Home | Publicaties | SERmagazine | 2003 | november 2003 | Ambitieus Europa

Europese kenniseconomie komt moeizaam van de grond

Het is misschien wel het meest ambitieuze project uit de geschiedenis van de Europese samenwerking. Drie jaar geleden spraken de Europese regeringsleiders in Portugal af om de economieën van de Unie binnen een decennium om te vormen tot de meest dynamische en concurrerende van de wereld. Inmiddels lijkt deze zogenoemde Lissabon-strategie op dood spoor te zitten. De Europese zusterorganisatie van de SER organiseerde een conferentie over de vraag wat het maatschappelijk middenveld kan bijdragen om het project weer vlot te trekken.

Ton van der Wijst

Sinds de voorjaarstop van Lissabon is ruim drie jaar verstreken. Het elan waarmee de Europese regeringsleiders net na de millenniumwisseling tot het ambitieuze project besloten, is erg verbleekt. Waren toen de economische vooruitzichten rooskleurig, nu verkeert de Europese Unie (EU) al geruime tijd in een crisissfeer. In diverse lidstaten is sprake van economische krimp, de sociale spanningen lopen sterk op en van milieuverbeteringen is nauwelijks sprake. Het langetermijndoel van een duurzame ontwikkeling lijkt hiermee achter de horizon te verdwijnen.
Alle reden voor het Europees Economisch en Sociaal Comité (ESC) om in oktober in Brussel een driedaagse conferentie te beleggen met als titel: 'The Contribution of Organised Civil Society to the Lisbon Process; For a more participatory Union'.


Kerstboom
“The Lisbon strategy is in trouble” , zo concludeerde het ESC begin dit jaar in zijn advies over de Lissabon-strategie. Het doel om de EU om te vormen tot de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie in de wereld is relevanter dan ooit, maar de uitvoering van de strategie komt niet van de grond. De rapportages ten behoeve van de Europese top in Thessaloniki (juni 2003) lieten wat dit betreft aan duidelijkheid niets te wensen over.
Over het doel is weinig discussie. Niemand is tegen een dynamische kenniseconomie die in staat is tot een duurzame economische groei met meer en betere banen, een hechte sociale samenhang en een schone omgeving. Maar dat is ook precies het probleem, zo werd door verschillende deelnemers aan de ESC-conferentie ingebracht. De Lissabon-strategie is als een kerstboom met veel ballen waarin iedereen wel iets van zijn of haar gading kan vinden. De ondernemer wil beter kunnen concurreren en meer omzet, de werknemer wil baanzekerheid en goede sociale voorzieningen, de burger wil een prettige leefomgeving met een schoon milieu.
Allemaal legitieme wensen, maar de verwezenlijking daarvan is alleen mogelijk als er zowel Europees als nationaal een samenhangend beleid wordt gevoerd, zo stelde Pat Cox, voorzitter van het Europees
Parlement. Daar wringt volgens hem de schoen. Het feit dat ieder half jaar een ander land het voorzitterschap van de EU overneemt en met een eigen lijst van (vele) prioriteiten komt, staat op zijn minst op gespannen voet met de behoefte aan continuïteit.
De uitspraak van de parlementsvoorzitter dat de samenhang ernstig tekortschiet, vond weerklank bij veel conferentiedeelnemers. Vooral nu Europa de economische wind tegen heeft, wordt de Lissabon-strategie verengd tot het voeren van economisch beleid dat primair het bedrijfsleven concurrerender moet maken, luidde het verwijt van menig vertegenwoordiger van maatschappelijke organisaties. Sociale aspecten en gezondheids- en milieuoverwegingen – wezenlijke onderdelen van de strategie – verdwijnen geruisloos naar het tweede plan.

