Home | Publicaties | SERmagazine | 2002 | september2002 | Het nieuwe Productschap Dranken: voorlopig "Living Apart Together"

Voorlopig "Living Apart Together"

Het nieuwe Productschap Dranken
 
Vooralsnog hebben ze een LAT-relatie, maar samenwonen ligt wel degelijk in de planning. Dat wil zeggen, op termijn, want de commissies Bier, Frisdranken en waters, Gedistilleerd en Slijters - voorheen afzonderlijke schappen en sinds kort samen het Productschap Dranken – hebben net hun fusie voltooid en willen eerst aan elkaar wennen. Een goed idee, vindt hun voorzitter Ben van Zweden. “Want eigenlijk is dit een verstandshuwelijk”.

Thessa Bos

Met een spreekwoordelijke traan in het oog en een snik in de stem gaf mevrouw Rempt-Halmmans de Jongh op 1 juli het officiële startsein voor het Productschap Dranken. Eigenlijk zou ze zelfs ‘halleluja’ moeten uitroepen nu het eindelijk zover was, vond het oud-Kamerlid. Men had immers lang moeten wachten op het productschap.

Als voorzitter van de Adviesgroep Hergroepering Bedrijfslichamen stond Rempt aan de wieg van het Productschap Dranken. De adviesgroep ging als gevolg van de wens van de Tweede Kamer om het aantal product- en bedrijfsschappen te beperken in april 1997 aan de slag met een plan om het aantal bedrijfslichamen terug te brengen van 38 naar 18. Een half jaar later bood de adviesgroep haar rapport aan toenmalig SER-voorzitter Klaas de Vries aan, waarin zij onder meer voorstelde het Productschap Bier, het Productschap Wijn, het Bedrijfschap Frisdranken en Waters, het Productschap voor Gedistilleerde Dranken en het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken te laten fuseren. Destijds verwachtte men dat de fusie voor januari 2000 rond zou zijn. Een grove onderschatting.

Lastpakken

Het samenbrengen van de verschillende product- en bedrijfsschappen bleek ingewikkelder dan gedacht. De meeste schappen hadden na verloop van tijd vrede met de op handen zijnde fusie, maar er zaten – in de woorden van Rempt – ‘ook een paar lastpakken bij’. “En drie keer raden wie”, vroeg het oud-Kamerlid met een glimlach. Niemand leek verbaasd toen zij het Productschap Bier en het Productschap Wijn noemde.

Ook Ben van Zweden niet. Dat het Productschap Bier en het Productschap Wijn zo ‘lastig’ waren, wijt de voorzitter van het spiksplinternieuwe Productschap Dranken en voormalig voorzitter van het Bedrijfschap Slijters aan de achtergrond van deze schappen. “Het bierwereldje is een heel eigen wereldje. Het is een old boys network van een tiental bierbrouwerijen dat heel tevreden was met de situatie zoals hij was.”

“Wijn is weer een heel ander verhaal,” vervolgt Van Zweden. “Tot ’93 was Wijn een commissie die onder het Hoofdproductschap Akkerbouw viel. Ze hebben toen de status van productschap gekregen. Het is wel erg jammer dat ze niet meedoen in het nieuwe productschap. Immers, alle dranken in één schap geeft nog meer de kracht van bundeling weer.” Het Productschap Bier legde zich wel, na lang tegenspartelen, neer bij de fusie.

Commissies

Omdat de schappen zo zelfstandig mogelijk wilden blijven, ging men op zoek naar de meest geschikte opzet voor het Productschap Dranken. Er werd gekozen om vier commissies in het leven te roepen waarin de oude schappen binnen het Productschap een groot deel van hun oude taken kunnen voortzetten.

“Toen ze eenmaal de garantie hadden dat hun zelfstandigheid grotendeels zou worden gewaarborgd, kwam het accent meer te liggen op het gemeenschappelijk belang. Vanaf dat moment ging het wel wat sneller,” vertelt Van Zweden. “Feit bleef echter dat de verschillende organisaties allemaal hun belangen veilig wilden stellen en dat kost nu eenmaal tijd.”

Ook het vormen van een bestuur voor het nieuwe productschap was een tijdrovende klus volgens Van Zweden. “Als we een paritair bestuur hadden gevormd, kwamen we op zo’n veertig tot zestig bestuursleden. Dat wilden we niet, omdat we de commissies zo zelfstandig mogelijk wilde laten opereren. Het heeft lang geduurd voordat we een oplossing vonden waar iedereen het mee eens was.” Uiteindelijk slaagde het productschap erin het bestuur te beperken tot tien personen die zowel de industrie als de groothandel en de detailhandel vertegenwoordigen. Het laatste grote struikelblok was hiermee overwonnen.

Eén stem

Nu het zover is, ziet Van Zweden veel uitdagingen weggelegd voor het Productschap Dranken. “Al is er in het verleden al veel gedaan op het gebied van verantwoord alcoholgebruik, er moet nog steeds veel gebeuren. We zullen daarom ook als Productschap Dranken prioriteit blijven geven aan het voorkomen van onverantwoord alcoholgebruik,”zegt Van Zweden. De Stichting Verantwoord Alcoholgebruik (STIVA), een platform waarin de schappen die met alcohol te maken hebben zich al jaren inzetten voor verantwoord alcoholgebruik, zal blijven bestaan. “Dit platform, waar ook het Productschap Wijn deel van uit maakt, voert een zoveel mogelijk op doelgroepen gericht beleid. We richten ons bijvoorbeeld specifiek op alcohol in het verkeer of op jeugd en alcoholgebruik. In dat kader sponsort de STIVA bijvoorbeeld programma’s op middelbare scholen die kinderen ‘nee’ leren zeggen tegen ‘slechteriken’ als roken en drinken.” Van Zweden is overigens van mening dat drank helemaal geen slechterik is. “Anders dan bij roken is matig alcoholgebruik niet ongezond. Elke sigaret die je opsteekt is er een te veel, maar dat geldt niet voor een biertje, wijntje of likeurtje.”

Behalve alcoholgebruik, zal ook het milieu een van de pijlers van het productschap gaan vormen. “De commissies zijn trots op wat er de afgelopen jaren is bereikt met bijvoorbeeld de glasbakken, maar er is nog veel te doen op het gebied van stank- en geluidsoverlast en zwerfafval.” Het productschap zal daarnaast veel aandacht besteden aan de juiste toepassing van het statiegeldinstrument voor bier, frisdranken en waters. Dat geldt ook voor kwaliteitszorg. “Een productschap moet zich altijd bewust zijn van zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde diensten en producten. Zeker in een tijd waarin het ene na het andere schandaal op het gebied van voedselveiligheid de kop opsteekt.” Dat de verschillende sectoren dergelijke onderwerpen nu als een bedrijfslichaam aanpakken, ziet Van Zweden als een groot voordeel. “We spreken nu met één stem en staan daardoor sowieso een stuk sterker. Bovendien kunnen we als Productschap Dranken veel efficiënter en professioneler te werk gaan.”
SER-bulletin september 2002

Inhoudsopgave