Home | Publicaties | SERmagazine | 2003 | mei 2003 | Gevaarlijke-stoffencommissie maakt een nieuw werkplan

Gevaarlijke-stoffencommissie wil anders gaan werken

Een strakkere planning, meer samenwerking met het buitenland en een duidelijke keuze welke stoffen wel en welke niet beoordeeld gaan worden. Op die manier moet volgens de subcommissie MAC-waarden van de SER efficiënter worden vastgesteld wat de maximaal toelaatbare blootstelling is van gevaarlijke stoffen op de werkplek.

Nu gaat er vaak een jaar of acht overheen voordat een stof die op het werkprogramma staat een MAC-waarde (maximale aanvaarde concentratie) krijgt. Zeker drie instanties hebben er zich dan over gebogen. Eerst adviseert de Gezondheidsraad over de waarde die gezondheidskundig verantwoord is.
Vervolgens beoordeelt de SER-commissie de haalbaarheid daarvan in de praktijk. Uiteindelijk stelt de minister van Sociale Zaken de waarde wettelijk vast.
Dat duurt nu allemaal veel te lang, vindt de commissie. Zij stelt daarom voor om de behandelduur in beginsel te beperken tot drie jaar. Alleen al het stellen van een duidelijke termijn zal disciplinerend werken, verwacht secretaris Hans Brokamp.
“Het voordeel van zo’n termijn is dat je er elkaar op kunt aanspreken.”

Selectie
Maar dat is zeker niet voldoende. De commissie wil ook de omvang van het werkprogramma beperken. Nu staan daar jaarlijks soms wel dertig stoffen op, zeven lijkt reëler. Dat betekent een scherpere selectie waarbij het moet gaan om stoffen die relevant zijn voor de Nederlandse werkplek en waarvan behandeling uit oogpunt van het mogelijke gezondheidseffect van blootstelling wenselijk is.
Om dubbel werk te voorkomen, moet meer samengewerkt worden met de Europese Commissie en individuele landen. Met name Duitsland, Groot Brittannië en de Scandinavische landen komen daarvoor in aanmerking.
“Die hanteren een gelijksoortig systeem bij het vaststellen van hun grenswaarden”, zegt Brokamp. “We zullen onze werkprogramma’s op elkaar moeten afstemmen, zorgen dat de basisdocumenten aan dezelfde kwaliteitscriteria voldoen, in dezelfde taal zijn.
Als straks dan elk land jaarlijks zeven stoffen doet, heb je samen 28 nieuwe MAC-waarden.”
Die samenwerking beperkt zich echter tot het vaststellen van de gezondheidskundige verantwoorde grenswaarde (het werk dat in Nederland dus door de Gezondheidsraad gedaan wordt). De beoordeling van de hanteerbaarheid van die normen in de praktijk, zal per land moeten blijven gebeuren omdat de industrieën onderling sterk kunnen verschillen.
“Je moet altijd kijken wat relevant is voor de Nederlandse werkomgeving”, zegt Brokamp. Daarom wil de commissie ook niet langer stoffen van het werkprogramma weren omdat ze verboden zijn of slechts voor een bepaald doel worden toegepast. Ook daarvoor kunnen MAC-waarden nuttig zijn. “Bij slopen en demonteren kun je er toch mee in aanraking komen. Dat moet van geval tot geval beoordeeld worden.” (JB) 
 

Veertien jaar praten over een stofje
Maar liefst veertien jaar duurde het vaststellen van de MAC-waarde van lasrook. De rook die ontstaat bij het lassen van metaal, verscheen in 1989 op het werkprogramma. Begin ’93 had de Gezondheidsraad haar definitieve rapport klaar. Het achterbanberaad van de SER-commissie startte pas in het daarop volgende najaar. Er kwam zoveel commentaar dat zelfs een aparte commissie lasrook werd ingesteld. Die besloot tot een onderzoek dat inclusief aanloop en afronding ook nog eens vier jaar in beslag nam. Net voor de millenniumwisseling kon er een advies naar de minister, die vier maanden later met een standpunt kwam dat bijna drie jaar daarna kracht van wet kreeg.
Stoffen als aceton en white spirit lijken een vergelijkbaar lange weg beschoren. Ze zijn al jaren in behandeling. “Op een gegeven moment is het dan misschien beter om er maar mee te kappen”, zegt Brokamp. “Zeker nu ook de Europese Commissie ermee aan de slag gaat.”
De meeste stoffen slagen er veel sneller in om een MAC-waarde te krijgen. Aramidevezels deden er eind jaren negentig vier jaar en twee maanden over. Lachgas was nog dertien maanden sneller.
SER-bulletin mei 2003

Inhoudsopgave