Imagoprobleem
Er is ook veel te weinig samenhang tussen de verschillende niveaus, zo klaagden veel deelnemers aan de conferentie. Vanuit Brussel worden ideeën gedropt. Hierdoor blijft er te veel sprake van een top-down benadering. Bovendien doen regeringsleiders nauwelijks hun best om de Lissabon-strategie in eigen land uit te dragen. Op nationaal niveau vindt de strategie daardoor onvoldoende doorvertaling naar regio’s en gemeenten.
Bij eerdere grote projecten was dat anders. In de aanloop naar de totstandkoming van de interne markt en de Economische en Monetaire Unie, met de komst van de euro als sluitstuk, droegen verantwoordelijke politici het belang van deze nieuwe Europese uitdagingen met verve uit. Aan media-aandacht was geen gebrek.
Hoe anders is het bij de Lissabon-strategie. Geen regeringsleider spreekt hierover in eigen land, zo lijkt het. Misschien komt het doordat een duidelijke marsroute ontbreekt, waardoor de Lissabon-strategie een flets imago heeft. De pers blijkt dan ook niet geïnteresseerd. Een paradoxale situatie, aangezien iedere burger het belang zal inzien van meer banen, beter onderwijs en een goed milieu.

Beweging
Beleidsmakers zijn te ongeduldig, aldus prof. Maria João Rodrigues van de Universiteit van Lissabon, destijds een van de architecten van de Lissabon-strategie. Drie jaar lijkt lang, maar in feite is slechts de voorbereidingsfase achter de rug. De uitvoering van het beleid (de tweede fase) moet nog beginnen.
Hoewel misschien niet direct zichtbaar, zijn er wel degelijk veel zaken in beweging gezet, zo betoogde zij. Langzaam maar zeker komen de goede voorbeelden die navolging verdienen boven drijven. Je kunt niet verwachten dat in een situatie waarin de wereldhandel terugvalt en ook andere economische blokken in de problemen zijn gekomen, de Europese Unie zich aan deze negatieve trends kan onttrekken.
Mede door de Lissabon-strategie hebben de ontwikkelingen op het terrein van internet ook in de armere lidstaten een hoge vlucht genomen, stelde Rodrigues. Deze ontwikkeling wordt versterkt met de vele nieuwe toepassingen van breedbandtechnologie, die zich de komende jaren aandienen. Dit resulteert onder meer in nieuwe uitdagingen voor overheden, die hun werkwijzen door de nieuwe toepassingsmogelijkheden drastisch kunnen moderniseren.
Rodrigues deelde wel de kritiek dat de EU en de nationale regeringen er tot nu toe niet in geslaagd zijn om mechanismen te ontwikkelen, die een effectieve uitvoering van de Lissabon-strategie verzekeren.

Buren
De noodzaak van de Lissabon-strategie is onomstreden. De mondialisering gaat door. Wie economisch mee wil doen, moet op technologisch gebied bij de les blijven. Een pas op de plaats is geen optie. Of zoals een congresganger het uitdrukte: de industrie verdwijnt dan naar het (verre) oosten en de knappe koppen trekken naar het (verre) westen.
Aangezien de sense of urgency nationaal ontbreekt, hebben regeringen in eigen land onvoldoende draagvlak om structurele hervormingen door te voeren. En die zijn nodig om op de wereldmarkten te kunnen blijven concurreren, de verzorgingsstaat in aangepaste vorm overeind te houden en de leefomgeving aantrekkelijker te maken.
Een van de kernproblemen is de vrijblijvendheid die op vele beleidsterreinen bestaat en de coördinatie ernstig bemoeilijkt. Daarover bestaat grote consensus. De aansturing vanuit Brussel vindt vooral via zogenaamde ‘zachte’ coördinatie plaats: elkaars prestaties vergelijken ( benchmarking ) en elkaar daar ook op aanspreken. Dit werkt echter onvoldoende. Het resultaat is dat men vooral naar de buren wijst en hervormingen in eigen huis vooruitschuift. Als de Unie binnenkort uit 25 lidstaten bestaat, zal deze methode – zo is de vrees – totaal tekortschieten.
Er zijn diverse voorstellen om hierin verandering aan te brengen, onder meer door de Europese Commissie een grotere rol te laten spelen. Dit stuit op bezwaren van lidstaten die op een flink aantal terreinen baas in eigen huis willen blijven.
Een ander groot probleem is dat de maatschappelijke dialoog in de praktijk vrijwel ontbreekt. Het is juist die maatschappelijke dialoog die van onderop processen op gang kan brengen. De sociale partners hebben – Europees en nationaal – hun eigen kanalen om het beleid te beïnvloeden, maar andere maatschappelijke organisaties staan meestal buitenspel. Dit punt liep als een rode draad door de besprekingen in het ESC-gebouw.
ESC-voorzitter Roger Briesch sprak in het slotwoord van de conferentie de hoop uit dat het ESC, waarin vele maatschappelijke groeperingen zijn vertegenwoordigd, een deel van dit tekort kan opvullen.
Ook al is in Nederland de Lissabon-strategie bij het publiek weinig bekend, in het overheidsbeleid zijn diverse Lissabon-doelstellingen richtinggevend. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het arbeidsmarktbeleid, waarvoor participatiedoelstellingen zijn afgesproken. In 2010 moet de totale arbeidsdeelname in de lidstaten minstens 70 procent bedragen; voor vrouwen en 55-64-jarigen zijn de doelstellingen respectievelijk 60 en 50 procent.

