Home | Publicaties | SERmagazine | 2001 | januari 2001 | “De kranten stonden vol met fouten”

“De kranten stonden vol met fouten”

Kroonlid Kolnaar blikt terug op advies over ziektekosten 
 
Er lag een enorme druk op 'zijn' werkgroep die advies uitbracht over ziektekosten. Maar prof.dr. Ad Kolnaar wist de kalmte en de rust te bewaren. Eerdere ervaringen met heikele onderwerpen hebben hem gelouterd. En wijs gemaakt. "Vooral niet te lang vergaderen. Dat leidt tot niets."

Lourens Kluitenberg

Hij is niet bang dat hij in een zwart gat zal vallen. Hij is hooguit even aan een onderbreking toe. Dat komt eigenlijk wel goed uit, want prof.dr. Ad Kolnaar moet nodig zijn studeerkamer opruimen. En zin in een korte vakantie heeft hij ook wel. Toch blikt hij met een groot gevoel van tevredenheid terug op het advies over de gezondheidszorg, dat 15 december jongstleden unaniem door de SER werd aangenomen. Een evenwichtig en consequent plan, aldus Kolnaar die voorzitter was van de werkgroep.

Emoties
Het ‘adviestraject’ nam ongeveer 16 maanden in beslag. Redelijk lang, vindt Kolnaar. Maar het ging dan ook om een ingewikkeld en met emoties beladen onderwerp. Inmiddels is het kroonlid wel het een en ander gewend als het heikele vraagstukken betreft. Eerdere SER-adviezen over de WAO en over de kabinetsnota Structuur uitvoering werk en inkomen (SUWI) lagen eveneens erg gevoelig. Kolnaar denkt dat hij daar het nodige van heeft opgestoken. “Het is lastig om achteraf vast te stellen wat je er nou precies van leert. Ieder advies is natuurlijk anders. De onderwerpen verschillen, er zitten elke keer weer nieuwe mensen aan tafel en ook de omstandigheden lijken vaak niet op elkaar. Maar ik weet nu zeker dat je niet uren achtereen moet vergaderen. Dat is vrij zinloos.” De Tilburgse hoogleraar denkt nog wel eens met lichte tegenzin terug aan de bijeenkomsten van de commissie die het WAO-advies voorbereidde. Die vergaderingen liepen steeds meer uit. Op het laatst begonnen ze ‘s ochtends om half tien en eindigden ze laat in de avond. Uitgeput moest hij dan weer in de trein richting woonplaats Tilburg. Met een lachje: “In die tijd had ik geen lat- maar een traprelatie met mijn vrouw. Het werd vaak zo laat dat mijn echtgenote al in bed lag. Ze kwam dan boven aan de trap zitten. Kon ik haar nog even verslag doen van mijn belevenissen. We spraken elkaar in die dagen verder nauwelijks.”

Lang vergaderen levert meestal weinig op, weet Kolnaar uit ervaring. “Tweeënhalf uur is echt de limit. Dan heeft iedereen z’n zegje kunnen doen. Als je dan nog niet hebt verteld wat je op je lever hebt, dan deug je gewoon niet voor dit werk.” Uren achterelkaar op een stoel zitten heeft iets weg van een sportieve prestatie, meent Kolnaar. De conditie gaat dan de doorslag geven, in plaats van de argumenten. “De kans op ruzies is ook groter. Mensen raken natuurlijk geïrriteerd.”
Dat moet je niet hebben, want een goede sfeer in een commissie of werkgroep is erg belangrijk, benadrukt Kolnaar. Het lijkt een open deur, maar het kroonlid kan zich nog de bijeenkomsten herinneren van de commissie die jaren geleden advies uitbracht over het minimumloon. “De partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar. De spanning was vaak te snijden. Verschillende malen escaleerde het zo erg, dat mensen boos weg liepen uit de vergadering.
Ze joegen elkaar voortdurend in de gordijnen. Dat leidde uiteindelijk tot niets.”

