Gezondheidszorg in het licht van de toekomstige vergrijzing
September 1999
Het rapport van de Commissie Sociaal-Economische Deskundigen, opgesteld in opdracht van het dagelijks bestuur van de Sociaal-Economische Raad, heeft dit jaar als centraal thema de gezondheidszorg in het licht van de toekomstige vergrijzing. Op de achtergrond speelt hierbij de verwachting dat de medisch-technologische ontwikkelingen in combinatie met de vergrijzing een voortgaande opwaartse druk op de gezondheidsuitgaven zullen uitoefenen.
Aanleiding voor dit rapport vormt onder meer de aankondiging van het kabinet dat de SER rond de zomer van 1999 een adviesaanvraag over de toekomst van het stelsel van ziektekostenverzekeringen tegemoet kan zien. De raad heeft zich tot nu toe niet specifiek beziggehouden met de gevolgen van de toekomstige vergrijzing voor de gezondheidszorg en de beleidsmatige reactie hierop. Dit CSED-rapport beoogt nadrukkelijk niet om een blauwdruk van de toekomstige gezondheidszorg te presenteren; het gaat er primair om bouwstenen aan te dragen voor de meningsvorming terzake.
Inleiding en probleemstelling
Vanuit het perspectief van de (zeer) lange termijn spitst de probleemstelling zich toe op de
vergrijzingsbestendigheid van het huidige stelsel van gezondheidszorg:
Hoe kan het stelsel van de gezondheidszorg zich vanuit de huidige situatie zodanig ontwikkelen, dat ook in een verouderende samenleving met een veranderende sociaal-economische omgeving een adequaat en betaalbaar zorgniveau zoveel mogelijk binnen bereik blijft?
De ontwikkeling van de toekomstige gezondheidsuitgaven en het in rekening brengen hiervan aan de burgers spelen in dit verband een centrale rol. Dit gebeurt in de veronderstelling dat de toekomstige zorgvoorzieningen moeten kunnen voorzien in een pluriforme zorgvraag. Indien de toekomstige, collectief gefinancierde, zorguitgaven - onder invloed van de vergrijzing en de pluriformere zorgvraag - (sterk) gaan oplopen, vormt dit een probleem voorzover dergelijke uitgavenverhogingen geen weerspiegeling vormen van de maatschappelijke preferenties. Zijn hogere zorguitgaven daarentegen het gevolg van een breed gedragen voorkeur voor meer (en betere) zorgvoorzieningen, dan bevredigen de hogere collectief gefinancierde zorguitgaven de maatschappelijke zorgbehoeften en wordt aldus een bijdrage geleverd aan een hoger welvaartsniveau. Vervolgens dient zich wel de vraag aan of de toekomstige ouderen een groter deel van de toenemende zorguitgaven zelf zouden moeten dragen. Het maatschappelijke draagvlak hiervoor zal onder meer toenemen naar de mate dat de financiële positie van de categorie ouderen in de loop der tijd verbetert.
Deze samenvatting volgt de opbouw van dit rapport. Na het inleidende en probleem stellende hoofdstuk volgen in het rapport nog drie hoofdstukken: de bijzondere positie van ouderen in het zorggebruik en de zorguitgaven (hoofdstuk 2), de langetermijnramingen van de zorguitgaven (hoofdstuk 3) en een afsluitend, beleidsgeoriënteerd hoofdstuk 4, dat vanuit de probleemstelling de mogelijke toekomstige knelpunten in de gezondheidszorg inventariseert en daarbij een aantal oplossingsrichtingen schetst.