Voortrollend
Het meest ambitieus is de participatiedoelstelling voor oudere werknemers. Dit verklaart het stevige beleidspakket dat het tweede kabinet-Balkenende voor deze categorie aanvankelijk in petto had.
Voor de kenniseconomie is vooral van belang dat de Europese Raad op de Top van Barcelona (maart 2002) een ambitieuze innovatiedoelstelling heeft afgesproken. De totale uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (O&O) in de EU moeten in 2010 drie procent van het bruto binnenlands product bedragen. Twee derde daarvan moet worden opgebracht door het bedrijfsleven. Ook dit is een zeer ambitieuze doelstelling.

Het Nederlandse bedrijfsleven zal de investeringen in O&O de komende jaren fors moeten opvoeren. In 2010 moet het investeringsbedrag zijn verdubbeld.
Hoopgevend is dat het nieuwe kabinet de kenniseconomie hoog op de politieke agenda heeft geplaatst. Meer geld, de introductie van het Innovatieplatform en de onlangs verschenen Innovatiebrief moeten leiden tot een geïntegreerd innovatiebeleid met een voortrollende agenda. Duurzaamheid en internationale inbedding vormen de rode draden, aldus de Innovatiebrief. Het is de bedoeling dat alle betrokkenen actief bij het innovatiebeleid worden betrokken: bedrijfsleven, kennisinstellingen, ondernemers- en werknemersorganisaties, brancheorganisaties en anderen. Wordt het dan toch nog wat met de Lissabon-strategie? 
 

De Lissabon-strategie

Op de Europese top van Lissabon in maart 2000 besloten EU-landen tot een ambitieus doel: binnen tien jaar moet de Europese Unie de meest concurrerende economie ter wereld worden. In de strategie ligt de nadruk op de kenniseconomie: de ontwikkeling van hoogstaand onderwijs en gebruik van moderne technologie als computers, internet en mobiele communicatie. Ook sociale cohesie en een schoner milieu maken onderdeel uit van de Lissabon-strategie.
Sinds de Europese Raad van 2000 vergelijken de lidstaten systematisch elkaars prestaties op gebied van werkgelegenheid, onderwijs, kenniseconomie en milieubeleid. Dit gebeurt op de jaarlijkse Europese voorjaarstop, die zich buigt over de sociaal-economische agenda van de EU.
Op de voorjaarstop van 2003 legde Nederland vanwege het matige economische klimaat de nadruk op goed economisch beleid, dat vooral gericht moet zijn op de groei van productiviteit. Verder werden lidstaten tijdens deze top aangespoord hun prestaties te verbeteren. Die aansporing geldt ook voor Nederland. Om bij de kopgroep te horen moet er het nodige huiswerk worden gedaan. Zwakke punten zijn de geringe economische groei, de hoge inflatie en het beperkte aantal afgestudeerden in de bêta- en technische vakken. (TvdW)


SER-bulletin november 2003

Inhoudsopgave

Alles over het thema