Werkgeverseconoom Oudshoorn
“Dit land heeft weer structureel groeicijfers nodig van 3 procent”, zegt Cees Oudshoorn. Volgens de directeur Economische Zaken van VNO-NCW is een dergelijke groei hard nodig om een flinke werkloosheidsstijging te voorkomen, welvaart te genereren en de maatschappelijke problemen op terreinen als zorg, onderwijs en veiligheid het hoofd te bieden. “Het nieuwe kabinet moet een groeiagenda gaan uitvoeren onder regie van het ministerie van Economische Zaken.”
Jan Buevink
“Bij een economische stilstand worden de maatschappelijke problemen niet opgelost”, waarschuwt Oudshoorn. “En bij een lage economische groei zullen ze eerder toe- dan afnemen. Het besef dat de economie de motor is die alles draaiende houdt, is nog lang niet bij alle politieke partijen doorgedrongen. Het volgend kabinet moet het economisch welbevinden op de eerste plaats zetten.”
Oudshoorn, die de dertig medewerkers van de beleidsgroep Economische Zaken van VNO-NCW leidt, lijkt precies te weten wat hij wil. Bijna op de automatische piloot draait hij zijn verhaal af. “Onze grootste zorg is het groeivermogen. We zitten nu in een economische periode van stilstand: minder dan één procent groei. Het tempo elders in Europa ligt een punt hoger. Je kunt zeggen: dat is allemaal conjunctureel, maar ook de verwachtingen op de middellange termijn zijn mager. Nederland is in Europa gekelderd van de derde naar de vijftiende plaats. Dat is een belangrijk signaal.
“In de komende tien tot twintig jaar komt de groei niet uit een groei van de werkgelegenheid. We moeten het hebben van productiviteitsgroei. Per werknemer moeten we meer leveren. Daarom moeten we kennis beter gaan benutten als productiefactor. De economie wordt kennisintensiever. Daarvoor moeten we wel een cultuuromslag maken in ons kennisbestel. Dat is sterk ontwikkeld in de publieke sector. Interactie met de samenleving en de industrie is er veel minder. Onze universiteiten moeten meer gebonden worden aan de economische activiteiten die in dit land plaatsvinden. Dan blijft de kennis niet meer op de plank liggen. Dat is cruciaal om groei te genereren.” Op korte termijn moet er ook meer geld naar onderzoek. Vier jaar lang jaarlijks honderd miljoen. Die miljoenen moeten dan niet in de grote pot van de universiteiten belanden maar verdeeld worden voor projecten in samenwerking met het bedrijfsleven.
VNO-NCW heeft nog meer punten op zijn verlanglijstje. Kennis en innovatie vormen samen slechts een van de vier prioriteiten op de groeiagenda. Deregulering is een andere. “Ambtenaren proberen niet bewust om het bedrijfsleven het leven zuur te maken”, zegt Oudshoorn. “Men kent het bedrijfsleven niet. Ze werken vanuit een academische mindset en daardoor krijgen we een enorme regeldichtheid.” De lastendruk moet ten opzichte van 2002 met een kwart omlaag. Oudshoorn wil dat de minister van Economische Zaken wordt aangewezen om dat te coördineren. Maar die moet daarvoor dan wel extra bevoegdheden krijgen.
Ook moet Nederland weer interessant worden als vestigingsland voor ondernemingen. In fiscale zin, maar ook in fysieke. “Er moet veel meer ruimte komen voor bedrijventerreinen en infrastructuur.”
Wat de ruimtelijke ordening en de deregulering betreft, had het kabinet-Balkenende goede bedoelingen, zegt Oudshoorn. Maar de lastenverlichting voor bedrijven had heel wat royaler gekund en voor de kenniseconomie had het kabinet nog veel te weinig aandacht. “Dat verwachten we wel in het nieuwe strategisch akkoord.”
Een meerjarig vervolg op het loonmatigingsakkoord voor 2003 is volgens Oudshoorn ook hard nodig. “Het bedrijfsleven kan alleen investeren wanneer het daarvoor de ruimte krijgt. Maar ook voor de pensioenproblematiek is loonmatiging cruciaal.”