SER-advies over arbeidsmobiliteit
Een Europa zonder grenzen. Een Europa waarin burgers zich vrij kunnen bewegen en werknemers onbegrensd kunnen werken. Dat is het politieke ideaal. Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. De belemmeringen voor Europese arbeidsmobiliteit belicht.
Jos Bus
“Een Duitse dierenarts komt in Nederland werken en wil zich hier ook verzekeren tegen ziektekosten. Wat zegt de particuliere verzekeraar? ‘Wij weigeren u.’ Omdat hij in het buitenland woont, niet omdat hij buitenlander is, dat zou discriminatie zijn. We hebben er in het Europese Parlement vragen over gesteld. Het blijkt dat de verzekeraar in zijn recht staat. Als ik een Belgische brandverzekeraar vraag om mijn Nederlandse huis te verzekeren, doet hij dat ook niet. Dus zo raar is het niet, maar dergelijke verzekeringskwesties bevorderen de Europese arbeidsmobiliteit natuurlijk niet.” Aan het woord is Ger Essers, consulent bij FNV/Eures. In het zuiden van Limburg komen er dagelijks, voornamelijk Belgische en Duitse, werknemers bij hem langs met grensoverschrijdende arbeidsperikelen. Samen met de Limburgse werkgeversvereniging schreef Essers een vuistdikke handleiding met adviezen voor werkgevers die Europese werknemers willen aantrekken.
“Wat moet onze dierenarts nu doen? Hij blijft gewoon bij z’n Duitse verzekeraar. Voor hem en zijn dochter samen betaalt hij zo’n fl 800,- premie per maand. In Nederland is hij tegelijkertijd verplicht verzekerd volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektenkosten (AWBZ). Daarvoor draagt hij jaarlijks fl 4.000,- af. Hij is dus dubbel verzekerd tegen ziektekosten en betaalt dus dubbele premie. Het spreekt voor zich dat zoiets niet uitnodigt om in ons land te komen werken. Dat is jammer want hier in het zuiden is een groot tekort aan dierenartsen. Minister Borst heeft een politieke ‘oplossing’ bedacht: buurlanders zoals de dierenarts worden ondergebracht in de Standaard Pakket Polis. Deze zogenaamde kneuzenpolis is echter ontoereikend. Het is geen ziekenfondsverzekering en eigenlijk ook geen particuliere polis: het is een soort muilezel. Een betere oplossing was geweest om de Standaard Pakket Polis te definiëren als een wettelijke ziektekostenverzekering. Dan zou het onder de werkingssfeer vallen van EU-verordening 1408/71 en waren de problemen van de dierenarts en zijn gezinsleden opgelost.”
SER-advies Binnen de Europese Unie bestaat vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Althans op papier, dat wil zeggen volgens het EG-Verdrag uit 1975.
Dat betekent onder meer dat iedere burger van de Unie in elke andere lidstaat werk mag zoeken en aanvaarden. Maar in de praktijk is dat vrije verkeer van werknemers toch nog redelijk beperkt. Reden waarom de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de SER liet uitzoeken welke factoren de arbeidsmobiliteit belemmeren en hoe ze zijn weg te ruimen. In het advies ‘Arbeidsmobiliteit in de EU’ constateert de Raad een aantal arbeidsmobiliteit belemmerende manco’s in de Europese regelgeving en de uitvoering daarvan. Deze tekortkomingen liggen met name op het vlak van de verblijfsrechten voor werkzoekenden en voor werknemers met een kortdurend arbeidscontract. Verder is er het probleem van de erkenning en waardering van buitenlandse diploma’s en de afstemming van aanvullende pensioenregelingen in Europa. Ook constateert de SER dat de informatievoorziening over vraag en aanbod van arbeid in de EU niet optimaal functioneert.
