van de mentor die elke student krijgt toegewezen.
Is dat niet wat te veel gevraagd, zoveel zelfstudie? Wildeboer vindt van niet. “Maar inderdaad, we zoeken studenten die de kennis en het ambitieniveau hebben om zich veel zelf eigen te kunnen maken. Daar zullen we ook op letten bij de toelating.”
Dankzij de wisselwerking tussen studie en baan denkt Progresz haar studenten in drie jaar op hbo-niveau te kunnen krijgen. Wat betekent dat? Wildeboer: “Een afgestudeerde kan beter schakelen, veranderen van werk. Hij kan zelfstandig en innoverend optreden in de hele keten van de oude én de nieuwe sociale zekerheid.”
SER-bulletin februari 2004

Inhoudsopgave