De collectieve arbeidsovereenkomst moet een belang blijven dienen dat breder is dan dat van de partijen die hem sluiten. Zolang dat gebeurt, heeft de CAO nog duidelijk toekomst. Dat zei minister Aart Jan de Geus van Sociale Zaken begin deze maand op het symposium dat de Stichting van de Arbeid organiseerde naar aanleiding van de 75e verjaardag van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst.
Jan Buevink
Volgens De Geus heeft de CAO zijn waarde in de afgelopen jaren meer dan bewezen. Niet alleen als middel om de arbeidsrust te bewaren maar ook om een balans te vinden tussen het eigenbelang van werkgevers en werknemers en het Landsbelang. “Eigentijdse CAO’s kunnen die functies nog lang blijven vervullen.”
Dat er discussie gevoerd wordt over de modernisering van de CAO is volgens hem alleen maar goed. Maar die discussie hoeft dan niet te gaan over de vraag of de vakbeweging bij de onderhandelingen nog wel voldoende werknemers vertegenwoordigt. Daarmee reageerde hij op opmerkingen van voorzitter Jacques Schraven van VNO-NCW die begin augustus in het Financieele Dagblad stelde dat werkgevers wellicht beter met ondernemingsraden zouden kunnen onderhandelen in plaats van met de vakbeweging die een te kleine achterban zou vertegenwoordigen.
“Die discussie is voor mij niet aan de orde”, zei de minister. De steun voor de vakbeweging is groter dan het aantal leden doet vermoeden en bovendien kan iedere werknemer die invloed op de CAO wil lid worden. “Wie on-Nederlandse eisen aan de representativiteit van de vakbeweging stelt, moet er rekening mee houden dat de vakbeweging op sommige plaatsen verdwijnt. Maar ook dat ze op andere plaatsen geradicaliseerd terugkeert.”
Solidariteit Hoogleraar sociaal recht Antoine Jacobs van de Universiteit van Tilburg zag de toekomst van de CAO in Nederland heel wat minder rooskleurig dan de minister. Volgens hem heeft de collectieve arbeidsovereenkomst zijn langste tijd gehad. Over een jaar of vijftien zal een groot aantal bedrijven het zonder CAO doen. In vier op de vijf ondernemingen, zo is zijn schatting, zal de CAO vervangen zijn door personeels-handboeken die vooral door de bedrijfsleiding worden opgesteld. Hij verwees naar de Verenigde Staten waar nu al zo’n tachtig procent van de werknemers niet onder een CAO valt. Een aantal jaren terug was dat de helft. In Duitsland is dezelfde ontwikkeling gaande, vooral in de oostelijke deelstaten.
Minister De Geus liet meteen weten dat hij een dergelijke ontwikkeling niet wenselijk vond. “Als je in een land moet leven zonder CAO zit je ook in een land zonder solidariteit.” Volgens De Geus zijn de belangrijkste argumenten die driekwart eeuw geleden golden voor het afsluiten van de eerste CAO’s nog steeds actueel: deskundigheid bij onderhandelingen, bescherming van de zwakste partij en grotere zekerheid over de kosten voor de werkgever en over het loon voor de werknemer.
VVD-leider Zalm zei dat hij ook fan van de CAO was. Maar hij benadrukte nog eens dat de regering er niet toe moet overgaan om een CAO algemeen verbindend te verklaren als de inhoud ingaat tegen het kabinetsbeleid. “Een minister van sociale zaken moet zich meer dan twee keer achter de oren krabben voordat hij een loonsverhoging van meer dan tweeënhalf procent als algemeen verbindend oplegt.”
Spaanders Volgens veel bezoekers van het symposium zouden de CAO’s wel beter kunnen. Enerzijds door meer maatwerk te bieden, anderzijds door minder centraal te regelen.
“Afspraken over zorg hoeven in het midden en klein bedrijf echt niet in een CAO geregeld te worden”, zei Berta Verhoeven, werkgeversonderhandelaar in de metaalsector. “Een MKB-er regelt dat gewoon zelf met zijn werkgever.”
“Maar hoe kan het dan dat onze juristen hun handen vol hebben aan kwesties uit het midden en klein bedrijf?”, informeerde CNV-voorzitter Doekle Terpstra.
“Waar gehakt wordt vallen spaanders”, antwoordde MKB-voorzitter Hans de Boer. “Er zal best eens wat misgaan maar over het algemeen gaat het goed. We zitten de CAO’s te veel op te tuigen met mooie dingen. Ik hoor van mijn achterban: spreek niet te veel af want daar kunnen wij niet mee werken. Daarmee maken wij het leven te zuur voor de decentrale partijen.”
FNV-voorzitter Lodewijk de Waal gaf toe dat hij in de tijd toen hij nog over CAO’s onderhandelde ook niet altijd las wat op centraal niveau was besloten. “Je gaat echt niet al die aanbevelingen lezen, maar ze beïnvloeden natuurlijk wel de thema’s waar je mee bezig bent.” Dat er soms wel wat dor hout in CAO staat, wilde hij meteen toegeven. “Maar dat betekent niet dat het een verouderd instrument is.”
...En het overleg gaat voort..., Werken aan arbeidsverhoudingen
Stichting van de Arbeid, Den Haag 2002. 184 pp.
prijs € 15,- Te bestellen bij de Afdeling Verkoop, tel. 070 - 3 499 505
Insiders schrijven jubileumboek Pensioenen, inkomens, ouderen, ziektekosten, arbeidsomstandigheden. Zo’n beetje alles waarover het tijdens CAO-onderhandelingen kan gaan, komt wel aan bod in de bundel
En het overleg gaat voort, werken aan arbeidsverhoudingen , die op het symposium werd gepresenteerd.
Er staan artikelen in van medewerkers van de centrale werkgevers- en werknemersorganisa-ties die in de stichting vertegenwoordigd zijn. De meeste stukken werden al voor de zomer geschreven. Vandaar dat de woorden van VNO-NCW-voorzitter Jacques Schraven die begin augustus suggereerde om de CAO-onderhandelingen in het vervolg met de ondernemingsraden te voeren in plaats van met de vakbonden nog weinig weerklank vinden.
Alleen coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid Henk van der Kolk van de FNV had blijkbaar een latere deadline. Fijntjes wijst hij erop dat als bedrijven in de toekomst meer zaken met hun eigen werknemers gaan doen en minder leunen op centrale afspraken, dat niet alleen gevolgen zal hebben voor de vakbeweging maar ook voor de werknemersorganisaties. “Als bedrijven straks dat werk zelf gaan doen, zullen ze zich ongetwijfeld afvragen waarom ze nog contributie betalen.”
De vroege deadline zorgde er ook voor dat er bij het schrijven van de bijdragen nog veel onzekerheid was over de vraag hoe de politieke situatie eruit zou zien bij het verschijnen van de bundel. Dat er een rechts kabinet zou komen, was al wel duidelijk. VNO-NCW directeur Jan Willem van den Braak merkt in zijn bijdrage op dat in het verleden de arbeidsverhoudingen tijdens centrum-rechtse kabinetten beter waren dan tijdens de centrum-linkse. Maar hij voegt er meteen aan toe dat dat natuurlijk geen garantie is voor de toekomst.
Alle deskundigen die in de bundel aan het woord komen, zijn ook betrokkenen. Dat heeft als voordeel dat ze goed op de hoogte zijn. Maar een lezer kan zich af en toe ook afvragen of ze wel het achterste van hun tong laten zien. Voor de afwisseling was het ook prettig geweest om een deskundige buitenstaander aan het woord te laten.