Home | Publicaties | SERmagazine | 2003 | juli augustus 2003 | SMO blijft de discussie voeren

“Integriteit kan goud opleveren”

De Stichting Maatschappij en Onderneming (SMO) vierde onlangs haar 35-jarig bestaan. Ooit gestart om ondernemers te verdedigen tegen de aantijging dat winst maken onmaatschappelijk is, is de stichting uitgegroeid tot een club die ook zaken ter discussie stelt waar bedrijven niet op zitten te wachten. Maar winst maken is nog steeds niet vies. “Het debat over integriteit kan goud geld opleveren.”

Hanne Obbink

“De geschiedenis herhaalt zich nooit precies”, zegt prof.dr. Wim de Ridder, directeur van SMO. De stichting ontstond in 1968, in een tijd die bol stond van de maatschappelijke onrust en waarin ondernemingen bedolven werden onder kritiek van actiegroepen van uiteenlopende pluimage. Die kritiek is in de decennia daarna verstomd. Maar het bedrijfsleven ligt de laatste tijd opnieuw onder vuur. De Ridder: “De kritiek is niet dezelfde als 35 jaar geleden. Maar in zekere zin is de cirkel nu rond.”

SMO is opgericht door 28 grote ondernemingen – zoals ABN Amro, Akzo Nobel, Shell, Philips en Sara Lee/DE. In het klimaat van eind jaren zestig stond het bedrijfsleven in een kwade reuk. Winst maken werd alom beschouwd als een onmaatschappelijke doelstelling, en wie zichzelf respecteerde, ging dan ook niet in het bedrijfsleven werken, maar zette zich in dienst van de overheid in voor het algemeen belang. De betrokken ondernemers voelden zich miskend, en uit dat gevoel kwam SMO voort; die moest “de ondernemingsgewijze productie als model voor de economische orde” verdedigen, zoals het in de statuten staat. De Ridder: “Men ging ervan uit dat de criticasters met behulp van feitelijke informatie tot het juiste inzicht gebracht konden worden.”
Sinds haar oprichting heeft SMO zich in heel wat discussies geroerd, zoals over de rapporten van de Club van Rome, nieuwe medezeggenschapsstructuren en de maatschappelijke betekenis van nieuwe technologieën. Een van haar eerste producten was een videofilm voor middelbare scholieren waarin uitgelegd wordt wat de maatschappelijke betekenis van winst is. Sindsdien is er een scala aan activiteiten ontwikkeld. SMO doet onderzoek en publiceert analyses, zet projecten op, geeft adviezen aan ondernemingen enzovoorts. Voortdurend zocht ze contact met de critici van het bedrijfsleven, vooral met het oog op ‘joint fact finding’. De Ridder: “Het eens worden over de feiten is de eerste stap om een conflict te hanteren.”

