Vlak voor het zomerreces bereikten de Europese leiders overeenstemming over ingrijpende wijzigingen van het landbouwbeleid. Het nieuwe akkoord pakt veel minder negatief uit voor de Nederlandse boeren dan de oorspronkelijke voorstellen. Inmiddels staat een aantal van die gunstige afspraken weer op losse schroeven. Martin van Driel, lobbyist voor LTO-Nederland in Brussel, volgde de onderhandelingen op de voet.
Christel Witteveen
De regeling dat boeren in Europa meer subsidie ontvangen naarmate ze meer produceren, kostte de Europese Unie handenvol geld. Bovendien veroorzaakte ze overproductie en oneerlijke concurrentie met landen buiten de Europese Unie, zeker als het ging om zuivel, graan, rundvlees en suiker.
“Bij LTO wisten we dat het beleid ter discussie zou komen te staan”, zegt Van Driel. “Mensen vragen zich af waarom de agrarische sector zoveel geld krijgt van de Europese Unie. Daar moet je natuurlijk wel een legitiem antwoord op hebben.”
In juli 2002 lanceerde de Europese Commissie een voorstel voor grootschalige hervormingen. Die varieerden van een volledige afschaffing van inkomenssubsidie tot een subsidie in de vorm van een premie per hectare, in plaats van per geproduceerde hoeveelheid. Van Driel herinnert zich de unanieme weerstand tegen dit voorstel. Na een jaar discussiëren begonnen de posities pas goed duidelijk te worden. Zweden en Engeland wilden bijvoorbeeld volledig van de subsidies af. Boerenorganisaties daarentegen voelden niets voor het afschaffen van de regeling die hun lange tijd een zeker inkomen garandeerde. Ondertussen speelde Van Driel vanuit Brussel informatie door over de ontwikkelingen en bezocht hij samen met LTO-voorzitters ambtenaren, europarlementariërs en andere landbouworganisaties.
Legitimeren LTO lobbyde niet tegen de kern van het hervormingsvoorstel. “Wij hebben altijd al gedacht dat hervormingen juist gunstig uit zouden kunnen pakken voor de Nederlandse boeren. Wel vonden we het belangrijk om de steun te legitimeren. Het leek ons goed als boeren pas voor subsidie in aanmerking zouden komen als ze voldeden aan bepaalde voorwaarden op het gebied van milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn.”
Om die ideeën onder de aandacht te brengen, regelde Van Driel in een vroeg stadium een afspraak tussen LTO-voorzitter Gerard Doornbos en de Europese commissaris voor landbouw, Franz Fischler. Natuurlijk sprak Fischler met veel partijen over dit onderwerp, waardoor het onmogelijk is om de invloed van de LTO-lobby te bepalen.
Het nieuwe landbouwakkoord biedt overigens een aantal keuzemogelijkheden waarover de nationale ministers uiteindelijk beslissen. De Nederlandse minister van Landbouw, Cees Veerman, moet bijvoorbeeld nog besluiten of er in Nederland een gekoppelde slachtpremie voor runderen blijft. Van Driel: “Veerman heeft met Frankrijk afgesproken dat die premie er komt voor kalveren. Wij willen die lijn doortrekken naar alle runderen om de markt voor kalveren niet te verstoren.’’ Het lobbyen hierover gebeurt op nationaal niveau, al houdt LTO ondertussen goed in de gaten wat buurlanden doen.
Werkloosheid
Per saldo is LTO tevreden over het totale pakket, ook al komt niet de hele achterban er evengoed vanaf. “De inkomens in de plantaardige sector worden er uiteraard niet beter op”, zegt Van Driel. “Maar we hebben wel een aantal uitzonderingsposities weten te creëren.” Nederland voorzag dat de ontkoppeling van de directe inkomenssteun bij telers van zetmeelaardappelen zou leiden tot een flinke daling van de productie. Dat zou werkloosheid tot gevolg hebben, vooral in het noordoosten van Nederland, een economisch toch al zwakke regio. Samen met de verwerkende industrie is toen flink druk uitgeoefend. “De Brusselse vertegenwoordigers van aardappelverwerkingsbedrijf Avebe hielden zich het afgelopen jaar puur en alleen met dit onderwerp bezig”, zegt Van Driel. “Wij hebben ons bij hen aangesloten.” Uiteindelijk is de ontkoppeling in deze sector grotendeels geschrapt.
Sleutelen Melkveehouders hebben minder reden tot vreugde. Er lag al een akkoord om per 2005 de garantieprijzen voor melk te verlagen. De Europese Commissie wilde die verlaging versneld invoeren en stelde voor om met ingang van 2004 de garantieprijs met dertig procent te verlagen. Als onderdeel van een brede coalitie van boerenorganisaties protesteerde LTO tegen die plannen en bereikte met een verlaging van 21 procent uiteindelijk een compromis. Van Driel: “In eerste instantie denk je, dat is mooi, maar de melkveehouderij krijgt uiteindelijk toch een lagere prijs.”
Helaas voor LTO staat het akkoord een paar maanden na ondertekening al weer ter discussie. Van Driel: “Vooral Duitsland voelt zich zwaar benadeeld en voert nu een enorme druk op om het open te breken.” De ministers van Landbouw beslissen of dat ook daadwerkelijk gebeurt, maar Duitsland gooit veel politiek gewicht in de strijd. Van Driel betreurt dat het er in zo’n geval weinig democratisch aan toe gaat in Europa. “Wij kunnen er toch niets aan doen dat Duitsland heeft zitten slapen tijdens de onderhandelingen. Nu moeten wij goed in de gaten houden hoe ambtenaren aan het akkoord gaan sleutelen. Ik vind het bizar dat zoiets kan. Nederland zou dat als klein land nooit voor elkaar krijgen.”
Een flink deel van het Nederlandse sociaal-economisch beleid komt uit Brussel. De ingewijden weten dat natuurlijk al lang maar tot het grote publiek dringt dat maar langzaam door. In de komende SER-bulletins laten we mensen aan het woord die dagelijks in Brussel zien hoe het Europees beleid tot stand komt en die er zelf vaak nauw bij betrokken zijn.
LTO-Nederland in Brussel
Het Bureau Brussel van LTO bestaat sinds 1993. Al vijf jaar zorgt Martin van Driel voor een continue informatiestroom vanuit de Belgische hoofdstad naar de Nederlandse landbouwsector. Via het Brussels Bericht, een nieuwsbrief die negen keer per jaar verschijnt, houdt de agrarisch econoom de bestuurders van LTO, NGO’s, Tweede-Kamerleden, Europarlementariërs en journalisten op de hoogte van Europese wetgeving die van belang is voor de landbouw. Daarnaast heeft LTO een zetel in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), het adviserende orgaan van de Europese Commissie. Van Driel is er plaatsvervangend lid. Omdat LTO via het EESC rechtstreeks in contact staat met de mensen die besluiten nemen, kan het op die manier veel invloed uitoefenen, zegt Van Driel.