Home | Publicaties | Overige publicaties | 2000 - 2009 | 2001 | Fusiegedragsregels 2000

Fusiegedragsregels 2000

september 2001

De Fusiegedragsregels zijn in 2015 herzien

Op 5 september 2001 is het SER-Besluit Fusiegedragsregels 2000 ter bescherming van de belangen van werknemers , zoals door de Sociaal-Economische Raad unaniem vastgesteld in zijn vergadering van 17 maart 2000, in werking getreden. De fusiegedragsregels 2000 treedt in de plaats van het SER-Besluit Fusiegedragsregels 1975 dat terzelfder tijd is ingetrokken.

Download:Volledige publicatie (1101 kB)

Ten geleide

Op 5 september 2001 is het SER-Besluit Fusiegedragsregels 2000 ter bescherming van de belangen van werknemers, zoals door de Sociaal-Economische Raad unaniem vastgesteld in zijn vergadering van 17 maart 2000, in werking getreden. De Fusie-gedragsregels 2000 (zoals even genoemd Besluit kortweg wordt aangeduid) treedt in de plaats van het SER-Besluit Fusiegedragsregels 1975 dat terzelfder tijd is ingetrokken.
De considerans van de Fusiegedragsregels 2000 bevat enkele overwegingen en achtergronden van de ingrijpende herziening die door deze inwerkingtreding een feit is geworden. De hoofdzaken daarvan kunnen als volgt worden samengevat.

De regels ter bescherming van de aandeelhoudersbelangen – Hoofdstuk I van de oude Fusiecode – zijn conform de aanbevelingen van de speciale SER-Commissie Herziening van de Fusiecode (HFC) overgebracht naar de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en het gelijknamige Besluit, dat wil zeggen ondergebracht in een regeling bij of krachtens de wet. Het toezicht op openbare biedingen wordt voortaan uitgeoefend door de Stichting Toezicht Effectenverkeer.
De regels ter bescherming van de werknemersbelangen zijn ingrijpend herzien. De aanbeveling van HFC ook dit onderdeel van de Fusiecode van zijn status van zelfregulering te ontdoen c.q. van een wettelijke grondslag te voorzien is door het kabinet echter niet overgenomen. Het acht daarvoor geen termen aanwezig omdat het bestaande systeem van zelfregulering naar zijn oordeel geen noemenswaardige problemen oplevert.
Ook voor de aanbevolen uitbreiding van de reikwijdte van dit onderdeel van de code met ondernemingen in de non-profitsector, het vrije beroep en de overheid ziet het kabinet geen aanleiding. Ten aanzien van ondernemingen in de sfeer van de overheid acht het kabinet de bestaande regelingen met betrekking tot informatie van werknemersvertegenwoordigers voldoende.
Wat de beide andere sectoren betreft is het van oordeel dat deze niet gebonden moeten worden aan gedragsregels opgesteld door een orgaan (de SER) waarin zij niet vertegenwoordigd zijn.

De SER onderzoekt thans eigener beweging de mogelijkheden de non-profitsector en de vrije beroepen op basis van vrijwilligheid aan de Fusiegedragsregels 2000 te committeren. Op het tijdstip van de inwerkingtreding waren te dien aanzien nog geen besluiten genomen. De tekst van de Fusiegedragregelscode 2000 is zo geredigeerd dat hij zonder ingrepen van betekenis van toepassing kan worden op fusies in de sfeer van de non-profitsector, de vrije beroepen en de overheid. Dit blijkt met name uit de definitie van het begrip onderneming waarvan de formule, naast ondernemingen behorende tot het (in de SER vertegenwoordigde) bedrijfsleven, ook de ondernemingen van de even genoemde drie sectoren omsluit. Voorlopig echter is geen van deze sectoren gebonden, zodat het werkterrein van de Fusiegedragsregels 2000, evenals dat van zijn voorganger, vooralsnog tot ondernemingen uit het bedrijfsleven zal zijn beperkt.