Gijsbert Vonk, hoofd juridische zaken van de Sociale Verzekeringsbank en hoogleraar Sociaal Zekerheidsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, kan zich wel vinden in deze probleemanalyse. “Ik onderschrijf de hoofdconclusie dat er op het gebied van de sociale zekerheid juridisch gezien geen belemmeringen zijn voor de arbeidsmobiliteit. Wat wel problematisch blijft, is de aansluiting van het Europees sociaal verzekeringsrecht op het Europees fiscaal recht, het arbeidsrecht en het pensioenrecht. Bovendien zitten er knelpunten in de manier waarop die wetten in de praktijk worden toegepast. Werkgevers en werknemers stuiten dan vaak op allerlei bureaucratische hindernissen.” Toch wil Vonk niet verhelen dat er wel degelijk juridische manco’s zijn. “Binnen de socialezekerheidswetgeving is de uitsluiting van derdelanders van verordening 1408/71 een lel van een lacune, zoals ook het SER-rapport constateert. Wat houdt dat in? Het vrij verkeer van werknemers betreft uitsluitend EG-onderdanen. De vele miljoenen die wel op Europees grondgebied wonen maar niet de nationaliteit hebben van een Europese lidstaat genieten dat vrij verkeer niet. Turken en Marokkanen bijvoorbeeld. Dergelijke derdelanders zitten feitelijk opgesloten in dat ene land waar ze moeten verblijven. Ze zijn niet vrij om in een ander land te werken.
Een jaar geleden heeft de Europese Commissie het voornemen uitgesproken die lacune op te heffen. Ik verwacht echter dat het bij een voornemen zal blijven. Als puntje bij paaltje komt zal de politiek toch erg terugschrikken, denk ik. Dat is jammer want zo bedreigend hoeft het helemaal niet te zijn. Door de Europese grenzen ook open te stellen voor derdelanders die permanent in de EU gevestigd zijn, wordt de noodzaak om werknemers van buiten de EU aan te trekken kleiner. Dat kan echt een voordeel zijn van de uitbreiding van verordening 1408/71.”
Flexibel
Vonk is een jurist van het praktische soort. Hij verwacht niet dat de mobiliteitsproblemen zijn op te lossen met één sluitend Europees wetgevingssysteem. “Ik geloof niet dat de arbeidsmigratie in Europa enorm toeneemt wanneer er geen juridische belemmeringen meer zouden zijn. Maar het is ook een principiële kwestie: het kan gewoon niet zo zijn dat je als EU-burger tegen allerlei rare blokkades oploopt. Op het gebied van pensioenen is het evident dat de Europese regelingen niet op elkaar aansluiten. Maar soms zijn er onverwachte effecten. Bijvoorbeeld omdat het fiscaal recht niet aansluit bij het sociale zekerheidsrecht en het arbeidsrecht. Al die rechtsgebiedjes zijn verkokerd, ze houden weinig rekening met elkaar. Begrijp me goed, ik pleit absoluut niet voor een Politbureauachtig Europees wetgevingssysteem dat met straffe hand wordt opgelegd. Zo’n stelsel sluit eenvoudigweg niet aan bij de behoeften van de samenleving. Tot op zekere hoogte zal het dus altijd zo blijven dat de Europese wetgeving niet volledig aansluit op die van de lidstaten. Juist daarom moet er serieus worden nagedacht over het scheppen van een soepel coördinatiemechanisme op Europees niveau. Dat mis ik nog een beetje in het SER-advies. Het gaat wat mij betreft nog te veel uit van de bestaande schotten tussen de verschillende rechtssystemen. Ik denk dat het afbreken van die schotten een grote vooruitgang zal betekenen.”
Daarnaast vindt Vonk dat de Europese regelgeving niet moet werken met dwingende oplossingen. “De Europese verordening van de Sociale Verzekeringswetgeving bevat bijvoorbeeld regels die bepalen waar je verzekerd bent als je naar een ander land gaat. Het mooie van deze regeling is dat er een bepaling in is opgenomen dat de sociale verzekeraar, in het belang van de uitkeringsgerechtigde, een andere Europese wetgeving kan aanwijzen. Dat kan op het moment dat het helemaal verkeerd uitpakt. Bijvoorbeeld doordat de werknemer te veel premies moet betalen of onverzekerd zou raken. In zo’n geval kan de verzekeraar besluiten om niet de Nederlandse maar bijvoorbeeld de Duitse wetgeving toe te passen. De hele regelgeving is per slot van rekening bedacht om werknemers te helpen. Als het in de praktijk echter niet zo loopt, moet je daar flexibel mee om kunnen gaan.”
