Home | Publicaties | Overige publicaties | 2000 - 2009 | 2007 | Maatschappelijke stages

Maatschappelijke stages: een schat aan ervaringen

November 2007

Het SER-Jongerenpanel Maatschappelijke Stages is voorstander van de invoering van verplichte maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs. Zo kunnen alle scholieren ervaring opdoen met het leveren van een inzet voor de maatschappij. Wel moet voorkomen worden dat maatschappelijke stages regulier werk, beroepsgerichte stages of leerwerkplekken verdringen. De vormgeving van de maatschappelijke stage moet zoveel mogelijk aan de jongeren zelf worden overgelaten. Er is een grote variëteit aan stages mogelijk: in de zorg, maar bijvoorbeeld ook in de natuur, de sport, via een bedrijf, in de sociale sector of in het buitenland.

Download:Volledig rapport (695 kB)Samenvatting (208 kB)

Samenvatting

Aanleiding rapport
In dit rapport geeft het SER-Jongerenpanel zijn visie op het onderwerp maatschappelijke stage. Het Jongerenpanel is in het voorjaar van 2007 door het dagelijks bestuur van de SER ingesteld, als experiment om jongeren meer te betrekken bij het werk van de SER. Het Jongerenpanel is evenals de SER tripartiet samengesteld met ondernemers-, werknemersen onafhankelijke leden. Het rapport is gericht aan het kabinet.

Aanleiding voor dit rapport is het kabinetsvoornemen om een verplichte maatschappelijke stage in te voeren in het voortgezet onderwijs. Het kabinet wil dat jongeren tijdens hun schooltijd een maatschappelijke stage volgen, zodat ze kunnen “kennismaken met én een onbetaalde bijdrage leveren aan de samenleving”. Maar wat betekent dat voor jongeren? Wat hebben zij eraan? Wat zijn voor hen de consequenties van zo’n stage, op korte en langere termijn? Waaraan zou de stage moeten voldoen om voor jongeren zinvol te zijn? Invoering van een verplichte maatschappelijke stage voor alle scholieren in het voortgezet onderwijs heeft gevolgen voor het onderwijs, maar ook voor de economie en voor arbeidsorganisaties. Deze bredere sociaaleconomische context is voor het Jongerenpanel een extra reden om de invoering van een maatschappelijke stage onder de loep te nemen.

Doel maatschappelijke stage
Het Jongerenpanel vindt dat het doel van de maatschappelijke stage moet zijn dat scholieren ervaren wat het is om een bijdrage te leveren aan de samenleving, dat zij ondervinden wat het is om iets voor de maatschappij te doen zonder dat daar onmiddellijk een (financiële) vergoeding tegenover staat. Als de stagiair verder nog persoonlijk nut van de maatschappelijke stage heeft, is dat mooi meegenomen, maar dat is niet het primaire doel. Er is ook een duidelijk verschil met de beroepsgerichte stage: het oefenen van beroepsvaardigheden is geen primair doel van de maatschappelijke stage. Persoonlijk nut en een zekere beroepsvaardigheid zijn hooguit mogelijke positieve neveneffecten van de stage.

Keuzevrijheid scholier
Dat je als scholier een maatschappelijke stage moet lopen is verplicht, maar hóé je die invult, moet zoveel mogelijk aan de jongeren zelf worden overgelaten. Zij moeten zo veel mogelijk vrijheid krijgen bij de vormgeving van hun stage. Voor scholieren die zelf een stage hebben gevonden, georganiseerd of ingevuld moet er een stagereglement komen met heldere criteria. Overigens: als scholieren een stage willen lopen die buiten de kaders valt, dan moet dat met een goede motivatie kunnen. De keuzevrijheid van scholieren zou in de praktijk niet onredelijk mogen worden ingeperkt. Het Jongerenpanel stelt voor dat hieraan in tussentijdse evaluaties tijdens de invoeringsfase van de maatschappelijke stage aandacht wordt besteed.

Omvang en duur
Om aan zijn doel te kunnen voldoen moet de stage enige substantie hebben en niet te beperkt zijn, vindt het Jongerenpanel. Om scholieren zich goed te kunnen laten oriënteren op de samenleving, zou het moeten gaan om een aantal verschillende ervaringen. Dat betekent een stage die gespreid is over meerdere, achtereenvolgende leerjaren en die bestaat uit ten minste twee verschillende projecten. De maatschappelijke stage moet daarom volgens het Jongerenpanel minimaal 75 uur en maximaal 100 uur duren, gespreid over meerdere jaren en bestaan uit ten minste twee projecten. Het panel vindt bovendien dat de stage-uren als onderwijstijd moeten gelden.

Werkzaamheden
Scholieren mogen in het kader van hun maatschappelijke stage geen activiteiten verrichten die primair een winstoogmerk hebben; het mag alleen om concrete ‘maatschappelijke inzet’ gaan. Wel kan met een maatschappelijke stage ‘meegelift’ worden met het vrijwilligerswerk van werknemers in maatschappelijk betrokken ondernemingen. Verder moet voorkomen worden dat maatschappelijke stagiairs ‘gaten’ gaan opvullen die zijn ontstaan door tekort aan personeel. Van verdringing van regulier werk, beroepsvormende stages of leerwerkplekken mag geen sprake zijn.

