Home | Publicaties | SERmagazine | 2003 | september 2003 | Nieuwe doelen van het Europese landbouwbeleid

Europakenner Pelkmans wil het landbouwbeleid renationaliseren

Subtiel, goed doorwrocht en eensgezind over een onderwerp dat niet gemakkelijk is. Europakenner Jacques Pelkmans is zeer te spreken over het SER-advies over de verduurzaming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waar hij als onafhankelijk deskundige aan meewerkte. Maar als het aan hem persoonlijk ligt, mag het landbouwbeleid nog verder op de schop: renationaliseren en een forse beperking van het budget. “Op de lange termijn moeten we af van de inkomenssteun voor boeren.”

Jan Buevink

“Het Europees landbouwbeleid was natuurlijk jarenlang een grote rip off ”, zet Jacques Pelkmans al meteen de toon als de afspraak voor het interview gemaakt wordt. En van die ‘afzetterij’ was de Europese consument de dupe. Bij de groenteboer moest hij een prijs betalen die dankzij heffingen en productiesteun hoger lag dan nodig was. En via zijn belastingen moest hij er ook nog eens aan bijdragen dat er voldoende geld was om dat beleid in stand te houden.
“Altijd als daar iets aan veranderd zou worden, stonden de boeren op hun achterste benen”, zegt Pelkmans. “Die mensen leefden generaties lang met subsidies die veel hoger waren dan waar ook in de economie, behalve in de Duitse mijnbouw, en deden alsof het hun geboorterecht was. Europa moest daarvoor dokken en geen vragen stellen. Als je alleen al zag wat Brinkhorst in Nederland over zich heen kreeg toen hij het algemeen belang boven dat van de boeren stelde.”
Pogingen om dat Europese landbouwbeleid te hervormen, leverden altijd onvoldoende op, zegt Pelkmans. Ook de Nederlandse regering heeft daaraan haar steentje bijgedragen. In de aanloop naar de top van Berlijn in 1999 waar de landbouwhervorming op de agenda stond, behoorde Nederland tot een groep van hervormingsgezinde landen. Maar Zalm, die toen minister van Financiën was in Paars-2, had vooraf ook gezegd dat hij geld wilde terughalen van de Europese begroting. Dat laatste lukte. Maar in ruil voor 1,3 miljard gulden, trokken Zalm en Kok hun steun voor het afschaffen van de melkquota in. “Daar heeft Nederland toen zijn ziel verpatst”, oordeelt Pelkmans. “Dat was een verloochening van het beleid. Dat was heel kortzichtig.”

Gordiaans
Pelkmans is blij dat eurocommissaris Fischler deze zomer opnieuw veranderingen tot stand wist te brengen. De productiesteun wordt op termijn vervangen door een zogenoemde ontkoppelde inkomenssteun voor boeren, op voorwaarde dat ze duurzaam produceren. Daarmee past het nieuwe Europese beleid wonderwel bij het advies van de SER, die van minister Veerman de vraag had gekregen hoe nieuwe doelstellingen op het terrein van natuur, milieu en dierenwelzijn in te passen zijn in het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Het zou het beste zijn als dat allemaal via de markt geregeld kon worden, denkt de SER. Burgers zouden bereid moeten zijn om meer te betalen voor producten die een hogere kostprijs hebben omdat boeren hun dieren meer ruimte geven of hun grond minder intensief benutten. “Maar de uitvoerbaarheid daarvan is een moeilijk verhaal”, zegt Pelkmans. “Dat werkt alleen als consumenten herkenbare keurmerken zien. Daar zijn er nu honderden verschillende van. En als je dat wilt harmoniseren, moet je dat Europees doen. Dat is een Gordiaanse knoop waar je niet uitkomt. Als bepaalde supermarkten niet mee willen doen, is het hele effect weg.”
Een andere mogelijke stoorzender is de wereldhandelsorganisatie WTO. De Europese Unie heeft de WTO gevraagd of ze duurzaam geproduceerde goederen als niet-gelijksoortige producten mag beschouwen. Veel andere WTO-leden voelen daar weinig voor, weet Pelkmans. Met name de ontwikkelingslanden vrezen dat daardoor weer nieuwe handelsbarrières worden opgeworpen. “Dan komen die beschermingsconstructies die nu worden afgebouwd via een achterdeur weer binnen.”

