Home | Publicaties | Overige publicaties | 2000 - 2009 | 2006 | Evaluatie adviezen en rapporten periode 2001-2005

Evaluatie adviezen en rapporten periode 2001-2005

26 april 2006
De doorwerking van SER-adviezen in de politieke besluitvorming is in het algemeen goed. Van de meeste adviezen volgt het kabinet de belangrijkste voorstellen en aanbevelingen.

Download:Volledige uitgave (36 kB)

Jaarlijks ontvangt u een evaluatie van de adviezen van het voorgaande jaar, in het bijzonder over de doorwerking van adviezen.
In deze notitie treft u een evaluatie van de adviezen en rapporten over de afgelopen vijf jaar (2001-2005) aan, zodat u inzicht krijgt in eventuele trends. De evaluatie sluit aan op de laatste meerjarenevaluatie over de periode 1996-2000, die is opgenomen in het rapport Werken aan draagvlak.1 In deze notitie zal waar mogelijk een vergelijking worden gemaakt met de resultaten uit deze evaluatie.

In de periode 2001 tot en met 2005 zijn in totaal 80 adviezen en rapporten (74 adviezen, twee CSED-rapporten en vier evaluaties) uitgebracht. 2 Bij de adviezen gaat het om raadsadviezen, adviezen van commissies die bevoegd zijn rechtstreeks aan bewindslieden te adviseren als ook om adviezen van de raad waarin hem primair als bestuursorgaan om advies is gevraagd. Tot de 74 adviezen behoren 13 briefadviezen3 van beleidsmatige aard.
In de bijlage treft u informatie over alle afzonderlijke adviezen en rapporten die sinds 2001 zijn verschenen. In het navolgende worden de adviezen, rapporten en evaluaties gezamenlijk aangeduid als ‘adviezen’.

Uit de verslagperiode 2001-2005 komen de volgende feiten naar voren:
  • gevraagde adviezen: 71 (89%), eigener beweging: 9 (11%). In vergelijking met de vorige verslagperiode is sprake van een tendens naar meer adviesaanvragen ten opzichte van adviezen eigener beweging; 
  • 76 adviezen zijn unaniem, waarvan 10 (13%) op hoofdlijnen unaniem. Vier adviezen (5%) zijn verdeeld. Er is sprake van een stijgende unanimiteit in de advisering ten opzichte van voorgaande jaren; 
  • gemiddelde doorlooptijd: 7,3 maanden. Ten opzichte van de vorige verslagperiode is de gemiddelde doorlooptijd wat langer geworden; 
  • 64 (80%) uitgebracht door de raad, 16 (20%) door commissies;
  • de meeste adviezen hebben betrekking op de terreinen: economisch structuurbeleid, sociale zekerheid en gezondheidszorg en internationaal sociaaleconomisch beleid;
  • de meeste adviezen zijn gericht aan de bewindslieden van het ministerie van SZW, gevolgd door EZ, VROM en Buitenlandse Zaken. Ook in de vorige verslagperiode waren de bewindslieden van SZW en EZ het meest geadresseerd, gevolgd door Justitie en Financiën. In toenemende mate vragen de Eerste en Tweede Kamer de SER om advies; 
  • doorwerking: bij de meeste adviezen volgt het kabinet de belangrijkste voorstellen en aanbevelingen van de raad.
  1. Werken aan draagvlak, Evaluatie van de adviestaak van de Sociaal-Economische Raad, 2001, p. 53-73. 
  2. Ook wordt soms gebruik gemaakt van een lichte vorm van advisering van een minister of staatssecretaris op SERcommissieniveau.
    Dit zogenoemde consultatief overleg kan plaatsvinden als alternatief van een advies, in het proces naar een advies of na afloop van een advies. Het consultatief overleg kan eventueel leiden tot het uitbrengen van een rapport, een advies eigener beweging of een briefadvies. 
  3. Deze vorm van advisering gebruikt de SER bijvoorbeeld om zijn standpunt snel onder de aandacht te brengen of voor onderwerpen die beperkt van omvang zijn.