Home | Publicaties | Overige publicaties | 1990 - 1999 | 1997 | Sectorraden in het kader van de OSV 1997

Advisering over representativiteit organisaties voor sectorraden OSV 1997 : 1 januari 1997 tot 1 november 1997

november 1997

Download:Volledig advies (1242 kB)

Samenvatting


De per 1 maart 1997 in werking getreden Organisatiewet Sociale Verzekeringen 1997 (OSV 1997) voorziet in een nieuwe uitvoeringsorganisatie van de sociale verzekeringen. In het bijzonder is beoogd de uitvoeringsorganisatie voor de werknemersverzekeringen zodanig te wijzigen dat deze beter in staat is om een bijdrage te leveren aan een beperking van het beroep op deze verzekeringen.

Het met de OSV 1997 geïntroduceerde Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) is belast met de taken die voorheen werden verricht door de bedrijfsverenigingen en het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming. Het Lisv is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen, met als nieuw element de verplichting om de werknemersverzekeringen op contract-basis te laten uitvoeren door een of meer uitvoeringsinstellingen.

De OSV 1997 biedt de mogelijkheid dat het Lisv wordt geadviseerd door zogeheten sectorraden . Het gaat daarbij om betrokkenheid van het georganiseerde bedrijfsleven in de onderscheiden sectoren, om te bewerkstelligen dat, waar dat mogelijk en noodzakelijk is, de uitvoering wordt afgestemd op de verschillende sectoren of sectoronderdelen.

Sectorraden zijn private organen bestaande uit vertegenwoordigers van sectorale werkgevers- en werknemersorganisaties. Het Lisv kan ten behoeve van een bepaalde sector een rechtspersoon erkennen als sectorraad.

De (erkende) sectorraden hebben tot taak het Lisv te adviseren over:

  • de opdrachtverlening aan een uitvoeringsinstelling ten behoeve van (een of meer onderdelen van een) een sector. In dat verband wordt hier vermeld dat het Lisv verplicht is de sectorraad in de gelegenheid te stellen een ontwerp van een administratieovereenkomst met de uitvoeringsinstelling aan te bieden voordat het Lisv een dergelijke overeenkomst sluit. In de memorie van toelichting bij de OSV 1997 is in dat verband opgemerkt dat het om pragmatische redenen zinvol kan zijn, dat in opdracht van het Lisv, de sectorraad (ook nadat de overeenkomst is gesloten) degene is die de reguliere contacten onderhoudt met de uitvoeringsinstellingen en het Lisv informeert over het verloop van de uitvoering van de afgesloten overeenkomst;
  • de vaststelling van de sectorale premies;
  • de overige sectorspecifieke aangelegenheden.

De sectorraden ontvangen hiervoor een vergoeding van het Lisv.

Ingevolge artikel 56 OSV 1997 adviseert de SER de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ­ c.q. de staatssecretaris ­ over de representativiteit van organisaties van werkgevers en van werknemers voor sectoren van het bedrijfs- en beroepsleven. Dit met het oog op de erkenning van sectorraden door het Lisv, waarbij als voorwaarde geldt dat het bestuur van een sectorraad bestaat uit een aantal leden benoemd door een of meer representatieve werkgeversorganisaties en een gelijk aantal leden benoemd door een of meer representatieve werknemersorganisaties.

De indelingsbeschikking van de staatssecretaris gaat thans uit van een 60-tal sectoren. Een overzicht hiervan is in hoofdstuk 2 van deze uitgave opgenomen.

Uitgebrachte adviezen

De subcommissie Organisatie Sociale Verzekeringen heeft in de periode januari tot november 1997 in totaal 27 adviesaanvragen van de staatssecretaris van SZW beantwoord over organisaties betrokken bij op te richten sectorraden; de subcommissie is gemachtigd namens de raad te adviseren1.
In het totaal ging het daarbij om 32 sectoren. De desbetreffende adviezen zijn in deze uitgave gebundeld. Tevens is een overzicht opgenomen van de desbetreffende sectoren met bijbehorende sectorraden, waarbij is aangegeven welke werkgevers- en welke werknemersorganisaties representatief zijn bevonden.

Representativiteitstoets

Ten aanzien van de afhandeling van de adviesaanvragen heeft de subcommissie de volgende procedure gevolgd. Van elke adviesaanvraag is terstond kennisgegeven in de Staatscourant en het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie, waarbij eventueel nog niet bij de sectorraad i.o. betrokken organisaties in de gelegenheid zijn gesteld binnen een termijn van vier weken te reageren. Voor de toetsing van de representativiteit van de organisaties is vervolgens uitgegaan van de SER-Richtlijnen representativiteit organisaties2. Voor zover de subcommissie nog niet beschikte over de voor de toetsing noodzakelijke gegevens, heeft zij nadere informatie opgevraagd.

Waar de OSV 1997 en de SER-richtlijnen uitgaan van organisaties van werkgevers en van werknemers, bleek tijdens het adviesproces dat in een aantal sectoren geen werkgeversorganisaties opereren maar dat sprake is van vertegenwoordiging door een of meer ondernemers. Daarnaast deden zich gevallen voor waarbij aan werkgeverszijde sprake was van concern- of groepsstructuren respectievelijk samenwerkingsverbanden. In de advisering terzake is de inzet geweest rekening te houden met deze ­ in een aantal gevallen historisch verklaarbare ­ bijzondere omstandigheden en hiervoor een voor de praktijk werkbare oplossing te vinden. Waar vervolgens tot representativiteit is geconcludeerd, ging dit gepaard met de aanbeveling aan de staatssecretaris om de representativiteit na verloop van tijd (bijvoorbeeld twee jaar) opnieuw te bezien.

Dit laatste werd ook in overweging gegeven ten aanzien van een aantal organisaties die niet voldoen aan het vereiste in de SER-richtlijnen dat sprake dient te zijn van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid.


1. Artikel 3 Algemeen machtigingsbesluit adviezen jo. artikel 1 Machtigingsbesluit Commissie Sociale Zekerheid.
2. De richtlijnen zijn laatstelijk gepubliceerd in de Staatscourant van 9 februari 1996 alsmede in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie van dezelfde datum.