Frankrijk
De nieuwe manier waarop de EU de landbouw wil subsidiëren, hoeft voor Nederland niet slecht uit te pakken denkt Pelkmans. De sectoren die nu nog steun uit Brussel ontvangen maken maar een klein deel uit van de Nederlandse land- en tuinbouw. “De Nederlandse positie is uniek. Meer dan de helft van de bedrijven krijgt nauwelijks subsidies. Dat kunnen ze in Frankrijk echt niet zeggen.”
Maar die unieke positie kan ook weer nieuwe problemen opleveren. Fischler wil alleen subsidie geven aan boeren die nu ook al wat krijgen. “Als dat doorgaat krijgt Veerman een enorm probleem”, denkt Pelkmans. “Hij moet straks in Brussel subsidies binnen zien te halen voor boeren die tot nu toe geen subsidie kregen.”

Zalig
Het stoort Pelkmans dat het totale budget van 40 miljard euro dat de EU nu jaarlijks aan landbouw besteedt, nauwelijks ter discussie staat. Het kabinet-Balkenende wil weliswaar de groei beperken door de omvang met minder te laten toenemen dan de inflatie, maar dat zet volgens Pelkmans nauwelijks zoden aan de dijk. “Balkenende zegt dat om politiek begrijpelijke redenen. Maar eigenlijk is er geen enkel argument om die 40 miljard zalig te verklaren. Dat bedrag komt voort uit een geschiedenis die vol zit van vergissingen en particulier belang. Zowel op efficiencyniveau als op rechtvaardigingsniveau valt dat niet te verdedigen.”
De landbouwhervormingen van Fischler zullen dan ook zeker niet de laatste zijn, verwacht Pelkmans. In 2006 komen er vast weer nieuwe, en dan zeker nog twee keer: rond 2010 en 2015. “Op lange termijn moeten we af van de inkomenssteun voor boeren. Hoogstens af en toe een crisissteuntje.”
Die steun zou dan binnen Europese regels door de nationale overheden moeten worden gegeven, zegt Pelkmans. De hoogte ervan kan worden afgestemd op de plaatselijke behoeftes. “Een renationalisatie van het landbouwbeleid”, noemt hij het zelf. “Dan kun je het Europese budget voor inkomenssubsidies afschaffen en dan kan elk land het zelf doen. Dat is politiek gezien de meest elegante oplossing.”

Het landbouwadvies is te downloaden (advies 2003/07). 
 

Armetierig debat

“Het debat over de Europese conventie in Nederland was erg armetierig”, foetert prof. Jacques Pelkmans. “In het Fortuyn- en het post-Fortuyntijdperk leek het net alsof Europa in Nederland niet bestond, alsof Nederland zelfs anti-Europees was.”
Aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid lag die gebrekkige aandacht in ieder geval niet. Eind deze maand verschijnt alweer de derde publicatie binnen twee jaar die de WRR aan Europa wijdt. Na adviezen over de uitbreiding en het slagvaardig werken in de uitgebreide Unie, is het nu de beurt aan een bundel met essays over de Conventie. “Dat stond niet op ons werkprogramma”, zegt Pelkmans. “Het was onze maatschappelijke plicht. De gebrekkige belangstelling voor dit onderwerp ging in tegen het strategisch belang van Nederland in Brussel.”
Pelkmans is bijna fulltime bezig met Europa. Naast lid van de WRR is hij ook decaan/directeur van de Economische faculteit van het Europa-college in Brugge waar studenten uit zo’n dertig verschillende landen een postdoctorale opleiding van een jaar over Europa volgen.
SER-bulletin september 2003

Inhoudsopgave