Home | Publicaties | Overige publicaties | 2000 - 2009 | 2001 | SER-criteria voor de representatieve samenstelling van publiekrechtelijke colleges

SER-criteria voor de representatieve samenstelling van publiekrechtelijke colleges

juli 2001 

Bij of krachtens de wet moet de Sociaal-Economische Raad (SER) ten behoeve van de samenstelling van publiekrechtelijke colleges de representativiteit van organisaties van ondernemers en van werknemers beoordelen. Voorbeelden van dergelijke colleges zijn de raad zelf, de Kamers van Koophandel en Fabrieken en de besturen van product- en bedrijfschappen.
Bij de laatstgenoemde colleges moet de SER niet alleen de representativiteit van elk van de organisaties beoordelen, maar ook vaststellen of het college als geheel kan steunen op voldoende organisatorisch draagvlak van de zijde van ondernemers en werknemers. Deze brochure vat de criteria en procedures samen, die de SER hanteert voor het vaststellen en beoordelen van de representativiteit van organisaties en het draagvlak van bedoelde colleges.

Download:Volledige uitgave (126 kB)

Inleiding

In Nederland hebben ondernemers- en werknemersorganisaties zitting in tal van publiekrechtelijke instellingen. Zo zijn de Sociaal-Economische Raad (SER) op nationaal niveau en verscheidene organen op sectoraal en regionaal niveau samengesteld uit vertegenwoordigers van ondernemers en werknemers. Hoewel de taken van deze instellingen uiteenlopen, hebben zij gemeen dat privaatrechtelijke ondernemers- en werknemersorganisaties uitdrukkelijk een eigen functie in het publieke domein wordt toegedacht. Aan de samenstelling van deze colleges worden daarom ook representativiteitseisen gesteld.
Deze notitie gaat eerst in op de achtergronden van dergelijke colleges (paragraaf 2).
Vervolgens komt in paragraaf 3 de vraag aan de orde hoe de representatie van ondernemers- en werknemersorganisaties in deze colleges is geregeld. Welke organisaties komen daarvoor in aanmerking en hoe worden de beschikbare zetels verdeeld? Het antwoord op deze vragen wordt in paragraaf toegelicht aan de hand van de regels die de SER daarvoor heeft opgesteld. Deze richtlijnen die zowel kwalitatieve als kwantitatieve criteria bevatten, gelden ook voor de samenstelling van de ondernemers- en werknemersgeleding van de raad zelf. Hoe de zetelverdeling over de benoemingsgerechtigde organisaties tot stand komt, wordt in paragraaf 5 uiteengezet.
Tot besluit wordt in paragraaf 6 een en ander toegelicht aan de hand van de ontwikkeling in de samenstelling van de SER.