Home | Publicaties | Overige publicaties | 1990 - 1999 | 1998 | De toekomst van de Europese sociale dialoog

De toekomst van de Europese sociale dialoog : de inbreng van sociale partners : verslag



Download:Volledig verslag (3233 kB)

Voorwoord

De Europese Sociale Dialoog is voor velen een onbekend fenomeen. Onbekend maakt vaak onbemind; het zou echter onverstandig zijn deze dialoog daarmee ook onbelangrijk te vinden en onbenut te laten.

De Europese Sociale Dialoog vormt als het ware de internationale dimensie van onze overlegeconomie. Door de komst van de Economische en Monetaire Unie (EMU) wordt deze dialoog de komende jaren voor grote uitdagingen geplaatst. De voortschrijdende integratie doet de behoefte toenemen aan afstemming van beleid, niet alleen tussen de lidstaten van de Europese Unie maar ook met sociale partners en tussen sociale partners onderling (en wel op verschillende niveaus). Zeker de recente accentuering en bewerktuiging in Europees verband van de werkgelegenheidsdoelstelling vraagt om een actieve betrokkenheid van sociale partners bij de voorbereiding en uitvoering van het sociaal-economisch beleid. En die betrokkenheid zou zowel nationaal, sectoraal als Europees gestalte moeten krijgen.

Deze bundel behandelt verschillende vormen en aspecten van de Europese Sociale Dialoog. Daarbij wordt aandacht gegeven aan zowel de interprofessionele sociale dialoog als aan de verschillende sectorale dialogen. Onderscheid wordt gemaakt tussen adviseren (over de vormgeving van het sociaal-economisch beleid) en onderhandelen (binnen het stelsel van arbeidsverhoudingen). Afzonderlijk wordt ingegaan op de bijdrage die sociale partners op Europees niveau kunnen respectievelijk zouden moeten leveren aan het bevorderen van de werkgelegenheid.

Deze bundel is een van de uitkomsten van een unieke bijeenkomst ( the Forum on the Future of the Social Dialogue at Community Level ), in april 1997 georganiseerd door de Sociaal-Economische Raad in samenwerking met de Europese Commissie (DG V) en met hulp van het Nederlandse Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uniek, want voor de eerste keer gingen zoveel deelnemers aan zowel de interprofessionele als de sectorale dialoog met elkaar en met belangstellende buitenstaanders in debat. Niet minder dan 250 deelnemers vertegenwoordigden, op hoog niveau, sociale partners, overheden en onderzoeksinstellingen van de vijftien lidstaten van de EU.

Aanleiding voor het debat vormde een zogenoemde Mededeling van de Europese Commissie over de ontwikkeling van de sociale dialoog op Gemeenschapsniveau (COM(96) 448). Op deze mededeling ontving de Commissie meer dan zeventig reacties, waarvan een groot deel van organisaties van werkgevers en werknemers. Het Forum bood gelegenheid voor een intensieve gedachtewisseling over de openstaande punten.

In de verschillende bijdragen aan de discussie kwamen de verschillen in stelsels van arbeidsverhoudingen duidelijk naar voren. Elke lidstaat heeft op dit vlak eigen tradities, waardoor er aanzienlijke verschillen in de verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid en sociale partners en in de vormgeving van het overleg bestaan. Gelet op deze verschillen vond ik de brede steun voor een versterking van de Europese sociale dialoog opmerkelijk en heel positief. Tegelijkertijd kwam duidelijk naar voren hoe belangrijk dergelijke gedachtewisselingen zijn om van elkaars ervaringen te leren en nieuwe Europese verhoudingen te kunnen scheppen uit het beste dat de afzonderlijke lidstaten elkaar te bieden hebben.

Ten tijde van de publicatie van de bundel ligt het Forum een jaar achter ons. In dat jaar is veel gebeurd: zo is de intergouvernementele conferentie afgerond en neergeslagen in een Verdrag van Amsterdam. Daardoor zal het Sociale Protocol, met daarin de afspraken over de Europese Sociale Dialoog, na het doorlopen van de ratificatieprocedures integraal onderdeel van het EU-Verdrag worden. Dat betekent dat op een aantal vragen die tijdens het Forum gesteld zijn over de toekomstige juridische status van de bepalingen over de Sociale Dialoog, inmiddels antwoord is gegeven. Wij hebben er echter voor gekozen de originele bijdragen af te drukken en deze niet, gebruik makend van ons benefit of hindsight , op dit punt te corrigeren of aan te vullen.

De uitdagingen voor de Europese sociale dialoog zijn materieel gezien stellig dezelfde gebleven: door afstemming en samenwerking herkenbaar bijdragen aan meer welvaart en werkgelegenheid in de Europese Unie. Vanuit die invalshoek hebben de hierna volgende bijdragen niets aan actualiteitswaarde ingeboet.

Den Haag, juli 1998

Klaas de Vries
voorzitter SER