Koudwatervrees Blijkbaar is de Europese Commissie zich ook bewust van de alledaagse hindernissen voor mobiele werknemers. Om praktische werkbarrières te verzachten heeft ze een adviesnetwerk van vierhonderd consulenten opgericht, Eures genaamd (European Employment Services). Met name in de grensgebieden van Groningen tot aan Limburg bemiddelen Euresconsulenten voor de Euregionale arbeidsmarkt. FNV’er Ger Essers is een van die consulenten. De term ‘mobiliteitsproblemen’ gebruikt hij niet graag. “In feite zijn er niet echt problemen. Wel is de regelgeving vrij complex en heb je te maken met volstrekt verschillende belasting-, sociale verzekering- en pensioenstelsels. Werkgevers en werknemers raken daar makkelijk in verstrikt. Maar als je eenmaal de juiste wegen en procedures kent, kom je er wel uit.” Essers verwijst Nederlandse werkgevers die Duitse of Belgische werknemers willen aantrekken regelmatig door naar Lambert Weijs van Start Uitzendbureau. Weijs: “Wij hebben in onze organisatie mensen vrijgemaakt die de Duitse cultuur goed begrijpen en die zijn ingevoerd in het formulieren- en formaliteitencircuit. Het eerste half jaar detacheren we een buitenlandse werknemer bij het bedrijf. In die tijd kan hij dan de Nederlande taal leren en wennen aan het bedrijf en de collega’s. En andersom: de Nederlandse collega’s en de werkgever zien dan ook wat voor vlees ze in de kuip hebben. Als het over en weer bevalt, kan het bedrijf een jaarcontract of een vaste baan aanbieden. Dan zitten wij er als uitzendbureau niet meer tussen. Die formule werkt goed. Met name in de beginfase hebben bedrijven namelijk nogal eens koudwatervrees. Niet in de laatste plaats omdat ze opzien tegen de bureaucratische beslommeringen. Van de zeshonderd bemiddelde Duitsers hebben er inmiddels honderdvijfenzeventig een vervolgcontract bij het bedrijf. Naar volle tevredenheid van iedereen: de werkgever, de Duitse werknemer en ook de Nederlandse collega’s.”
De liefde Zal het politieke ideaal van een Europese arbeidsmarkt met flexibel pendelende werknemers dan toch ooit worden bewaarheid? Essers denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. “Uiteindelijk is de taal de doorslaggevende factor, en die krijg je niet geharmoniseerd. In de praktijk blijkt dat mensen niet in het buitenland gaan werken omdat ze daar meer zouden kunnen verdienen. De Euregionale mobiliteit wordt vooral veroorzaakt door het aanbod van werk net over de grens. Daarbij spelen loonverschillen een beperkte rol. Wel is het zo dat er op de Duitse arbeidsmarkt aanbod aanwezig is, dat in Nederland schaars is. Daarnaast spelen subjectieve factoren een rol: Duitse grensarbeiders ervaren onze arbeidsverhoudingen als locker. Dat is een pre.
De ‘verre’ mobiliteit daarentegen wordt vooral bevorderd door toevalligheden. Bijvoorbeeld omdat er vrienden of familieleden wonen. Maar uiteindelijk is vooral de liefde voor een mede-Europeaan of voor het land de belangrijkste beweegreden.”
Meer info
Handboek grensarbeid Duitsland-Nederland. Handleiding voor P&O-functionarissen van Nederlandse bedrijven en instellingen. Redactie: G. Essers. Uitgave Euregio Rijn-Waal en Rijn-Maas-noord. Februari, 2001.
SER-advies
‘ Arbeidsmobiliteit in de EU ’