Vakbondsman Gijsen adviseert over werknemersrol bedrijfslichamen
Ruim een kwart eeuw geleden raakte Jan Gijsen betrokken bij het bestuur van het Productschap Landbouwzaaizaden. Niet lang daarna was de medewerker van de CNV-BedrijvenBond bestuurder bij een hele serie bedrijfslichamen. Begin dit jaar nam hij afscheid van zijn bond. Thuis in Maarssen is hij druk bezig met het afronden van een advies aan het CNV-bestuur over de vraag of de bonden nog wel vertegenwoordigd moeten blijven in de besturen van de schappen.
Christel Witteveen
“We hebben veel bereikt, het is alleen de vraag of we dat goed hebben overgedragen”, constateert Gijsen. Als geen ander is hij overtuigd van de nuttige functie die de vakbond kan vervullen bij de product- en bedrijfschappen en hij wil zich daar graag nog een tijd voor inzetten. “Als ze mij zouden vragen of ik nog iets voor ze wil betekenen, dan zeg ik ´ja´. Het liefst zou ik als een soort ambassadeur verder willen gaan.”
Een van de zaken waar Gijsen trots op is, is de komst van de sociaal secretarissen die in 1991 hun intrede deden bij zes schappen. Zij toetsen bestuursstukken op hun sociale consequenties en coördineren verder alles wat met arbeid te maken heeft. Zo´n vijf keer per jaar vergadert Gijsen met de secretarissen om te kijken welke projecten de schappen gezamenlijk kunnen starten. “Wij hebben onder meer een rapport geschreven met aanbevelingen voor een leeftijdsbewuster personeelsbeleid. Ouderen kunnen niet zomaar tot hun zestigste volledig blijven werken. Na een zeer intensieve periode moet er voor hen ook een meer ontspannen tijd komen. Door bijvoorbeeld minder dagen te werken.”
Maar de meeste projecten komen in de afzonderlijke schappen van de grond. In het Productschap Vee en Vlees heeft Gijsen de belangen verdedigd van werknemers in de varkenssector. “Daar hebben we aardige sociale afvloeiingsregelingen gemaakt toen een aantal slachterijen de deuren moest sluiten. Werkgevers ontvingen toen per varken een vergoeding. Wij hebben er flink voor onderhandeld om te zorgen dat via een overkoepelende regeling een deel van dat geld terechtkwam bij werknemers in de sector.”
Ondanks de geboekte resultaten deden vakbondsbestuurders en leden in de afgelopen jaren nogal eens negatief over wat de schappen op sociaal terrein bereikten. Gijsen weet ook dat er wel eens getwijfeld wordt aan het nut van de aanwezigheid van CNV’ers bij sommige schappen. “Als we bij grote
beslissingen afwezig zijn, weten we zeker dat we in de minpositie zitten”, reageert Gijsen. “In de jaren zeventig waren werkgevers erg dominant, maar tegenwoordig blazen wij stevig ons deuntje mee.”
Endotoxine Voor buitenstaanders is het wellicht niet altijd even duidelijk dat de schappen zich ook sterk maken voor werknemersbelangen. Gijsen verwijst naar het Arbo-beleid. Bij een hoop bedrijven in de agribusiness blijkt te veel endotoxine voor te komen. Door plannen van de overheid dreigden zo ongeveer alle bedrijven hun poorten te moeten sluiten. Samen met de werkgevers, en via de SER, kwam Gijsen toen terecht bij het ministerie van Sociale Zaken. “We hebben nu voor uitstel van de maatregelen gezorgd. Je kunt denken dat we dat niet zouden moeten doen omdat het gaat om de gezondheid van mensen, maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat alle bedrijven dicht moeten. De legitimiteit van een productschap toont zich hier wel, zeker als we ook alle mensen erbij betrekken om het probleem aan te pakken.”
“Of onze tijdsinvestering altijd opweegt tegen wat we kunnen bereiken, is een moeilijke vraag”, erkent Gijsen. “Soms vinden er onzinnige discussies plaats. Bij het Productschap Vee en Vlees discussiëren we al tijden over de vraag of integrale kwaliteitsbewaking geprivatiseerd moet worden of dat het bij het productschap moet blijven. Ik ben het ermee eens dat kwaliteitssystemen goed geregeld moeten worden, dat is van belang voor werkgevers, werknemers en consumenten. Maar of dat nu in een geprivatiseerde omgeving moet, vind ik minder belangrijk.” Gijsen gebruikt zijn tijd liever om te praten over de ´echte´ problemen waar de sector mee kampt, zoals de vele boeren die het financieel niet meer redden.
Vissector Gijsen werkt nu aan een rapport met aanbevelingen over hoe het verder moet met de behartiging van de belangen van CNV-leden bij de schappen. “Een van onze voorwaarden is dat werknemers een volwaardige plaats in een schap moeten hebben. Dat is niet overal even goed geregeld. Soms is er nog echt sprake van een werkgeversbolwerk. Dat zijn vaak plekken met veel grootschalige industrie. Zo bestaat de sector zuivel uit slechts twee grote bedrijven en enkele kleine concerns. Ik vraag me af of die nog behoefte hebben om via dit orgaan afspraken te maken. Dat kunnen ze onderling ook. Werkgevers hebben er vaak belang bij om het productschap te gebruiken om regelingen uit Brussel uit te voeren. Als werknemers moeten we ons afvragen of we onze kostbare tijd wel willen besteden aan al dat doorsluizen van gelden.”
Gijsen wil zich niet uitlaten over welke productschappen nou precies de belangstelling van de CNV-BedrijvenBond zullen verliezen. Wel wil hij kwijt dat in zijn ogen een aantal schappen prima functioneert, bijvoorbeeld het Productschap Vis. “In Nederland bestaat de vissector uit een aantal kleine bedrijfjes en bedrijfstakken die nauwelijks onderling contact hebben. De trawlvisserij is heel anders dan de schelpdierenvisserij. Daar vervult het productschap een geweldig belangrijke rol. Onze bijdrage daarin kunnen we ook prima duidelijk maken aan de leden.”
Op dat laatste komt het tegenwoordig vooral aan, weet Gijsen. Anders accepteren leden de aanwezigheid van de CNV-BedrijvenBond bij de schappen niet meer. Samen met de bond onderzoekt hij ook hoe er meer kennisoverdracht plaats kan vinden, maar de tanende belangstelling lijkt moeilijk af te wenden. “Ik moet oppassen dat de generatie-Gijsen niet uitsterft.”
Jan Gijsen (58) raakte in 1977 als afgevaardigde van de CNV-BedrijvenBond betrokken bij het bestuur van het Productschap Landbouwzaaizaden. Kort daarna werd hij ook bestuurslid bij het Productschap Vee en Vlees, het Productschap Pluimvee en Eieren en het Bedrijfschap Slagersbedrijf. De afgelopen jaren gaf Gijsen als coördinator van het cluster voeding van de BedrijvenBond leiding aan dertien vakbondsbestuurders die CAO’s afsluiten in de sectoren vee en vlees, zuivel, koek en snoep.