Home | Publicaties | SERmagazine | 2002 | december 2002 | Brede of smalle duurzame ontwikkeling?

Duurzaamheid: dat gaat toch over milieu?

Duurzaamheid. Heeft dat alleen met milieu te maken? Of ook met bijvoorbeeld armoedebestrijding, zorg en onderwijs? Over deze vragen discussieerden wetenschappers, ambtenaren en vertegenwoordigers van verschillende belangenorganisaties met twee voormalig co-voorzitters van het Nationaal Platform Johannesburg 2002 in het SER-gebouw. Het debat op 22 november was georganiseerd door de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) en de SER.

Mariek de Valk

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bracht onlangs – evenals overigens de SER – een rapport uit over duurzame ontwikkeling ( www.wrr.nl ; publicatienr. 62).
De WRR bepleit het begrip duurzaamheid te beperken tot de ecologische invalshoek. De auteurs van het rapport, Cock Hazeu en Jan Schooneboom, vinden dat het begrip te ver is opgerekt en daardoor inhoudsloos dreigt te worden.
Schooneboom: “Het zet de deur open voor enorm opgetuigde beleidsvoorbereiding, waarin alles met alles samenhangt. Het milieu dreigt hierdoor echter onder te sneeuwen. We moeten daarom de duurzaamheidsdiscussie weer back to basic brengen. De milieubeleidsagenda is al breed genoeg.”
Hazeu: “Door die brede opvatting van duurzaamheid krijg je dat verschillende partijen zeer uiteenlopende beelden hebben van waarover het zou moeten gaan. De arme landen denken vooral aan armoedebestrijding en de westerse landen aan het milieu.” Hazeu waarschuwde dat een ruime interpretatie kan leiden tot freeriders-gedrag.
Hij bepleitte te starten met internationale bestuurlijke samenwerking op kleinere schaal en op grond van een gezamenlijk probleem, zoals de waterhuishouding of het gebruik van hardhout. Die landen hebben elkaar wat te vertellen, aldus Hazeu, en kunnen van elkaar leren.

De twee voormalige co-voorzitters van het Nationaal Platform Johannesburg 2002 ( www.johannesburgsummit.org ) waren het hier niet mee eens. Hans Opschoor – milieu- en ontwikkelingseconoom – stelde dat milieuproblemen niet los te koppelen zijn van sociale problemen. Hij noemde daarnaast een praktisch argument: “Je krijgt ontwikkelingslanden niet om de tafel voor ecologische vraagstukken, als er niet ook over armoede wordt gesproken.” En ook Irene Dankelman – van huis uit ecologe – was van mening dat ecology niet zonder equity kan. Zij vond een geïntegreerde benadering heel belangrijk. “Je moet niet alleen focussen op de economie, maar ook op andere dimensies. Bovendien moeten we ons meer richten op de lange termijn. We hebben nog een lange weg te gaan voor echte transities.”

SER-voorzitter Herman Wijffels sloeg een brug tussen beide standpunten. Hij vond dat we in de afgelopen eeuw veel bereikt hebben op het gebied van welvaart en emancipatie. “Echter, we gingen ons steeds meer specialiseren en verkokeren, waardoor we oogkleppen kregen voor ecologische belangen. De industriële omgang met de natuur heeft grote ecologische problemen gecreëerd. En door de emancipatie zijn we ons vragen gaan stellen over het leven zelf en de kwaliteit ervan. Het gaat er daarom op dit moment niet om de definitie in te perken. Het is noodzakelijk de verschillende aspecten van beleid met elkaar in samenhang te zien. Daarom ben ik voor een breed welvaartsbegrip, dat niet alleen over het bruto nationaal product gaat, maar ook over het welbevinden en ecologische aspecten.” Wijffels vond echter dat de WRR wel een punt scoorde met de constatering dat er geen scherpte in het document van Johannesburg zit, omdat er geen keuzes in worden gemaakt.
(Zie hiervoor ook het SER-advies Nationale Strategie voor duurzame ontwikkeling, 02/07). Maar het WRR-standpunt vond hij wat ver gaan, een ‘overreactie’. In het WRR-advies miste hij de noodzaak van samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen.
Wijffels betoogde dat duurzame ontwikkeling primair een maatschappelijk proces is dat van onderop wordt opgebouwd. De overheid kan dit stimuleren door belemmerende regelgeving op te heffen, door te faciliteren en door te codificeren. Hij vond dat het volgende kabinet duurzame ontwikkeling als centraal thema moet nemen. Alle beleid, ook het bestaande, zou jaarlijks getoetst moeten worden aan de Triple P (People, Profit, Planet).

SER-bulletin december 2002

Inhoudsopgave