Ontspannen
Gelukkig ging het er tijdens de vergaderingen van de werkgroep ziektekostenverzekeringen redelijk ontspannen aan toe. De leden konden het samen goed vinden. “Je raakt na een tijdje natuurlijk wel wat op elkaar uitgekeken”, erkent Kolnaar. “Je ziet elkaar zo vaak. En na enkele maanden ken je ieders standpunt ook door en door.” Hij vertelt het een beetje besmuikt, maar hij heeft enkele malen ‘stiekem’ een time-out ingelast. “Dat heb ik die anderen niet met zoveel woorden verteld. Het is soms goed als je elkaar even een tijdje niet ziet.”

Tijdens de officiële vergaderingen worden er plannen gesmeed en beslissingen genomen. Kolnaar hecht echter ook veel waarde aan het ‘informele overleg’. Dat is vaak de smeerolie van het besluitvormingsproces. Een telefoontje hier, een e-mailtje daar. Met specialisten uit het veld en met de mensen uit de werkgroep. “Mensen laten tijdens zo’n informeel contact eerder het achterste van hun tong zien. Zelf kan ik ook opener zijn, grenzen aftasten. Zonder dat ik meteen wordt afgerekend op wat ik zeg.”

Al met al was het een optimale teamprestatie, oordeelt het kroonlid. Met een belangrijke rol voor het SER-secretariaat van de werkgroep. Kolnaar steekt zijn bewondering niet onder stoelen of banken. “Die mensen hebben echt hard gewerkt. Vaak kwamen ze ook met slimme ideeën. Ik ben onder de indruk van hun prestaties.”
Ook de rol van de onafhankelijke kroonleden moet volgens hem niet worden onderschat. “Vooral als ze het onderling eens zijn. Dan kunnen ze een grote bijdrage leveren aan het vinden van oplossingen en het overbruggen van tegenstellingen. Bij dit advies speelden de kroonleden een belangrijke rol. De inbreng van onafhankelijke deskundigen van binnen en buiten de raad was van cruciale betekenis.”

Enormiteiten
Minder te spreken is hij over de aandacht van de media. De kranten schreven kolommen vol over ziektekosten. En bijna niemand deed dat zonder grote bokken te schieten. “Het is natuurlijk een ingewikkeld onderwerp”, stelt Kolnaar. “Dat vergroot de kans op fouten in de berichtgeving. Maar de enormiteiten die ik in sommige kranten ben tegengekomen gingen echt te ver! Er zijn flinke blunders gemaakt. Dan las ik weer een verhaal over een zogenaamd onderdeel van het SER-voorstel. Bleek dat wat de krant beweerde juist precies het tegenovergestelde was van ons plan.”
Zelfs toen de definitieve tekst voor iedereen beschikbaar was, bleef het fouten regenen. De grootste blunder hoorde de hoogleraar echter op radio 1. “Daar lieten ze een bekende Nederlander aan het woord die vreemde dingen beweerde over het SER-voorstel. Volgens de persoon in kwestie konden mensen zich voortaan niet meer verzekeren voor de huisarts. Ik denk niet dat deze persoon ons advies had gelezen.”
Ach ja, hij weet inmiddels wel hoe het werkt. Journalisten moeten snel publiceren en hebben daardoor nauwelijks tijd om zich in het onderwerp te verdiepen. Dat lees je terug in hun artikelen. Zo ontstond er nogal wat verwarring over de nominale premie. Oneerlijk voor mensen met weinig geld, oordeelden verschillende kranten. Kolnaar fijntjes: “dan vergaten ze toch vaak te vermelden dat ons plan voorziet in compensatie via de belastingen.” Voorzichtig manoeuvreren lijkt zijn devies als het om contacten met de media gaat. Het kroonlid heeft ook een broertje dood aan lekken naar de pers. Erg onverstandig, oordeelt hij.
”Dat moet je niet doen als je in een commissie zit of op een andere manier bij het proces betrokken bent. Het is erg slecht voor het onderlinge vertrouwen. Partijen gaan zich ingraven wanneer ze merken dat de ‘vijand’ vertrouwelijke informatie aan de media doorspeelt. Het bevordert de onderhandelingen niet. Het proces wordt onbeheersbaar.”
Kolnaar somt nog een nadeel op van ‘lekken’. “Omdat kranten veel fouten maken, bestaat er een grote kans dat de gelekte informatie niet goed wordt weergegeven. De informant moet dan met stoffer en blik achter de desbetreffende journalist aan om de brokstukken op te vegen. Dan heb je dubbel werk.” Helemaal vervelend is het als de achterbannen zich gaan baseren op de plannen die in de krant staan. Of de informatie klopt niet, of het betreft slechts een standpunt dat nog niet definitief is. “Zo kunnen door verkeerde indrukken ongewenste en voorbarige blokkades worden opgeworpen.”