Voorkennis
Heeft dat wat opgeleverd?
De Ridder: “Veel van die discussies uit de jaren zestig en zeventig zijn gesmoord in het no-nonsensebeleid van de kabinetten-Lubbers. Eind jaren zeventig ging het erg slecht met de economie, dat was de wal die het schip keerde. In de jaren daarna kwamen die discussies niet in dezelfde hevigheid terug. De AEX-index overschreed de 700 punten, geen wonder dus dat er weinig behoefte was aan discussie over de maatschappelijk rol van ondernemingen.”
Maar nu is de kritiek op het bedrijfsleven dus weer terug. Handel in voorkennis zorgt voor krantenkoppen en de salarissen van topondernemers staan ter discussie, om maar eens twee kwesties te noemen. Volgens De Ridder gaat het in de discussie van de laatste tijd steeds om de ‘integriteit’ van de onderneming. “Vroeger zeiden de criticasters: wij zijn tegen rijke mensen. Nu zegt men: wij zijn ertegen dat mensen zich op slinkse wijze verrijken. Dat is veel slimmere kritiek.”
Er is echter nog iets veel fundamentelers aan de hand, vervolgt De Ridder. “Nog niet eerder heeft de burger over zoveel zelfvertrouwen beschikt. Dat heeft voor een deel te maken met jaren van welvaart, maar ook met de doorbraak van de mobiele telefonie en internet. De communicatiestroom is geweldig toegenomen; wie bevestiging zoekt voor zijn mening, kan die altijd vinden. Daardoor zorgen de nieuwe media voor empowerment van de burger op emotioneel vlak.”
Kritiek op ondernemingen kan onder deze omstandigheden tot enorme golven aanzwellen, betoogt De Ridder. Bedrijven hebben niet langer te maken met kleine, linkse actiegroepen; in plaats daarvan komt de kritiek nu van alle kanten, los van politieke stromingen en over de grenzen van regionale of religieuze of sociale scheidslijnen heen. Dat maakt ondernemingen kwetsbaar. “Neem Arthur Andersen, dat ten onder ging in de Enron-affaire: een bedrijf met 80.000 werknemers, waarvan er dertig fouten hebben gemaakt – en binnen drie maanden was zijn naam overal van de gevel verdwenen. Of Ahold: de fraude beliep 500 miljoen euro en vervolgens kelderden de aandelen met zeven miljard.”
Reden genoeg dus om het debat over integriteit serieus te nemen. De Ridder trekt een parallel met de opkomst van de marketing in de jaren zestig. “De tijd dat Ford kon zeggen: de mensen kunnen elke auto krijgen die ze willen, zolang ‘ie maar zwart is, was toen definitief voorbij. Bedrijven begonnen zich af te vragen: wat wil de consument? Ze deden daar onderzoek naar, stelden hun strategie erop af en dat heeft gigantische winsten opgeleverd.
Zoiets zal nu ook gebeuren als het gaat om integriteit. Bedrijven zullen zich nu niet alleen afvragen wat de consument wil, maar ook wat de burgers en de werknemers en de omwonenden, kortom alle stakeholders willen.”

Topsalarissen
Ondernemingen die integriteitsvragen over het hoofd zien, gooien hun eigen glazen in – net als bedrijven die de wensen van hun klanten negeren. “Neem de discussie over topsalarissen”, zegt De Ridder. “Een bedrijf kan wel zeggen: wij vergelijken onze topsalarissen met wat er in Amerika wordt betaald. Maar dat kan alleen als de belangrijkste stakeholders van dat bedrijf ook echt in Amerika zitten. Maar als die in Nederland zitten, doe je eigenlijk hetzelfde als een bedrijf dat een product voor de Amerikaanse markt hier probeert te verkopen. Wie wél rekening houdt met al zijn stakeholders kan goud geld verdienen.”
Lastig voor ondernemingen, erkent De Ridder, maar goed voor SMO. “De gedachte is nieuw, de discussie is nog maar een half jaar oud. We horen wel van bedrijven die er niet aan willen, niemand zit natuurlijk te wachten op die integriteitsvragen, vooral niet als die van buiten komen. Maar dit is precies wat SMO wil: voorlopen op de agenda, nieuwe vragen aan de orde stellen en met alle maatschappelijke stakeholders tot oplossingen komen.” 
 

Idiote ideeën gevraagd

Eis van ouders een opvoedingsdiploma voor ze kinderen krijgen. Verhoog de maximumsnelheid op autowegen, dan zijn auto’s eerder waar ze wezen moeten, zijn er minder auto’s op de weg en neemt het aantal files af. Het zijn zomaar twee ideeën, geplukt van de website www.idiootidee.nl, die mede beheerd wordt door SMO.
“De gedachte achter die website is eigenlijk dezelfde als die achter SMO zelf: treed buiten de bestaande kaders”, zegt Wim de Ridder. “Dat is een goede methode om nieuwe oplossingen te bedenken. Neem de handel met voorkennis. Iedereen is het erover eens dat dat niet mag, maar iedereen ziet ook dat het lastig te bestrijden is. Waarom draai je de zaak niet om? Stimuleer handel met voorkennis en doorbreek de privacy van kopers en verkopers door bekend te maken wie er handelt. Wat zou er dan gebeuren?” Dat is in zoverre een ‘idioot idee’ dat het zo extreem niet uitgevoerd zal kunnen worden, geeft De Ridder toe. “Maar het helpt om op nieuwe gedachten te komen.”


SER-bulletin juli/augustus 2003

Inhoudsopgave