Ze zit in twee commissies van het Europees Parlement. Oud SER-lid Ieke van den Burg (PvdA) houdt zich zowel bezig met sociale zaken en werkgelegenheid als met economische en monetaire zaken. “Ik heb heel bewust gekozen voor Europa, daar zit de dynamiek, vooral op sociaal-economisch terrein.”
Christel Witteveen
De laatste tijd is Van den Burg druk bezig geweest met de positie van uitzendkrachten. Euro-commissaris Anna Diamantopoulou lanceerde een nieuwe richtlijn om een betere balans te krijgen tussen bescherming van uitzendkrachten en de ontwikkeling van flexibele arbeidsmarkten in Europa. Van den Burg was er als rapporteur voor het parlement bij betrokken. De voormalig medewerker van de FNV diende amendementen in en zorgde uiteindelijk voor overeenstemming in het parlement.
“Als rapporteur kun je in het parlement veel invloed uitoefenen”, zegt Van den Burg. “Maar op dit moment blokkeert de Raad van Ministers het voorstel. Knelpunt is de gelijke behandeling van uitzendkrachten en medewerkers in vaste dienst. Vooral Engeland biedt weerstand. Dat land kent minder rechten voor werknemers.”
Persoonlijke bezoeken van de Engelse minister en staatssecretaris aan Van den Burg konden de impasse niet doorbreken.
“De uitzendsector staat achter mijn voorstel voor gelijke behandeling, net als het parlement. Maar over de hete hangijzers worden de beslissingen genomen door de ministers. Daarbij gaat het dan om de deals die de Europese regeringsleiders op het allerhoogste niveau met elkaar sluiten.”
In haar andere commissie, die van economische en monetaire zaken, is ze veel tijd kwijt aan het zogenoemde groei-initiatief.
Onder invloed van het Italiaanse voorzitterschap stelt de Europese Commissie voor om maar liefst zestig miljard euro uit te trekken voor aanvullende publieke investeringen in infrastructuur, onderzoek en innovatie.
Officieel is Van den Burg in deze commissie slechts plaatsvervangend lid. Dat wil zeggen dat ze wel volwaardig meedraait, maar dat ze niet mee hoeft te stemmen als alle leden aanwezig zijn. Een zeldzame gebeurtenis en haar hand gaat bij de meeste stemmingen dan ook gewoon omhoog. De commissie oefent grote invloed uit op het monetaire beleid en op de wetgeving voor de financiële markten. “In de vakbeweging hield ik me ook al wel bezig met macro-economisch beleid”, zegt Van den Burg. “Nu ben ik veel actiever betrokken bij ontwikkelingen op de financiële markten. Interessante materie, want er is ook een sociaal belang bij goed functionerende financiële markten.”
Verworpen Van den Burg schreef een rapport over het toezicht op grensoverschrijdende financiële instellingen. Daarin had ze het liefst gepleit voor een Europese toezichthouder. Helaas kon ze daarvoor geen meerderheid in het parlement vinden. Dus is er voorlopig afgesproken om meer samenwerking tussen de instellingen op een lager niveau te stimuleren.
Corporate Governance, oftewel ‘goed ondernemingsbestuur’, is een ander onderwerp waar haar commissie veel tijd aan besteedt. Wat Van den Burg stoort, is dat de Nederlandse Euro-commissaris Bolkestein onder dezelfde noemer de macht binnen ondernemingen naar de aandeelhouders probeert te verschuiven. “Je ziet dat aan de nieuwe overnamerichtlijn. In het jaar 2000 heeft het parlement het eerste voorstel van Bolkestein verworpen. Nu ligt er een nieuw voorstel. Ik ben bezig met besprekingen om in die nieuwe richtlijn bepalingen over de rechten van werknemers op te nemen. In Nederland hebben we al een wettelijke regeling die bepaalt dat partijen bij een overnamebod ook de ondernemingsraad moeten raadplegen. Ik zou het prachtig vinden als die bepaling voor heel Europa zou gelden. Ook hier is Engeland weer tegen. Ik hoop dat we er nu wel een fundamenteel debat over kunnen voeren.”
Jammer
Van den Burg constateert dat er weinig informatie over Europa doorsijpelt naar Nederland. “Wel zie ik dat het Financieele Dagblad goed op de hoogte is over wat er zich in Europa afspeelt. En het bedrijfsleven toont veel interesse. Die investeren veel meer in Europa dan Nederlandse politici. In Den Haag denkt men nog wel eens dat dat het centrum is waar alles gebeurt. Onlangs woonde ik het overleg bij van de Tweede Kamer met minister Zalm over het stabiliteitspact. Terwijl Nederland nog discussieert over de vraag of Zalm naar de rechter moet stappen omdat Duitsland en Frankrijk zich niet houden aan de gemaakte afspraken, is de discussie in Europa al mijlen verder. Nederland reageert nogal eens vanuit een sfeer van wantrouwen terwijl het veel effectiever is om proactief op te treden, bijvoorbeeld door meer te kijken naar hoe het groei-initiatief een oplossing kan bieden.”
De besluiten die op Europees niveau worden genomen zijn volgens de Europarlementariër zeer bepalend voor de Nederlandse economie, ook al halen ze lang niet altijd de Nederlandse media. En aan de discussies die daar aan vooraf gaan besteden de media helemaal weinig aandacht. Van den Burg: “Dat is jammer. Nederland zou veel meer invloed uit kunnen oefenen. De geringe aandacht kan er zelfs toe leiden dat veel mensen bij een referendum zich tegen Europa keren. Eigenlijk moeten we proberen om dat referendum aan te grijpen om meer inhoudelijke aandacht voor Europa te krijgen.”
Overlegcultuur in het Europarlement In totaal zitten er 31 Nederlandse Europarlementariërs in het Europees Parlement. Ieke van den Burg, die in 1999 aantrad, is een van de zes afgevaardigden die namens de PvdA deel uitmaken van de fractie van de Europese Sociaal-Democraten. Samen met twee medewerkers houdt Van den Burg kantoor in het gebouw van het Europese Parlement in Brussel. Daarnaast beschikt ze over een medewerker in Den Haag. In haar huidige werk heeft ze veel aan de ervaring die ze opdeed met de overlegcultuur binnen de SER, waarvan ze van 1988 tot 1997 lid was.
“In de Raad van Ministers maakt iedereen zich vooral druk om nationale belangen, maar in het Europees Parlement heerst vooral een overlegcultuur. We moeten continu compromissen sluiten omdat we in Europa nou eenmaal globaal bezig zijn. Wat is nou het nationale belang van iedereen? Een sterk Europa toch? Daarom heeft uiteindelijk iedereen baat bij samenwerking en goed overleg.”
Standplaats Brussel (4)
Een flink deel van het Nederlandse sociaal-economisch beleid komt uit Brussel. De ingewijden weten dat natuurlijk al lang maar tot het grote publiek dringt dat maar langzaam door. In deze serie laten we mensen aan het woord die dagelijks in Brussel zien hoe het Europees beleid tot stand komt en die er zelf vaak nauw bij betrokken zijn.