Sterk verdeeld
De werkgroep bracht uiteindelijk een unaniem advies uit over de gezondheidszorg. Maar het was een dubbeltje op z’n kant. Pas twee dagen voor de raadsvergadering in december kreeg Kolnaar het gevoel dat het allemaal goed zou komen. “Halverwege het advies bleken de werkgevers onderling sterk verdeeld. Dat was wel verklaarbaar. Het maakt bij dit onderwerp nogal uit of je directeur bent van een ziekenhuis, een zorgverzekeringsinstelling of van een middelgroot bedrijf. De belangen kunnen per geval ver uiteenlopen. Dat beïnvloedt sterk je mening over hoe de gezondheidszorg er uit moet zien.”
De laatste maanden van het traject bleek dat de werknemers het niet voor honderd procent met elkaar eens waren. Vooral de ambtenaren zagen hun gunstige regelingen in gevaar komen. Met enige noodgrepen kon de werkgroep toch iedereen binnenboord houden.

Nu is het afwachten wat de politici met het voorstel doen. Tijdens de raadsvergadering waarschuwden verschillende sprekers het kabinet om niet te gaan shoppen binnen het advies. Dat zou het broze evenwicht flink kunnen verstoren. “Het plan vormt een samenhangend geheel”, legt Kolnaar uit. “Als je er slechts enkele onderdelen uitneemt, zal het bouwwerk instorten. Ik denk ook niet dat de sociale partners dat pikken. Je kunt niet willekeurig met delen van een zwaar bevochten compromis aan de haal gaan, zonder dat je de instemming van de betrokken partijen ontkracht. Zo vernietig je het oorspronkelijke draagvlak. Waarschijnlijk zijn die partijen ook geneigd om bij een volgend SER-advies de poot stijf te houden. Zijn ze minder bereid om hun nek uit steken. Geen goede zaak voor het overlegmodel.”

Het was een hele klus om tot een unaniem advies te komen, aldus kroonlid Kolnaar. “En ik ben tevreden dat het is gelukt.” Toch is een eensluidend advies voor hem niet heilig. “Je kunt ook verdeeld blijven over een onderwerp en daardoor een waardevolle bijdrage leveren. Omdat je het probleem scherper bent gaan zien en een goede analyse hebt gemaakt. Dan kun je duidelijk aangeven waar de knelpunten liggen als het gaat om het maatschappelijk draagvlak. Het kan dus heel leerzaam zijn om binnen een commissie van mening te verschillen.”

Uiteindelijk gaat het er volgens Kolnaar om wat het kabinet met het advies doet. Wanneer het grotendeels wordt overgenomen, is dat een gunstig teken. “Niet zozeer omdat de regering weer eens laat zien dat het de SER als adviesraad bijzonder serieus neemt. Nee, het zou vooral onderstrepen dat dit een goed en hecht doortimmerd advies is. En dat dit zo is, daarvan ben ik overtuigd. Dit advies gaat toch over belangrijke zaken, die tot nu toe voor grote verdeeldheid zorgden. Het is hoog tijd dat de wachtlijsten in de gezondheidszorg verdwijnen. En dat de solidariteit binnen het stelsel van ziektekosten wordt versterkt, zodat de dreigende tweedeling wordt bezworen.”
SER-bulletin januari 2001

Inhoudsopgave