Organisatie van de maatschappelijke stage
Allereerst wil het Jongerenpanel de scholen, vrijwilligersorganisaties en instellingen in de zorg- en welzijnssector geruststellen die vrezen dat ze in de toekomst overspoeld zullen worden door maatschappelijke stagiairs. De toename van het aantal vrijwilligers als gevolg van de maatschappelijke stage valt nogal mee: die groei is maar 4,2 procent tot 6,3 procent. Wie dit lage percentage ziet, hoeft niet zo bang te zijn dat de maatschappelijke stagiairs niet in het vrijwilligerswerk terechtkunnen.

Het Jongerenpanel vindt het belangrijk dat er gezocht wordt naar draagvlak en dat het draagvlak in stand wordt gehouden. Dit geldt met nadruk voor de invoeringsfase (tot 2011). Het Jongerenpanel adviseert medezeggenschapsraden, ouder- en scholierengeledingen te betrekken in deze fase. Daarnaast moet er regelmatig met alle betrokken partijen worden geëvalueerd. Zo kan er snel en effectief bijgestuurd worden.

Verder vindt het panel dat scholen zelf moeten kunnen bepalen in welke mate en hoe ze maatschappelijke stages coördineren en met wie en hoe ze daarbij samenwerken. Er moet wel een vast aanspreekpunt voor deze stages zijn binnen de school. Het panel wil ervoor waarschuwen dat er voor de maatschappelijke stage een heel nieuwe bureaucratie wordt opgetuigd. Voor zover samenwerkingsverbanden, coördinatoren, brigadiers en steunpunten zorgen voor een efficiëntere match tussen vraag en aanbod, is het inzetten daarvan aan te bevelen.

Inbedding in onderwijsprogramma
Het Jongerenpanel vindt dat de maatschappelijke stage (tot een maximum van 100 uur) tot de onderwijstijd gerekend moet worden en dat stages niet per se onder schooltijd gedaan hoeven te worden. De scholieren moeten een maatschappelijke stage ook in de avonduren of in het weekend kunnen vervullen. Die buiten schooltijd bestede tijd moet de stagiair kunnen compenseren, want deze stagetijd telt immers ook als onderwijstijd.
Als de stage als onderwijstijd geldt, is het volgens het Jongerenpanel het beste om deze voor rekening van een aantal vakken te laten komen en de stagetijd niet geheel ten koste te laten gaan van één vak.

Begeleiding
Het Jongerenpanel meent dat de begeleiding van de maatschappelijke stage door de school en de stageorganisatie beperkt kan blijven, omdat de stage bestaat uit eenvoudige, laagdrempelige stageactiviteiten. Wat de begeleiding betreft is het Jongerenpanel voorstander van een taakverdeling: 
  • De school biedt begeleiding voorafgaand en na afloop van de stage. De uren die worden vrijgemaakt voor de begeleiding moeten deel uitmaken van de contacturen van de docent. 
  • De stageorganisatie begeleidt op ten minste drie momenten tijdens de stage (het begin, halverwege en aan het eind). 
  • Ook ouders kunnen worden gestimuleerd om zich in te zetten voor de stage: als coach en aanspreekpunt van stagiairs of om stages te zoeken. 
  • De overheid moet scholen en stageorganisaties financiële middelen verstrekken, vooral om een goede organisatie van de stage op poten te zetten.

Waardering
Een geldelijke beloning voor de maatschappelijke stage vindt het Jongerenpanel niet gepast, gezien de doelstelling een bijdrage te leveren aan de samenleving. Wel is het van belang dat op de één of andere manier waardering voor en erkenning van de stagewerkzaamheden wordt gegeven. De waardering voor het werk tijdens de stage moet in elk geval blijken uit een certificaat van de stageorganisatie. Dit is een getuigschrift dat beschrijft waar, wanneer en voor hoeveel uur stage is gelopen. Omdat de maatschappelijke stages onder de onderwijstijd vallen, moeten scholieren ook studiepunten voor hun stage krijgen.

Keuzevrijheid scholen
Scholen moeten alle ruimte krijgen, binnen een kader met een beperkt aantal ijkpunten. Die ijkpunten zijn: 1) de stage is verplicht; 2) er moet sprake zijn van ‘maatschappelijke inzet’ voor minimaal 75 en maximaal 100 uur, verspreid over meerdere leerjaren; 3) in elk geval moeten scholieren de mogelijkheid hebben om van de criteria die door de school zijn bepaald, gemotiveerd af te wijken.

Scholen moeten kunnen kiezen voor een uitwerking die past bij hun maatschappelijke en onderwijsvisie, cultuur, scholierenpopulatie en het niveau van de opleiding. De school beoordeelt of de door de scholier voorgestelde stage als ‘maatschappelijke inzet’ of een ‘bijdrage aan de samenleving’ geldt. Wel wordt van de school gevraagd om de criteria hiervoor helder te omschrijven. Daaraan kunnen scholieren houvast hebben als ze zelf een stage bedenken.