Naast de veranderingen uit hoofde van de in het voorgaande omschreven aanbevelingen voerde de SER in de Fusiegedragsregels 2000 ten opzichte van de oude Fusiecode de volgende belangrijke wijzigingen door:
  • aanpassing van het afwijkende begrippenkader aan de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en aan Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Enkele voorbeelden in dit verband zijn het begrip ‘gewettigde verwachting’ dat uit de tekst is geschrapt, en de begrippen ‘zeggenschap’ en ‘samenstel van ondernemingen’ waarvan de inhoud meer op WOR en BW is toegesneden;
  • wijziging van het toezicht . Waar vroeger de Commissie voor Fusieaangelegenheden (CFA) bij uitsluiting bevoegd was dit toezicht uit te oefenen en omtrent de wijze van toezicht nadere regels te stellen, is in de Fusiegedragsregels 2000 een tweedeling aangebracht. Deze houdt in dat meldingen van voorgenomen fusies voortaan moeten worden gedaan aan het secretariaat van de raad , dat terzake van die verplichting tevens een signalerende rol vervult. De rechtsprekende functie van het toezicht is in handen gelegd van een nieuw te vormen, onafhankelijke Geschillencommissie Fusiegedragsregels (hierna: de geschillencommissie) die uit vijf personen plus hun plaatsvervangers bestaat. Geschillen inzake de niet-naleving van enig voorschrift worden – uitsluitend op verzoek van betrokkenen – door deze commissie in een partijprocedure beslecht. In tegenstelling tot de CFA die bevoegd was terzake van (vermeende) overtredingen van de Fusiecode eigener beweging op te treden is de geschillencommissie volstrekt lijdelijk.
    Een van de consequenties van deze nieuwe opzet van het toezicht is het verdwijnen van het instrument van de ontheffing.

Taak, samenstelling en werkwijze van de geschillencommissie zijn in de Fusiegedragsregels 2000 uitvoerig geregeld. Van de 35 artikelen die de Fusiegedragsregels 2000 telt zijn de eerste 8 gewijd aan achtereenvolgens definities, werkingssfeer en de eigenlijke procedure van informatie en overleg tussen fuserende ondernemingen en verenigingen van werknemers (vakorganisaties). De artikelen 9 tot en met 33 hebben betrekking op de
geschillencommissie, artikel 34 behelst de intrekking van de oude Fusiecode (waardoor de CFA automatisch is opgeheven), en artikel 35 de citeertitel en tijdstip en wijze van inwerkingtreding. Het spreekt vanzelf dat het in werking treden van de Fusiegedragsregels 2000 veranderingen met zich meebrengt in opzet en inhoud van de publicaties die door de CFA ten behoeve van degenen die met de Fusiecode te maken kregen werden uitgegeven. Dat waren de volgende:

  1. Fusiegedragsregels 1975, Nederlandse tekstuitgave met korte toelichting. De 12e en laatste druk daarvan is gedateerd juli 1998.
  2. Fusiegedragsregels 1975, Commentaar. De 12e en laatstverschenen druk daarvan is gedateerd mei 2000. Kern van het Commentaar zijn de gebundelde uitspraken en andere uiteenzettingen van de CFA. Deze uitgave is bedoeld voor degenen die regelmatig bij interpretatiekwesties rondom toepasselijkheid en toepassing van de fusiegedragsregels te maken krijgen.
  3. De Kwartaalverslagen van de CFA. Daarvan verschenen er 113 (tot september 2001). De Kwartaalverslagen vormen de voornaamste voedingsbron van het Commentaar.
    In de Fusiegedragsregels 2000 is niet voorzien in een plicht tot periodieke verslaglegging van de werkzaamheden van het secretariaat of van de geschillencommissie aan de raad.

De voorliggende uitgave is – onder de titel: Fusiegedragsregels 2000, eerste druk – de opvolger van de laatstverschenen Nederlandse tekstuitgave. Zoveel mogelijk is daarin de driedeling uit het oude regime aangehouden, te weten achtereenvolgens:
I. de integrale tekst voorafgegaan door de Considerans;
II. nogmaals de integrale tekst voorafgegaan door een korte algemene toelichting plus artikelsgewijze toelichting;
III. de Bijlagen, waarin onder meer het voornaamste standaarddocument dat bij het toezicht wordt gehanteerd ten behoeve van de gebruiker is afgedrukt.

Het is onvermijdelijk dat bij een zodanig beknopte opzet niet op alle vragen onmiddellijk een toereikend antwoord kan worden gegeven. Daarom wordt op verschillende plaatsen verwezen naar het Commentaar, wanneer daarin uitvoeriger op de desbetreffende kwestie wordt ingegaan. Uiteraard is ter gelegenheid van de nieuwe Fusiegedragsregels 2000 ook het Commentaar geheel herzien in dier voege dat daaruit de niet langer relevante uitspraken van de CFA zijn verwijderd. Tekstuitgave en Commentaar kunnen daarom zeer wel naast elkaar dan wel in elkaars verlengde worden gebruikt.
Overigens biedt te allen tijde het secretariaat van de raad de helpende hand bij vragen die in verband met de correcte toepassing van de Fusiegedragregels 2000 kunnen rijzen.